Archive for January, 2013

Lang geleden, toen ik nog jong was, kende oudejaarsavond altijd hetzelfde ritueel. Veel bier om het oude jaar uit te luiden en nog veel meer bier om het nieuwe jaar in stijl aan te vangen. Simpel, doeltreffend en aangenaam. Vooral als ik tussendoor nog ergens een leuk meisje kon opscharrelen. Kon er een betere manier zijn om het nieuwe jaar beginnen? Nee, natuurlijk niet. Twintig jaar is dit geleden. Minimaal. Toch, vanavond dwalen mijn gedachten onwillekeurig af naar destijds.

Het is inmiddels kwart voor twaalf en voorzichtig nip ik aan mijn eerste alcoholische versnapering van de avond. Een, godbetert nog aan toe, cognacje. Van Oezbeekse makelij. Dronken of aangeschoten, het mag duidelijk zijn, ben ik in de verste verte niet. Destijds wilde en kon ik, op dit tijdstip van het jaar, niet meer nadenken. En nu? Nu zit ik aan een tafel, rijkelijk gevuld met tal van Russische, Oezbeekse en Koreaanse heerlijkheden, gezellig te keuvelen met grijsharige tantes. Tantes van mijn vriendin. Ze praten over familieleden die ik nog nooit heb gezien. Van wie ik zelfs nog nooit heb gehoord. Opeens realiseer ik me dat ik mijn wilde haren, letterlijk en figuurlijk, definitief ben kwijtgeraakt. Ik vermaak me namelijk prima. Ik glimlach om hun verhalen. Moedig ze aan meer te vertellen. En vertel zelf, tot groot genoegen van mijn tafeldames, in mijn roestig Russisch, soortgelijke verhaaltjes over mijn familie.

Om tien voor twaalf verstomd het gesprek. De TV, tot nu slechts figurerend op de achtergrond, geniet opeens alle aandacht. Een boodschapper van Karimov, de Oezbeekse president, leest een nieuwjaarsboodschap voor. Gekleed in een donker pak en een strenge stropdas presenteert hij de boodschap van Karimov aan de Oezbeekse burgers. Geen idee wat hij zegt, althans ik versta geen woord van hetgeen hij verkondigt. Maar zijn monotone stem en zijn strenge gezichtsuitdrukking maken mij duidelijk dat het hier een serieuze boodschap betreft. De laatste tien minuten van 2012 luistert het ganse Oezbeekse volk naar deze sombere man. Wat een manier het oude jaar uit te luiden. Mijn tafelgenoten zijn weliswaar stil, toch heb ik het idee dat ze niet luisteren. Alsof ze al weten wat er gezegd zal worden. Alsof ze al weten dat het allemaal loze woorden zijn.

Om klokslag twaalf uur klinkt het Oezbeekse volkslied, vergezeld van beelden van glimmende combines, goudgele graanvelden, prachtig verlichte straten, een stralende Karimov te midden van enorme katoenvelden en moderne fabrieken. Oezbekistan, zo lijkt het, is de parel van Centraal-Azië. Oezbekistan, zo schijnt, ontwikkelt zich in rasse schreden tot een modelstaat waar een ieder met plezier woont.

Eerder vandaag maakte ikzelf kennis met Chirchik, een stad met ongeveer 200.000 inwoners op zo’n 40 kilometer van de hoofdstad Tasjkent. En ik realiseer me nu dat de beelden die ik op TV zie in volledige tegenspraak zijn met de realiteit van alledag alhier. Hier glimt helemaal niets. Hier is alles grauw, grijs, smoezelig en oud. Vervallen flatgebouwen, schreeuwend om een nieuwe verflaag bepalen het uitzicht. De wegen, weliswaar bedekt onder een fiks pak sneeuw, zijn niet onderhouden en vol met kuilen en gaten. Roestige klimrekjes en glijbaantjes op het plein bij de kleuterschool zijn ook niet bepaald uitnodigend. In het onverwarmde café, waar ik voor vijftien eurocent een pot thee bestelde, zat ik op een gammele stoel te midden van rokende en drinkende Oezbeken. Ook zij glommen niet. Ook zij geloofden niet in die veelbelovende toekomst van Oezbekistan. Dit kon ik eenvoudigweg lezen op hun gezichten.

De propagandamachine van Karimov. Het maakt me misselijk. Hoe kan een president zo zijn land verloochenen? In het Museum van de Oezbeekse Geschiedenis in Tasjkent las ik deze uitspraak van Karimov: ‘The World is vast, there are many countries, but our Uzbekistan is unique. This wonderful and sacred land was created for us. This thought should inspire all our hearts and provide the reason for our lives.’ Hoe kan een president zoiets zeggen? Terwijl hij zichzelf verrijkt, voor zichzelf een paleis heeft laat bouwen in Bukhara, verpauperd het land en straalt het treurnis uit. Boos maakt het mij. Maar ik ben de enige. Want ik merk dat mijn tafelgenoten al lang niet meer kijken.

En dan denk ik opeens weer aan die biertjes van vroeger. Aan het feestje dat ik samen met mijn vrienden bouwde. Aan de onbevangen sfeer en de grappen en grollen. Zou het niet fantastisch zijn wanneer de bevolking van Chirchik op eenzelfde manier het oude jaar zou kunnen uitluiden? Maar het mag niet. En het kan niet. Want de plaatselijke disco’s blijven dicht. Op last van de autoriteiten.

Advertisements