Archive for January, 2011

Een bezoek aan België zonder uitgebreid gesnoept te hebben van de fantastische bieren die hier worden gebrouwen? Het kan natuurlijk maar feitelijk mag je bij thuiskomst dan niet verklaren echt in België te zijn geweest! Alleen, hoe je weg te vinden in het onvoorstelbare aanbod en hoe te voorkomen dat telkens dat al enigszins bekende Duveltje wordt besteld. Daarom, onderstaand een opsomming van biergerelateerde activiteiten in Brussel en een zeer ambitieuze poging de beste Belgische bieren te benoemen. Eerlijk gezegd, bij dit laatste speelt mijn persoonlijke voorkeur een belangrijke rol.

Een bezoek aan het Museum van de Belgische Brouwers is een eenvoudige eerste stap in de wondere wereld van het Belgische bier. Dit museum is namelijk gelegen aan de Grote Markt van Brussel. En omdat de Grote Markt van Brussel toch wel tot de mooiste pleinen van Europa mag worden gerekend zal iedere toerist deze vroeger of later gaan aanschouwen.

Eens per jaar, in het vroege najaar, vindt het Bierweekend plaats. Kleine, middelgrote en grote Belgische brouwerijen stellen er hun meest uitgelezen bieren voor. De toegang is gratis en de prijzen van het bier democratisch. Iedere overtuigde (en minder overtuigde) bierliefhebber kan hier iets nieuws proeven of gezellig een praatje maken met de maker van het favoriete biertje. Mocht het Belgische weer tijdens dit weekend enigszins meewerken dan is de kans niet onaanzienlijk dat u de vele terrassen op de Grote Markt niet zult verlaten.

Het Schaarbeeks Biermuseum heeft een verzameling van 1000 bierflessen, 800 bierglazen, oude reclameborden en –affiches. Als klap op de vuurpijl is bij de entreeprijs (slechts 3 euro) een glas ‘la schaerbeekoise’ inbegrepen. Een abdijbier dat uitsluitend voor dit museum wordt gebrouwen. (Adres: Louis Bertrandlaan 33-35, Brussel.)

In het Brussels Museum van de Geuze (Cantillon) lijkt de tijd te hebben stilgestaan. Fruitbieren als kriek en geuze worden hier nog steeds op eenzelfde wijze gebrouwen als destijds in 1900 toen deze brouwerij haar deuren opende. Het onthaal is bijkans familiaal en de brouwersactiviteiten in volle gang. En de praatgrage opperbrouwer vertelt en informeert maar wat graag over de speciale bieren die hier worden gebrouwen. Vanzelfsprekend, proeven van de bieren is inbegrepen bij de prijs zodat u uiteindelijk zelf kunt oordelen over de smaak van de kriek en de geuze. (Adres: Gheudestraat 56, Brussel.)

Cafés

Omdat de musea slechts beperkt geopend zijn, in de avonden al helemaal geen mogelijkheid kennen een biertje te degusteren en bovenal een zeer beperkte variatie in aanbod kennen onderstaand enkele topcafés in Brussel als het gaat om diversiteit en keuze.

Delirium Café (Rue de la Fidélité). De menukaart alhier is dikker dan de bijbel. Logisch ook want hier worden meer dan 2000 Belgische en internationale bieren geschonken! Op een fikse steenworp afstand van de Grote Markt en onder het toeziend oog van Janneken Pis, de vrouwelijke variant van Manneken, is dit het biercafé van Brussel. Vooral voor een jeugdig publiek overigens.

A la Mort Subite (Warmoesberg 7). Reeds sinds 1910 een café-restaurant en daardoor een echt Brussels instituut met een typisch, goed bewaard interieur dat volledig de sfeer oproept van het Belle Epoque. De kriek, de geuze, de lambik en de faro zijn van eigen makelij en kennen een hele schare liefhebbers die met grote regelmaat van dit vocht komen drinken. Er kan een pak volk naar binnen maar geregeld is het toch zoeken naar een plaats. Slechts enkele kelners, van wie sommigen even oud lijken te zijn als het café, werken op zeldzaam efficiënte wijze alle bestellingen af zodat de wachttijd, zeker voor Brusselse begrippen, bepaald beperkt is.

Biercircus (metro Madou). Naast de concertzaal van het Koninklijk Circus ligt een ander circus: Het Biercircus. Ongeveer tweehonderd verschillende Belgische bieren sieren de kaart, waaronder zes trappisten, bio-bieren en, uiteraard, de lambiek, geuze en kriek. Uniek in Brussel is de Chimay van de tap.

En dan zijn er natuurlijk honderden cafés op en rond de Grote Markt. En allemaal schenken ze talrijke soorten bier. Wees gewoon wat avontuurlijk en laat die Jupiler, Stella Artois, Leffe of Duvel eens links liggen.

Bierwinkels

Wie kleine brouwerijen en onbekende bieren wil laten kennen kan bij Délices & Caprices (Beenhouwersstraat 68)een bierdegustatie boeken. In kleine glaasjes worden verschillende, onbekende bieren aangeboden. Tegelijkertijd vertelt de eigenaar (een Zwitser overigens) over de brouwerijen, de geschiedenis, de glazen en de mensen die er werken. Tijdens de degustatie worden ook kazen en patés aangeboden. Alle bieren zijn, uiteraard, ook te koop. Vaak nogal prijzig maar altijd bijzonder.

In De Biertempel (Grasmarkt 55b) werden oorspronkelijk ongeveer 200 biersoorten verkocht maar inmiddels is het aanbod uitgegroeid tot meer dan 600 verschillende soorten. Vele daarvan zijn zeldzaam, vreemd, bijzonder en apart. De bieren worden in vele soorten en maten aangeboden, vooral afhankelijk van de vorm van de fles. Tevens is voor bijna alle biersoorten ook een gepast glas voorhanden.

En dan, heel subjectief, de beste bieren…

Westvleteren. In 2007 gekozen tot beste bier van de wereld en daarom met stip op 1. Helaas, zo goed als onmogelijk te vinden in Brussel. Voor de echte liefhebber, zie de website: http://www.sintsixtus.be. Hier is ook meteen het antwoord op de vraag te vinden waarom dit bier zo moeilijk te verkrijgen is in Brussel.

Rochefort 10. Euforisch genot. Vooral aan het einde van een lange wandeldag, terwijl de honger knaagt. Maar wees voorzichtig, meer dan 1 kan de euforie doen omslaan in algehele ellende.

Westmalle Triple. Tamelijk standaard wellicht maar de smaak is en blijft fantastisch.

Kwak. Een Kwak drinken uit een origineel Kwakglas is al zo apart dat het de keus rechtvaardigt. En met de aangename smaak als bonus een prima keuze.

Kriek Lindemans. Zeer vrouwvriendelijke smaak. Dankzij dit bier is het ook mogelijk uren op terrassen en in cafés rond te hangen met de vrouwelijke wederhelft.

 

Advertisements

Het klimaat van Brussel? Vochtig, nat, waterig zonnetje, afwisselend warm en koud. Een middag of een zomeravond op een Brussels terras is en blijft een grillig avontuur. En ook het jaar 2012 is hierop bepaald geen uitzondering. Wederom lijken de weergoden niet op de hand te zijn van de uitbaters van de Brusselse terrassen. Regenen doet het misschien niet meteen veel meer, maar het regent toch vooral op momenten dat de zon zou moeten schijnen. Dus is het hopen op een zonnestraal. Is het zoeken naar een overdekt terras. En is het vooral een kwestie van de regen negeren en doen alsof. Maar wie weet, misschien slaat het weer binnenkort definitief om? Daarom, wellicht tegen beter weten in, mijn persoonlijke topterrassen van Brussel.

Brasserie Plattesteen (op de hoek van Rue Marché au Charbon en Plattesteen en daarmee op steenworpafstand van de Grote Markt) biedt alles wat een terrasliefhebber zich wenst. Geen hoge gebouwen rondom zodat de eventuele zon haar aanbidders altijd kan voeden met haar energie. Daarnaast behoren de vele passanten en de clientèle van de bars rondom, zonder twijfel, tot de meest excentrieke exemplaren in Brussel. Bovendien, de keuken biedt degelijk Belgisch voedsel en de Belgische biertjes zijn talrijk en zeer betaalbaar.

De markt op woensdag op het Kasteleinsplein is een prachtig excuus voor een aansluitend openluchtdiner of een borrel op één van de terrassen. Wandel door de Louizalaan, de chiquere winkelstraat van Brussel, en sla na verloop van tijd rechtsaf. Alras ontwaart u de drukte van de markt en vullen heerlijke geuren uw neus. Duidelijker indicatoren voor de woensdagmarkt op het Kasteleinsplein zijn er niet. Het is een walhalla voor de liefhebber van ietwat exclusief voedsel (inclusief de echte zoute haringen, een zeldzaamheid in Brussel). En dus komen ze massaal, de Bourgondische Belgen, naar deze markt. Schuifel in alle rust langs de kraampjes, probeer de ter plaatse klaargemaakte heerlijkheden en combineer deze met een glas wijn. Treur vooral niet als er geen zitplaats is, maar geniet eenvoudigweg staand van dit alles. U zult zien, er zijn velen die hetzelfde doen. Vooral in de zomer is het hier dolle pret en komen groepen collega’s en vrienden als vliegen op deze stroop af. Het moet wel heel raar lopen wilt u niet het afbreken van de kraampjes van nabij aanschouwen, de avond zien vallen en nogmaals de gang naar de tap maken voor nog meer biertjes.

Terug in het centrum mijdt u natuurlijk nog steeds de veel te dure terrassen op de Grote Markt. In plaats daarvan vindt u een prima plek op het Sint Goriksplein (place Saint-Géry). Ooit, lang geleden, werd hier een kippenmarkt gehouden. Maar de kippen zijn al decennialang vervangen door hordes Brusselaars die, op zomerse dagen, inderdaad als kippen in een legbatterij opeen zitten op de vele terrassen. In de markthallen alhier vindt u exposities over hoe het leven in vroeger tijden in deze contreien was. En mocht u eens willen stappen in Brussel, begin dan vooral op dit plein. Vanaf hier is het nooit verder dan vijftig meter naar een restaurant, bar, café, discotheek of club.

Het Luxemburgplein (metro Troon) is vooral op donderdagavond een gewilde plek voor de Europese ambtenaren om de niet al te zuur verdiende euro’s om te zetten in biertjes en wijntjes. Het schijnt dat hier heel wat wetten, richtlijnen en afspraken zijn bekokstoofd of juist afgeserveerd. En daarnaast is het één van de grootste outdoor dating places in Brussel.

Flageyplein (halverwege Louizalaan linksaf), jarenlang een bouwput omdat de plannen hier een ondergrondse parkeergarage te bouwen voortdurend gefrustreerd werden door tegenwerkende natuurkrachten. Maar uiteindelijk is de natuur natuurlijk kansloos en wint de mens. En dus zijn de draaiende betonmolens, kranen en zandauto’s verdwenen en vervangen door bankjes, boompjes, een enorme stenenzee, één van de beste frietkotten van Brussel en terrassen. Met afstand het beroemdste is Café Belga, een begrip in Brussel en wijde omgeving. Op zich eigenlijk een huis, tuin en keuken café maar door de aanloop van zovelen is er altijd wel iets te zien en te beleven.

Ten slotte een niet onbelangrijke tip. Drink nooit hetzelfde biertje in Belgie. Daarvoor zijn er te veel verschillende!

 

Links van me zit een mannetje gay video’s te bekijken. Met open mond en volkomen gefascineerd. Hij is zich niet meer bewust van zijn niet-virtuele omgeving. Rechts van me een jongetje dat extreem gewelddadige videospelletjes speelt. Bijzonder fanatiek bovendien. Bij voortduring moedigt hij zichzelf aan. Tussendoor een ingetogen vreugde juichend bij het neerhalen van weer een virtuele tegenstander. Moderne tijden in een nieuwe stad. Het past inderdaad probleemloos. Na bijna twee dagen in Astana, de nieuwe hoofdstad van Kazachstan, heb ik althans de façade van moderniteit, rijkdom en welvaart nog niet kunnen doorbreken.

         

Vanaf het Bayterek monument, een 105-meter hoge weergave van de wereldvoetbalbeker, is het uitzicht als in een golfstaat. Een Kaspisch Qatar. Waar ik ook kijk; links, rechts, voor en achter, overal staan allerlei futuristische en hippe gebouwen. Het nationaal archief in de vorm van een enorm ei. Een luxueus hotel met een dak van een Chinese tempel. Een hagelwitte moskee die niet of nauwelijks gebruikt lijkt te worden. Een enorme yurt die dienst doet als overdekt winkelcentrum. En tussendoor overal bloemen in prachtig geel, rood en oranje. Of enorme hijskranen die op de open plekken bouwen aan meer nieuwigheden.

Nog in 1997 was Astana een slaperig stadje in het absolute niemandsland. En nog steeds, noord, oost, zuid of west, welke kant een inwoner van deze stad ook op wil, altijd is het naar nergens. Daarbij, het klimaat alhier is bepaald vijandig. In de zomers is het heet, ook vandaag is het ruim boven de 30 graden. De winters zijn berucht koud met temperaturen tot minus 40 en fikse winden die vanaf de vlakke steppe komen aanwaaien. Het is bikkelen. In elk jaargetijde! Toch besloot Nazarbajev, de president van Kazachstan, in 1997 dat Astana de hoofdstad van het land moest worden. Argumenten? Almaty, de oude hoofdstad, zou te ver verwijderd zijn van Rusland. Astana en omgeving zou te weinig Kazach zijn. En Almaty zou in een te aardbevingsgevoelig gebied liggen. Eerlijk gezegd, ik denk dat dit slechts voorwendsels waren. Mijn onderbuikgevoel zegt mij dat Nazarbajev hoe dan ook een stad wilde creëren ter meerdere eer en glorie van hemzelf. Naar goed Centraal-Aziatisch gebruik. Per slot van rekening, zijn buurman in Turkmenistan had hem laten zien hoe absolute macht te laten samengaan met algehele pronkzucht.

Zo kwam dus een eind aan het hoofdstedelijke bestaan van Almaty. De stad met verreweg de meeste wereldse allure in Centraal-Azië. Van Nazarbajev moesten alle overheidsdiensten meteen maar verhuizen. Naar tijdelijke kantoorpanden in het oude, slaperige gedeelte van Astana. Onderwijl legde hij contacten met beroemde architecten en begon het bouwen aan de nieuwe stad. Een langdurig proces want van niets iets maken in deze steppe kost tijd, moeite en een boel geld. Maar niets kon hem weerhouden. Het nieuwe Astana zat al in zijn systeem en daarmee was het slechts een kwestie van tijd alvorens dit gerealiseerd zou zijn.

En ik moet toegeven, het is fascinerend te zien hoe een complete nieuwe stad uit de grond wordt gestampt. Evengoed, de protserige smaak vol extremiteiten kan niemand onberoerd laten. Niet iedereen zal het kunnen waarderen maar ik vind het klasse en stijl hebben. Tegelijkertijd vraag ik me sterk af of dit soort dikdoenerij de juiste manier is een minder ontwikkeld land als Kazachstan voort te stuwen in de vaart der volkeren. Ik meen, bescheiden als mijn mening is, van niet.

Terwijl ik uitkijk vertelt de gids in het rode rokje en het witte bloesje mij honderduit. Ze lijkt heel trots te zijn op alles wat hier gebeurt. Toch is haar façade veel minder moeilijk te doorgronden. Want als ik haar vraag wat ze van al deze bouwwerken vindt, wendt ze besmuikt het hoofd. Staande op het plateau van het Bayterek monument, op precies 97 meter (geen toeval) hoogte, wijst ze me op de handafdruk van Nazarbajev. Elke bezoeker kan zijn of haar hand in die van Nazarbajev leggen en een wens doen. Ze glimlacht naar me en schudt haar wijze hoofd. Zijn eigen fabeltjes mag hij dan geloven. Al zijn onderdanen weten wel beter.

In de yurt die ik vanaf het monument heb zien liggen is de sfeer welhaast als in een Amerikaanse mall. Winkelplezier, amusement, restaurants en bars zijn hier allemaal te vinden. Vooral het subtropische zwemparadijs op de bovenste verdieping spreekt tot de verbeelding. De temperatuur is hier altijd tropisch, zowel in de zomer als in de winter. Het is een dorp op zich in deze nieuwe wereldstad. Geniaal bedacht door de architect, die tegenstelling tussen yurt en moderniteit. Ook Nazarbajev schijnt dit te vinden. Want op het moment dat ik dit luxedorp verlaat, stapt hij, omringd door een tiental bodyguards, net naar binnen! Gul glimlachend en royaal zwaaiend naar mij en naar de rest van de mensheid.

Maandagavond in een vreemde stad. De regen valt al enkele uren, en nu ook de avond valt, vraag ik me af wat vandaag nog zal brengen. Ik staar naar mijn TV die Russische flauwekul uitbraakt. Soortgelijke programma’s als in Nederland. Het enige verschil is dat ik er hier niets van begrijp. Geeft niks, zo denk ik, vergeleken bij de onzin op de Nederlandse TV, is het onverstaanbare Russisch waarschijnlijk een zegen.

Maar kijken naar een TV waaruit slechts vage klanken komen, is saai en wordt snel nog saaier. Als ik op mijn overdekt balkon sta en naar buiten tuur, zie ik dat de regen is opgehouden. Spontaan dwalen mijn gedachten af. Af naar die hippe nightclub een paar straten verderop. Misschien moet ik mijn geluk daar eens beproeven? Het mag dan maandag zijn, wat geeft het? Ik heb immers vakantie. Inmiddels ken ik mezelf wel zo goed dat ik weet, dat deze gedachte niet meer uit mijn hoofd zal verdwijnen. Mij rest niets anders dan te handelen. Een figuurlijke kam door het haar, hippe schoentjes aan de voeten, een fris gestreken bloesje met dito broekje aan en ik zal gaan.

Door de donkere straten van Almaty wandel ik naar nightclub Esperanzo. Die rechttoe rechtaan straten alhier, maken het onmogelijk te verdwalen, zelfs op mijn eerste dag hier in het donker. Bovendien, de nightclub is zo dichtbij dat verdwalen sowieso niet mogelijk is. In een ommezien sta ik voor de deur. Alleszins vriendelijk word ik door de uitsmijter richting de club geloodst. Geen face control nota bene. Of, zo schiet door mij heen, misschien is mijn outfit wel dusdanig fancy dat ik uitstekend binnen de doelgroep pas.

Op het ritme van de beats stap ik de discotheek binnen. Ik kijk om me heen en zie in de duisternis dat er maximaal tien mensen zijn. Niemand danst nog. Iedereen zit op een stoel of op een comfortabelere bank. Even kom ik in de verleiding de avond met een dansje te beginnen. Maar ik weersta mijzelf en in plaats hiervan zetel ik mij op een luxueuze sofa. Meteen staat een gastvrouw naast me die mij kenbaar maakt dat deze zitplaats 20.000 tenge (zeg maar 100 euro) kost. Iets te gortig, concludeer ik. Per slot van rekening, die stoelen vijf meter verderop lijken ook prima.

Typisch een plek om geen bier te drinken. Het zou hier niet eens smaken. Daarom bestel ik een whisky. Terwijl ik aan mijn dure vocht nip, kijk ik rond. Er mogen dan weliswaar slechts tien mensen zijn, het is wel degelijk vermakelijk. Net voor mij zitten drie mannetjes, ik schat ze op maximaal 25 jaar, wèl op zo’n dure sofa. Een fles wodka en veel voedsel op tafel. Bij voortduring aan een sigaret lurkend. Alle drie vadsig en vettig. Constant en hoopvol kijken ze richting ingang. Duidelijk in afwachting. Ik nip voort en vind, ondanks de luide beats, rust in mijn systeem. Langzaam maar zeker loopt de tent vol. Zonder uitzondering hele jonge mensjes. Zonder uitzondering ook hip en duur gekleed. Overduidelijk de kinderen van de plaatselijke elite die hier op maandagavond uit hun dak zullen gaan.

Opeens rumoer op de sofa voor mij. Drie, laat ik gewoon duidelijk zijn, ultrastrakke dames in sublieme outfits melden zich. Het geduld van ‘mijn’ mannetjes is beloond. Hun vadsige lijven veren op. Hun monden verworden tot de breedste glimlach. Eén van de mannetjes deelt rode rozen uit. Een ander bestelt champagne, cocktails en meer voedsel. Geld koopt mooie vrouwen, het blijkt wederom.

Inmiddels is de tent echt vol aan het geraken. Met elke gast schroeft de DJ, overgevlogen uit Moskou, het volume en het tempo van de muziek verder op. Van het ene op het andere moment staat de dansvloer vol. Zelfs de vadsige mannetjes melden zich aan het front. Rondgierend testosteron maakt ze tot halve woestelingen. Opeens hebben ze geen oog meer voor hun nieuwverworven schoonheden, maar nog slechts voor zichzelf. Ze dansen voor de spiegels die midden op de dansvloer zijn geplaatst. Kickend op zichzelf. Nog steeds met dezelfde glimlach rond de lippen. Ze zijn niet de enigen overigens. Een ieder verdringt zich rondom de spiegels. Een ieder danst alleen.

Hoog zomer in Almaty en ik denk aan schaatsen. Heel bijzonder! Vooral omdat ik, als het hartje winter is in Nederland, hoe dan ook niet aan schaatsen denk. Vreselijk vind ik dat. Schaatsen. En hier, ver weg in Kazachstan, krijg ik de gedachten hieraan niet uit mijn systeem. Wel realiseer ik me dat dit, wederom, een voorbeeld is dat ook voor mij de jaren voortschrijden. Geen (echte) jongere zal het in zijn of haar hoofd halen Almaty te linken met schaatsen. Immers, Heerenveen, Calgary, Salt Lake City zijn de tegenwoordige schaatshoofdsteden van de wereld. Maar ik ben hier in Almaty en ik denk schaatsen. Sterker nog, een nostalgisch gevoel bekruipt me en de herinneringen uit vervlogen tijden zijn talrijk.

      

Bus nummer 6 brengt mij vanaf het centrum van de stad naar de Medeo vallei. Een ritje van een half uur waarbij de weg uitsluitend omhoog loopt. Als ik uitstap, merk ik dat het hier aanmerkelijk kouder is dan beneden in de stad. Het voelt alsof het vriest, al lijkt dit me, in augustus, hoogst onwaarschijnlijk. Wel sta ik letterlijk naast de wonderbaan die Medeo heet. Nu begint mijn fantasie echt een loopje met me te nemen. Want bijna zie ik Igor Zhelezovski (ook bekend als Igor de Verschrikkelijke) hier, voor mijn ogen, al zijn tegenstanders verpulveren op de 500 meter. Behalve dan natuurlijk Uwe-Jens Mey omdat die niet verpulverbaar was. Zelfs niet door de verschrikkelijke Igor.

Schaatsen zit er niet in vandaag. Niet alleen omdat het weer het niet toelaat, ook omdat de baan onder constructie is. Overal lopen mannetjes in overalls. Vrachtauto’s met zand rijden af en aan. En van alle kanten hoor ik geklop, geboor, gefrees en getimmer. Met man en macht wordt hier gewerkt. Zoveel is wel duidelijk. En pottenkijkers zijn hierbij niet welkom, lijkt het. De hele wonderbaan is namelijk omgeven door een metershoog hek. Met slechts enkele, door bewakers in de gaten gehouden, openingen voor de vrachtauto’s.

Mijn ambitie één keer in mijn leven als Igor Zhelezovski over Medeo te snellen is echter behoorlijk. Een metershoog hek en bewaakte toegangen kunnen mij, vanzelfsprekend, niet tegengehouden. Per slot van rekening, ik zou het ijs hebben kunnen ruiken, zou het er hebben gelegen. En dus loop ik langzaam maar met zekere tred richting één van de ingangen. Als ik langs de bewakers loop, glimlach ik vriendelijk maar resoluut. Ze zijn aan het eten, zie ik. Dat is niet bepaald een nadeel, zo denk ik nog. Maar alvorens ik uitgedacht ben, staat één der mannetjes al voor mijn neus. Hij maakt me, zonder omwegen, duidelijk dat ik niet verder mag. De entree van Medeo is veertig meter verderop! Nota bene! Maar ik word tegengehouden door een plichtsgetrouwe diender.

Ik glimlach nogmaals en wijs naar de ingang van Medeo. Daarheen wil ik gaan. Hij volgt mijn blik en schudt vervolgens het hoofd. Neen! In roestig Russisch begin ik mijn verhaal over Nederland schaatsland. Over Zhelezovski en Uwe-Jens Mey. Het mag niet baten. Sowieso, het knakkertje is veel te jong om deze sprintkanonnen uit vervlogen tijden te kennen. Bovendien, wat weet een gemiddelde Kazach van schaatsen. Ik vermoed bitter weinig.

Voor de poorten van de Medeo-hemel maak ik rechtsomkeert. De deur gewezen door een Kazachse beveiligingsbeambte. Vandaag zal ik niet in de voetsporen treden van de verschrikkelijke Igor. In plaats daarvan vertrek ik, met de staart tussen de benen, naar omhoog. Want, zo vertelt deze hemelbewaarder, als ik de weg naar boven vervolg, kom ik vanzelf op een plek waar ik Medeo kan zien. ‘Vreemd’, denk ik, ‘is het mogelijk hoger te geraken dan de hemel?’ Ik grimas en vertel hem, niet eens meer in het Russisch, dat dit een wel hele schrale troostprijs is.