Archive for April, 2011

Hier loop ik dan. De hele ochtend lang al zelfs. Nog geen enkele keer ben ik links of rechts gegaan. Ik loop eindeloos rechtdoor. De hoofdstraat van Minsk lijkt geen eind te hebben want ook na al die uren is deze nog niet in zicht. Hoopvol kijk ik rond. Immers, dit is de stad waar ‘Igor de Verschrikkelijke’ ook wel bekend als ‘De beer van Minsk’ geboren werd. En zou het niet fantastisch zijn dat ik hem, hier in zijn geboortestad, tegen het lijf loop? Ik vind van wel. Nu moet ik eerlijk toegeven dat de kans op succes tamelijk klein is. De stad is groot. Heel groot. En er lopen verdomd weinig mensen op straat. Mijn Sherlock Holmes blik mag dan Igor vooralsnog niet ontwaren, tegelijkertijd ontdek ik wel allerlei in deze stad.

Die hoofdstraat is als een soort van zesbaanssnelweg door de stad. Alleen de vele stoplichten maken dat op hoge snelheid rondracen geen optie is. Voor het overige zijn er volgens mij geen obstakels. In ieder geval is de hoeveelheid auto’s op deze ochtend bepaald beperkt. Misschien omdat de ochtendspits voorbij was op het moment dat ik aan mijn wandeling begon? Heel wel mogelijk. Ook de trottoirs aan beide kanten van de snelweg zijn behoorlijk ruim bemeten. Voor de weinige voetgangers, vind ik, zijn die vierbaanstrottoirs ietwat overdreven. Aan de andere kant, het is natuurlijk ook allemaal heel begrijpelijk. Zoals bijna overal in de voormalige Sovjet-Unie is er gewoon veel ruimte. En waarom zou je dan je wegen en trottoirs niet echt breed maken?

      

Op  vele plaatsen zie ik overblijfselen uit de Sovjet-Unie. Ze zijn talrijk durf ik zelfs te stellen.  In die hele, hele lange straat zie ik er al tientallen. Beelden van helden van weleer. Aan gevels geplakt. In parken geplaatst. Hamers en sikkels. Mozaïeken van gespierde mannen die glimlachend hun arbeid verrichten op de landerijen. Behalve ikzelf loopt een ieder er achteloos aan voorbij. Niemand keurt ze ook maar een blik waardig. Alhoewel, dit hoeft niet meteen met die beelden te maken te hebben. Eigenlijk keurt niemand iemand ook maar een blik waardig. Iedereen loopt van A naar B zonder te kijken. Als een automatisme stapt iedereen voorwaats. Misschien is dit wel de reden dat die trottoirs zo breed zijn? Het is simpelweg ter voorkoming van talloze botsingen.

Toch, ik verbaas me over het gebrek aan activiteit en actie. Dit is de hoofdstad van Wit-Rusland maar het ademt rust en platteland. Waar zijn al die mensen? In de gerieflijke woontorens die in een voortdurende rij aan beide kanten van deze straat staan? Het kan natuurlijk. Want ik moet toegeven dat het hier, zo eind maart, nog niet bepaald gerieflijk en aangenaam is. De gure wind, die vrij spel heeft in de brede straten, zorgt voor een voortdurende druppel aan mijn neus. En de zon is ook al verscholen achter een dik en grijzig wolkendek. Typisch een kwestie van jammer. Alhoewel, misschien is het ook maar beter. Zo kleurig en fleurig is deze stad niet. De zonnestralen zouden de harmonie slechts verbreken. Nu past alles. Terwijl ik blijf uitkijken naar de verschrikkelijke Igor zie ik dat zelfs de kleding van de lokale bevolking naadloos aansluit bij de grijze omgeving. Oranje is toch de modekleur dit voorjaar? Het is duidelijk niet het geval in Minsk. Een verlept rood, geel en groen heeft veel meer de overhand. Ooit was de kleding wellicht felgekleurd maar dit is voltooid verleden tijd. Maar ook dit past uitstekend bij de uitstraling van de stad. Evenals de grijzige gezichten van de mensen en de treurig staande ogen. Beelden die niet meteen uitnodigen tot extreme vreugde mijnerzijds.

Glimlachen, een ander voorbeeld. Dit lijkt haast wel verboden. Het kan zijn dat het leven hier dusdanig zwaar en moeilijk is dat (glim)lachen je sowieso vergaat. Heel wel mogelijk zelfs. Maar ik blijf het vreemd vinden. En in de prachtige Sovjetsupermarkt is de bediening van een knorrigheid die ik nog niet vaak heb meegemaakt. Ondanks dat de dames opeens allemaal gekleed zijn in fel gekleurde gele jurkjes met bijpassende hoedjes doen ze hun best vooral de indruk te wekken dat het allemaal niet goed is. En ook de klanten glimlachen niet om die kolderieke outfits. Niemand niet. Jammer, concludeer ik wederom. Het zou de stad een stuk aangenamer maken. Toch, die supermarkt doet mij wel glimlachen. Brood, gebak en zuivelproducten, het is hier in vele soorten en maten. En overal staat een vrouwtje in een gekke, gele outfit behulpzaam in de weg. Alsof ze de goederen moet bewaken tegen al te grijpgrage handen. Alsof zij hetgeen dat niet is verkocht aan het einde van de dag mag meenemen naar haar huis. Ik glimlach onzeker als ik een hand uitsteek naar een yoghurt. Half en half verwachtend dat ze me bestraffend toespreekt. Of, erger, me zelfs een ferme tik op mijn hand zal geven. Maar beide gebeuren niet.

Terug op straat besluit ik de hoofdstraat te laten voor wat ze is. Ik heb het wel gezien. Igor zal ik er niet vinden, die hoop heb ik inmiddels al opgegeven. Eerlijk gezegd, ik heb heel Minsk wel zo’n beetje opgegeven. Het lijkt me dan ook een veel beter voornemen om de straat in te wisselen voor een Wit-Russisch restaurant.  Het is tijd voor een lokaal biertje met gebakken varkensoor, één van de delicatessen van de Wit-Russische keuken.