Archive for July, 2012

En weer is het zaterdagavond in Moskou. En dan, ik kan de klok erop gelijk zetten, begint dat gevoel weer de overhand te krijgen. De-drang-om-te-gaan-gevoel. Naar oorden waar de oppervlakkige schoonheid regeert. Waar patserig gedrag de norm is. Waar het uiterlijk leidt en het innerlijk lijdt. God allemachtig, waarom krijg ik dat gevoel niet onder controle? Waarom nog steeds die tintelingen in mijn lichaam? Ik ben, per slot van rekening, de puberjaren al eventjes ontgroeid. Maar hoe ik het ook probeer, het lukt me niet. Mijn ratio is kansloos tegen mijn instinct.

En dus ga ik. Natuurlijk ga ik. Dat wist ik al de hele week. Op naar de GQ Bar, een hip restaurant annex bar waar de rijkere Moskovieten hun roebels met graagte spenderen. De portier opent de deur en glimlacht me naar binnen. Recht in de armen van een alleraardigste dame. De gastvrouw. Ze vraagt me of ik heb gereserveerd. Ik schud ontkennend. Vreemde vraag, denk ik bij mezelf. Want in het restaurant lijkt helemaal niemand te zitten. En in de bar is het, met een mannetje of tien, ook niet bepaald druk. Zonder mijn antwoord af te wachten, leidt ze me naar de bar. Een man alleen in een leeg restaurant laten plaatsnemen, is waarschijnlijk te ongepast. Ik neem plaats op een barkruk, bestel een glas rode wijn en kijk rond. Het wijntje is prima, wat overigens ook wel mag voor 15 euro, maar voor de rest is het niets. Stilte en saaiheid spelen hier de eerste viool. En dus giet ik mijn wijntje achterover en vertrek.

De taxichauffeur vraagt 2.000 roebels (50 euro) voor een ritje naar elders in de stad. Altijd hetzelfde tafereel bij die zogeheten hippe clubs. Daar waar ik normaliter voor 500 roebels de hele stad kan doorkruisen, betaal ik nu vier keer zoveel voor een ritje naar om de hoek. Ik negeer hem dan ook. Ergens verderop vind ik wel een Lada.

Ik besluit naar mijn oude, vertrouwde Soho Rooms te gaan. Weliswaar, een typisch voorbeeld van een club waar iedereen maximale arrogantie uitstraalt en waar iedereen probeert net iets hipper te zijn dan in werkelijkheid. Maar die oppervlakkige nonsens is af en toe wel lollig. In ieder geval, hier zijn op zaterdagavond altijd een heleboel mensen.

Met een niet al te poenerige Lada vlak voor de ingang uitstappen, is doorgaans niet al te slim. Het doet de kansen op het overleven van de face control hoe dan ook aanzienlijk slinken. Daarom wandel ik de laatste 100 meter, langs Range Rovers, een Porsche, een agressieve Jaguar en een luxe Mercedes. Precies. Niets verandert sinds de laatste keer. Ik meld me bij de deur. Zoals altijd staan er wat brede mannetjes in donkere outfits. En zoals altijd kijken ze nors. Ook dit weet ik al. Glimlachen, niet te zelfverzekerd kijken en netjes antwoorden op eventuele vragen. Onderwijl mag ik natuurlijk denken wat ik wil. Poppenkast, dat is het. Maar als het mannelijk oog iets wil deze avond, dan zit er niets anders op dan mee te spelen.

Als ik aan de beurt ben, vraagt Jerommeke of ik een reservering heb. Ik schud mijn hoofd. Dan wordt het stil. Blijkbaar vindt er topoverleg plaats. Want het mannetje hier voor mij beslist niet over mijn toelating tot dit walhalla. Hierover gaat het opperhoofd, dat elders zit. In een kamer vol met camera’s en andere meetapparatuur, zo stel ik me voor. Na enkele minuten (of misschien zijn het maar seconden) komt het antwoord. Ik mag naar binnen als ik stante pede een tafel reserveer. Kosten precies 1000 euro. Het alternatief is vertrekken. Rechtsomkeert maken. Ik doe nog een manmoedige poging hem te overtuigen me toe te laten tot de bar. Maar hij is onvermurwbaar. Duizend euro of vertrekken. Ik vervloek hem grondig. Mijn oude, vertrouwde Soho Rooms probeert me hier duizend euro uit mijn zak te troggelen. Ik schud mijn hoofd opnieuw. En vertrek. Schone schijn op zaterdagavond is best aangenaam. Maar niet tegen zo’n prijskaartje. En zo sta ik nog steeds met lege handen. Een score van nul uit twee. Bepaald ongebruikelijk.

Opnieuw volgt hetzelfde spel. Mannetjes prijzen schreeuwend hun taxi aan. Vanzelfsprekend, 2.000 roebels is de vraagprijs. Ik schud ze opnieuw van me af en stop een Lada. Gipsy zeg ik tegen hem. De volgende club waarop ik mijn oog heb laten vallen. Uit betrouwbare bron heb ik weliswaar vernomen dat Gipsy ietwat nep is. Een plek waar de Luis Vuitton tasjes niet echt zijn en waar Prada nog niet is doorgedrongen. Maar goed, ik weet het even niet meer. Geen zin nogmaals de deur te worden gewezen. Daarvan ben ik zeker.

Gipsy is een club in het zogeheten Krazjni Octjaber (Rood Oktober) district. Een eiland in de Moskva rivier waar een groot deel van jong Moskou de roebels placht uit te geven op zaterdagavond. En dat blijkt ook wel. Ruim na middernacht staat er op de toegangsweg naar hier een heuse file. Ik  besluit uit te stappen en het laatste stukje te lopen. En dan zie ik dat, ondanks het abnormale tijdstip, het toch vooral een normale file is. Met normale auto’s. Een Nederlandse file, zeg maar. En plotseling voel ik me opgewekt. Dat zogenaamde überhippe gedoe van die zogenaamde überhippe mensjes hangt me opeens mijlenver de keel uit. Doe mij vooral zo’n file gevuld met Ford, Opel, Nissan en Volkswagen. Lekker normaal. Met normale jongelui die blij meezingend met een Russische kraker hun uitgaansavond inluiden. Het mag dan zijn dat de Vuitton tasjes nep zijn hier, de mensen zijn een stuk echter dan daar in Soho.

Het is een zomerse zondag. Mensen flaneren in Gorki Park. Happen van ijsjes en suikerspinnen. Staan in de rij voor een chatsjapoeri en limonade. Liggen languit op het gras. Spelen pingpong of trappen langzaam een waterfiets voorwaarts op het meertje. Iedereen doet zijn of haar ding, zonder zich te bekommeren om die andere. Zoals het hoort in een grote stad. Heel gewoon. Doodgewoon.

Toch is het bepaald geen doorsneedag voor Moskou. Eerder het tegenovergestelde. Het is een dag waarop historie wordt geschreven. Vandaag namelijk is de dag dat Moskou definitief uit zijn voegen barst. De grenzen van de stad definitief worden opgerekt. En hoe! Moskou, met een oppervlakte van 107.000 hectare (niet veel kleiner dan onze provincie Utrecht) is bepaald al geen kleine stad. Sinds vandaag zijn er maar liefst 140.000 hectare (een ruime provincie Utrecht) aan toegevoegd.

Als ik er goed over nadenk, vind ik het eigenlijk nog indrukwekkender. Toegegeven, ik moest opzoeken wat dit nu eigenlijk betekent, 140.000 hectare. Maar het is dus heel wat. Althans, voor Nederlandse begrippen. In het  enorme land Rusland is het natuurlijk maar een plukje aarde.

Tot vandaag kon je, ten zuidwesten van Moskou, stadjes vinden als Troitsk, Kokoshkino en Shcherbinka. Omgeven door bossen en landerijtjes. Langs smalle en slecht onderhouden wegen probeerden oude mannetjes en vrouwtjes groente en fruit van eigen bodem aan de man te brengen. Bij vervallen bushaltes stonden mensen te wachten op een al even vervallen bus. Dit was het leven in de zogeheten Moscow region, bijna letterlijk op een steenworpafstand van Moskou. Toch, het verschil met de Moskouse werkelijkheid kon bijna niet groter zijn.

En nu, op deze zomerse zondag, zijn deze twee werelden opeens een geworden. Natuurlijk, voorlopig blijven die oude mannetjes en vrouwtjes nog wel aan de kant van de weg staan. Zijn ook die bomen nog niet allemaal gekapt. De wegen nog niet van een glimmend nieuwe asfaltlaag voorzien. Natuurlijk niet. Maar als de plannen van de overheid werkelijkheid zullen worden dan gaat hier op (korte) termijn wel het een en ander veranderen.

Ergens is het logisch, die samensmelting. Immers, Moskou loopt al jaren tegen de grenzen van haar eigen groei aan. Enorme files, overvolle metro’s, luchtvervuiling en chagrijnige mensen tot gevolg hebbend. Bovendien, de prijzen van onroerend goed rijzen op een verschrikkelijke manier de pan uit. De markt is dusdanig verziekt dat het voor een normale sterveling een illusie is een fatsoenlijk appartement te kopen.

Dat slimme projectontwikkelaars dan hun ogen laten vallen op het nabijgelegen rustige, groene en dunbevolkte gebied lijkt onvermijdelijk. Dit gebied ontwikkelen is toch de manier om Moskou van bovengenoemde problemen te verlossen? Of in ieder geval het leven in deze grote, boze stad een stuk te veraangenamen? Maar hoe de mensen te vermurwen die overvolle stad te verlaten en deze in te ruilen voor het aangename Russische platteland? Want ondanks de bovengenoemde nadelen, wil niemand natuurlijk uit Moskou vertrekken. En al zeker niet naar een plek waar de tijd al jaren heeft stilgestaan. Want als er iets is dat een Rus niet wil, dan is het terugreizen in de tijd.

Maar die slimme projectontwikkelaars hebben inmiddels de roebeltekens in hun ogen. Dit gebied schreeuwt om ontwikkeling, vinden ze.  En daarom schreeuwen zij intussen tegen de machthebbers dat zij de oplossing voor alle Moskouse problemen hebben. Want zonder steun van het Kremlin is zelfs de slimste ontwikkelaar volstrekt kansloos. Hoe dit proces zich vervolgens precies voltrekt, blijft gissen. Achterkamertjes politiek van het zuiverste soort. Alhoewel, met een beetje fantasie is het tot op zekere hoogte wel te bevatten.

Ergens begin 2011, vermoed ik, kwam Ontwikkelaar X eens op de thee bij Politicus P. Uitleg over de problematiek van Moskou hoeft X niet te geven. Dit aanschouwt P dagelijks op zijn weg naar het Kremlin. Niet dat hij er zelf meteen heel veel last van heeft, overigens. P heeft namelijk het voorrecht een blauwe sirene op zijn auto te mogen plaatsen waardoor iedereen hem altijd en overal voorrang verleent in Moskou. Voor P wijkt de file. Maar toch raakt P al snel geïnteresseerd in X, vermoed ik. Vooral als X met het voorstel komt sommige ministeries te verhuizen naar het Nieuwe Moskou. Zo kan het nieuwe deel zich ontwikkelen. In het kielzog van de ministeries zullen bedrijven volgen, mensen, het openbaar vervoer zal zich ontwikkelen, de infrastructuur zal verbeteren etc. En dus zegt P spontaan ja tegen dit voorstel. Een klein beetje om de Moskouse problemen te verlichten. En een klein beetje meer om zelf een graantje te kunnen meepikken. Zo vermoed ik. En dus kondigde het Kremlin, een jaartje geleden, de ontwikkeling van het Nieuwe Moskou aan. Per 1 juli 2012.

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de machthebbers hun best doen de bevolking van het Nieuwe Moskou voor zich te winnen. Zo worden de pensioenen opgetrokken van het niveau van de‘Moscow region’ van 8,000 roebels (€ 200) naar het Moskou minimum van 12,000 roebels (€ 300). Een aanzienlijke verhoging inderdaad. Bovendien zullen dankzij omvangrijke investeringen in dit gebied, althans volgens Medvedev, de levensstandaard  worden opgekrikt, banen worden gecreëerd en ziekenhuizen en klinieken worden gebouwd. Maar de bewoners, inmiddels gewend aan de mooie praatjes van het Kremlin en al evenzeer aan de minder mooie daden, zijn sceptisch. Eerst zien dan geloven. En zoals een van de bewoners het verwoordde: ‘van onze huizen en onze bossen moeten ze, hoe dan ook, afblijven’. En dit, zo vermoed ik, is een illusie.