Archive for October, 2011

Prachtig herfstweer is het in Moskou. Te prachtig om in de stad te blijven, zo besluit ik. Weliswaar kleuren ook de bladeren aan de Moskouse bomen velerlei, maar het beton en het asfalt overheersen te zeer om die kleurenpracht echt op waarde te kunnen schatten. En dus pak ik mijn koffertje eens in. Op naar oorden waar de natuur haar gang kan gaan en niet wordt belemmerd door een overvloed aan mens en machine. Het mooie is dat die immense stad Moskou wordt omringd door een nog immenser platteland. Gewoon een kwestie van een trein pakken, richting noord, oost, zuid of west. Het maakt allemaal niet uit waarheen ik ga.

Met deze gedachten in mijn hoofd en met de koffer in mijn hand sta ik op het metrostation. Te midden van een enorme mensenmassa die allemaal op weg zijn naar hun jungle. Van beton. Ik glimlach in mezelf. Want ik weet dat ik over een paar uurtjes in Suzdal ben. De parel aan de ketting die bekend staat als de Gouden Ring, een aantal steden die ten oosten van Moskou liggen. ‘Gouden’ slaat op de tijd, lang geleden, toen Moskou nog niet de hoofdstad van Rusland was. Zelfs op de tijd toen Rusland nog geen natie was. Destijds waren deze steden belangrijk en haar bestuurders machtig en invloedrijk. ‘Ring’ verwijst naar de geografische ligging van deze steden. Een blik op de wereldkaart van Rusland leert dat ze, door het trekken van een cirkel, met elkaar te verbinden zijn. Al deze steden ademen tegenwoordig nog geschiedenis. Al zijn erbij waar je tegelijkertijd giftige dampen van oude Sovjetindustrie of moderne industrieën inademt.

Al snel laat ik de metromassa achter me en wissel ik deze in voor de relatieve rust van de trein. Die Russische trein die me altijd doet dagdromen over plekken, dagen reizen van Moskou. Over toendra, taiga, leegte, Siberië en Kamtsjatka. Vandaag is dit alles niet aan de orde. Suzdal, of beter gezegd Vladimir, want een treinstation kent Suzdal niet, is maar een uurtje of drie treinen. Een kippeeindje dus, voor Russische begrippen. In een gezapig tempo tuffen we naar het oosten. Van de conductrice koop ik een theetje voor 25 eurocent – wie zegt toch dat Rusland een duur land is? Onderwijl kijk ik uit het raam en zie al vrij snel de flats van Moskou plaatsmaken voor vervallen stationnetjes en rommelige periferie. Niet veel later door houten huisjes, landerijen, bomen. Hoe groot Moskou ook mag zijn, in een ommezien ben ik op het platteland.

In Vladimir, ook een van de steden van die Gouden Ring, wissel ik de trein in voor een bus. Jammer genoeg is deze al tjokvol als ik instap. En dus moet ik staan. Als ik om me heen kijk, zie ik allemaal Russen, die blijkbaar ook naar Suzdal willen. Vreemd, denk ik, Suzdal is niet groter dan Oude Pekela of Surhuisterveen en bovendien een plek waar, althans in mijn herinnering, nooit iets gebeurt. Waarom al die Russen er dan heen willen? Een klein uurtje later zijn al deze gedachten overbodig. Die Russen willen natuurlijk gewoon de skyline van Suzdal zien. Hoe vanzelfsprekend! Uivormige kerktorens in allerlei kleuren, witte kerkjes, de kleuren van de herfst, riviertjes en houten huizen. Dit is het panorama van Suzdal. De zon en de strakblauwe lucht maken het sprookje compleet. Verbaasd hap ik de frisse Suzdalse adem in. Mijn herinneringen waren overduidelijk wat vervaagd.

In alle rust wandel ik door het stadje, op zoek naar een plek om te slapen. Het lijkt wel alsof hier meer kerken staan dan mensen wonen. Van de eerste zie ik er in ieder geval meer. Na verloop van tijd zie ik een bord waarop een ‘komnata’ (kamer) wordt aangeprijsd. Precies wat ik zoek. Ik loop in de richting die staat aangegeven en klop op de deur van een van die houten huisjes. Een Suzdalse schone opent de deur en heet me welkom. Ze glimlacht vriendelijk en vertelt me dat ze nog een kamer heeft. Natuurlijk heeft ze die nog, het seizoen is namelijk voorbij. Als ik naar binnenstap, schiet een dozijn katten alle kanten uit. Helemaal het recht alleen heb ik hier dus blijkbaar niet. Het huis is klein, oud, vervallen, scheef, te warm, harig, stoffig maar wel schoon. Het bed kraakt prachtig als ik erop ga zitten. Het doet me denken aan Hans en Grietje. De sprookjeswereld die Suzdal heet, houdt overduidelijk niet op bij de voordeur. Ik knik verheugd en vertel mijn gastvrouw dat ik hier met graagte een nachtje doorbreng.

Advertisements

Twintig jaar geleden, toen Rusland nog de Sovjet-Unie was en het Moskouse kapitalisme zelfs nog niet in de kinderschoenen stond, stond hier – op een steenworpafstand van het Rode Plein en het Kremlin – ook al het  warenhuis ЦУМ (TSUM). Wat heet, dit warenhuis staat hier al sinds 1909, toen de tsaren het nog voor het zeggen hadden. Al ruim een eeuw dus staat deze joekel van een gebouw al in het centrum van Moskou. Het is dan ook niet overdreven te stellen dat TSUM heel wat stormen, revoluties en veranderingen heeft doorstaan. Maar ongemerkt is de tand des tijds niet aan haar voorbijgegaan. Bepaald niet.

    

Een eeuw geleden stond de M van TSUM voor Mагазин (winkel), tegenwoordig staat dezelfde M voor Модный (mode). Het geeft een redelijk beeld van de ontwikkeling van de afgelopen honderd jaar. Toen was TSUM een warenhuis waar de gemiddelde Rus, met een beetje geluk, iets nuttigs kon kopen. Een paar nieuwe schoenen, een feestelijke jurk, een modieuze tas of  een net kostuum. Natuurlijk, alles gemeten volgens Sovjet maatstaven. Tegenwoordig zijn al deze waren hier nog steeds volop te koop. Maar de Russische Henk en Ingrid kunnen hier alleen naar kijken. Iets aanschaffen is een illusie, een dagdroom en een jaarsalaris.

Wat trouwens niet veranderd schijnt te zijn is de indeling. TSUM bestaat uit talloze kleine winkeltjes die allemaal hun eigen specialiteit kennen. In de ene winkel staat het horloge centraal en in een andere vind je louter tassen of schoenen. Je moet dus, om een compleet nieuwe garderobe aan te schaffen, bij heel wat winkeltjes naar binnen.

Het is weliswaar nog alleraardigst weer hier in Moskou vandaag. Toch besluit ik die laatste zonnestralen van het jaar te laten voor wat ze zijn en me in plaats hiervan te vergapen aan de luxe tentoongesteld in dit warenhuis. Per slot van rekening, ik heb al de hele zomer kunnen genieten van de zon en de Moskouse blauwe luchten.

Eerlijk gezegd, ik vraag me bij binnenkomst meteen af wat ik hier in godesnaam aan het doen ben. Heb het sowieso al niet zo op tasjes en horloges. En ook feestelijke jurkjes, ringen, colliers en dergelijke kunnen me maar matig bekoren. Blijft over de schoenenwinkels. Deze zijn weliswaar talrijk in aantal, maar de hele middag dure schoenen kijken is wel wat erg karig en eenzijdig. Als ik mezelf wat wil vermaken vanmiddag, kan ik heel veel beter een list verzinnen. Ik neem me dan ook voor, als een Russische nouveau riche, alle winkeltjes binnen te gaan en te doen alsof ik al het aangebodene bijzonder interessant vind.

Mijn eerste stop is een horlogewinkel. Een alleraardigste dame glimlacht haar breedste glimlach naar me. Ik mompel een warempel in mezelf. Is het dan zo dat Russen wel glimlachen als ik mijn oog laat vallen op een horloge van ruim € 30.000 euro? Wat zeg ik, één horloge? Voor mijn ogen draaien tientallen horloges, tergend langzaam hun rondjes. Alsof ze me willen vertellen dat ze gemakkelijk te pakken zijn. Gewoon even de creditcard gebruiken. Als ik een stap dichterbij kom, blijkt het toch niet helemaal zo te zijn. Schielijk trekken alle horloges zich plotsklaps terug in hun hol, alsof ze bang zijn voor al te grijpgrage handjes. De verkoopster glimlacht intussen onverdroten voort. Bijna ongemerkt drukt ze op ergens op een knop zodat de horloges allemaal weer tevoorschijn komen. Blijkbaar zegt haar verkopersinstinct dat deze buitenlander wel eens zou kunnen toehappen. Ook al glimlachend, wijs ik haar een oranje horloge, vraagprijs 1.350.000 roebel (€ 31.500) en een groen exemplaar voor dezelfde prijs. Ik wil ze wel eens om, misschien zijn ze inderdaad onweerstaanbaar. En ik moet toegeven dat ze me goed staan. Zo pas ik ook nog een blauwe, witte, zwarte, rode en allemaal doen ze het goed.

Ergens halverwege deze sessie stapt een familie – man, vrouw en zoontje – binnen. De man loopt in een soort van joggingbroek, dus in eerste instantie denk ik nog dat hij verdwaald is. Maar alras begrijp ik dat dit niet het geval is. Want in hun voetsporen volgen twee brede mannetjes met spiedende oogjes en ‘oortjes’ in. Echte Russische nouveau riche, vermoed ik. De man loopt recht op zijn doel af en wijst op een, ongetwijfeld, bijzonder duur horloge. Nieuwsgierig laat ik mijn horloges voor wat ze zijn en begeef me zo achteloos mogelijk richting de familie. Maar aan de aandacht van de twee Jerommekes ontsnap ik niet. Met hun adelaarsogen kijken ze me doordringend aan. En zonder woorden vertellen ze me dat ik vooral niet moet blijven plakken. Wat daar gebeurt, zijn mijn zaken niet. Toch zie ik evengoed dat, binnen een paar minuten, de familie weer vertrekt. Een horloge rijker en ongetwijfeld flink wat roebels armer. 

De rest van de middag loop ik rond te midden van Guchi, Dolce Gabana, Luis Vuitton, Schumacher, Loro Piana, Armani Collezioni, Marni, Miu Miu, Costume National, Malo, Elie Tahari, Laundry, Corneliani, Balenciaga, Emilio Pucci, Chanel, Dior, Lancome, Guerlain, Serge Lutens, Creed, Comptoir Sud Pacifique, Hermes, La Mer, La Ric, Revive, Kanebo, Aesop. Soms is het alleraardigst charmant, altijd is het opzichtig duur. Eerlijk gezegd, na een uurtje of twee heb ik het wel gezien. Ik laat TSUM voor wat het is en vertrek. Met lege handen.