Russische Roulette

Posted: June 26, 2012 in Reisverslag, Reizen, Russia, Travel, Vakantie
Tags: , , , , , ,

Zaterdagochtend, het is nog donker als ik wakker word. Dus moet het nog wel heel vroeg zijn, realiseer ik me. Want in juni, hier in Moskou, wordt het licht ver voordat de eerste haan kraait. Toch weet ik meteen dat weer in slaapvallen een illusie is. Daarvoor giert de adrenaline, nu al, te veel door mijn systeem. Dus sta ik op, maak wat koffie, eet wat roggebrood en lees obligaat het nieuws. Niet dat dit laatste echt tot mij doordringt overigens. Natuurlijk niet, want ik denk slechts aan mijn uitje van vandaag. Opgewonden als een jongetje dat op schoolreisje gaat, zo voel ik mij. De uren die volgen, duren dan ook eindeloos. Net als vroeger. Ik wil die kleine wijzer wel vooruit kijken. Net als vroeger.

Het rinkelen van mijn telefoon doet mij uit mijn dagdroom ontwaken. Exact half acht. Verrast neem ik op. Ze is namelijk precies op tijd. En dat nu, gebeurt nooit hier in Rusland. Het moet haast wel betekenen dat ook zij opgewonden is. Dit kan toch niet anders? Ik haast me naar beneden en sta in een ommezien buiten. Ik stap in en kus haar op haar wangen en op haar voorhoofd. Ze glimlacht verward. Als ik haar aankijk, zie ik dat ook zij rode blosjes op haar wangen heeft. Wederzijdse opwinding en verwachtingen concludeer ik.

Op dit vroege uur heerst er, zelfs in Moskou, een soort van stilte. De tienbaanswegen zijn als zeeën van asfalt met slechts her en der een auto. En dus trapt zij, zoals iedere Moskoviet, het gaspedaal eens flink in. De kilometerteller gaat richting 140, zie ik. En zij geniet, zie ik. Haar brede glimlach vertelt me dit. Na een half uurtje zijn we de stad al uit. Een record! Na MKAD, de buitenste ring rondom Moskou, te zijn gepasseerd verandert de asfaltzee vrijwel meteen in een tweebaansweg. Maar vandaag maakt dit niet uit, er is namelijk hoegenaamd geen verkeer. En dus denderen we voort over Russische wegen, in een zo hoog mogelijk tempo.

Na twee uurtjes melden we ons aan de poort van een kazerne. De dienstdoende soldaat kijkt fronsend naar onze blije gezichten. Alsof wij de eersten zijn, in lange tijd, die hij ziet glimlachen. Als we de naam noemen van onze gastheer, verdwijnt zijn frons en glimlacht hij spontaan terug. Het is duidelijk, hij weet waarvoor we komen. Iets verderop staat onze gastheer – laat ik hem voor het gemak maar Sergej noemen – ons op te wachten. Ook hij glimlacht, van oor tot oor. Ik schud hem hartelijk de hand en, voor één keer, sta ik een man toe mijn wangen te kussen. Hij heeft het, zelfs voordat het evenement echt is begonnen, verdiend.

Zonder verder veel woorden te verspillen gebaart hij ons hem te volgen. Hij stapt in zijn jeep en rijdt voor ons uit. We volgen braaf, per slot van rekening, naar een kolonel moet je luisteren. Na luttele minuten stapt hij alweer uit. We zijn er. Hier gaat het gebeuren. Inmiddels bonkt mijn hart toch echt in mijn keel. We lopen een houten gebouwtje in. En daar liggen en staan ze! Uzi’s, kalashnikovs, M60’s en meer van dergelijke Rambo wapens. Meteen is mijn hele pacifistische ik naar de filistijnen. Schieten met die dingen, dat wil ik. En vandaag is mijn geluksdag, want precies hiervoor zijn we gekomen.

Ik krijg meteen een M60 in mijn handen gedrukt. De kogels over mijn schouder gelegd. En na een bemoedigend knikje van Sergej richt ik. Ergens, voor mijn gevoel honderden meters verderop, staan wat flessen. Ik vuur. Als een bezetene. Ik voel de patroonband over mijn schouder glijden. Natuurlijk, ik raak geen fles. En aan de stofwolken te zien, kom ik zelfs niet in de buurt. Maar het drukt de pret bepaald niet. Ik voel me als Rambo. Sterker, ik ben Rambo! In een ommezien is die patroonband verdwenen. Glunderend draai ik me om. Meer van dat spul wil ik. Maar Sergej maant me tot rust. Straks krijg ik meer. Nu eerst borrelen.

            

 

 

 

 

 

 

 

Een andere soldaat van dienst heeft inmiddels de barbecue op temperatuur gebracht. Flinke hompen vlees geuren me aangenaam tegemoet. Dat schieten maakt hongerig. Op tafel staan, weinig verrassend, flessen sterke drank. Vreemd genoeg, het is cognac. En geen wodka. Nooit geweten dat ze in het Russische leger liever cognac drinken. Maar goed, wat maakt het uit? Om elf uur in de ochtend ligt het toch wel zwaar op de maag. We drinken, op het linkeroog. Meteen gevolgd door een tweede glas, op het rechteroog. Opgelucht haal ik adem. Meer ogen heb ik immers niet. En twee van die glaasjes kan ik nog wel handelen. Maar zo werkt het dus niet. Het derde oog volgt, dan is er de vriendschap tussen Rusland en Nederland, tussen mannen en vrouwen en de laatste toost is op het leven. Tussendoor eten we flink van het vlees en van allerlei andere Russische heerlijkheden. Gelukkig wel.

Volledig verzadigd en redelijk onder invloed sta ik even later met een kalashnikov in mijn handen. Of is het nou met een uzi? Ik heb eerlijk gezegd geen flauw benul. Maar evengoed knal ik er vrolijk op los. Nog vrolijker dan voor de borrels, geloof ik. En dat ik de flessen, die inmiddels wel op een halve kilometer afstand lijken te staan, niet raak doet me helemaal niets.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s