Archive for June, 2011

Zondagavond, m’n koelkast is weer eens leeg. Ik zie nog een eenzame tomaat liggen en een restantje cola light in een fles. Wil ik het weekend uitluiden met een normale maaltijd of een vers glaasje prik dan is een gang naar de supermarkt vereist. Zoveel is me wel duidelijk. En dus pak ik mijn boodschappentas en rep mij richting de Russische versie van de Albert Heijn.

Onderweg realiseer ik me hoe geweldig het is dat ik op elk moment van de dag deze gang kan maken. Aan openingstijden doen ze hier namelijk niet en aan sluitingstijden al helemaal niet. Mijn supermarkt is altijd open. Zeven dagen per week en 24 uur per dag. Altijd kan ik terecht voor alles wat ik behoef. Bovendien, de keus is indrukwekkend uitgebreid. De tijden van lege schappen zijn definitief verleden tijd. Ook dat is me wel duidelijk geworden de afgelopen weken.

Als ik de supermarkt binnen wil stappen, kijkt de bewaker me ietwat haatdragend aan. Althans, zo interpreteer ik zijn duistere blik. Heb me al vaak voorgenomen die blik te negeren, maar vooralsnog lukt het me maar matig. De eerste keer dat ik hier binnenstapte, dacht ik dat hij mij, als op een vliegveld, zou scannen. Alsof ik, om de een of andere reden, iets zou meenemen naar de supermarkt dat verboden is. Maar hij deed toen niets en ook nu niet. Behalve dan die duistere blik.

Enigszins geïntimideerd vervolg ik mijn gang. Op de afdeling verse groenten en fruit valt mij op dat het vooral fruit is dat de klok slaat. Die boycot van Europese groenten heeft nu toch echt Kuzminki bereikt. Waardeloos, denk ik. Alsof dat Russische fruit zo veilig, gezond en vrij van verschrikkingen is. Ik heb in ieder geval zo mijn twijfels. Zonder groente maar met het fruit meld ik mij bij de dame van dienst. Zij weegt mijn fruit en voorziet het van een sticker met een prijs. Overigens, zonder mij een blik waardig te gunnen of ook maar een woord met mij te wisselen. Omdat ik vandaag in een goede bui ben, bedank ik haar met een vriendelijk ‘spasiba’, nadat zij mijn laatste fruit heeft geprijsd. Ze gromt knorrig als reactie. Waarschijnlijk, zo denk ik, komt dit omdat ik de eerste ben vandaag die haar vriendelijk bedankt voor haar werk. En het is inmiddels toch al ruim na achten. Ik haal dan ook mijn schouders op als reactie. Inmiddels ben ik wel gewend aan dit geknor.

Ik vervolg mijn weg richting de worsten. Een van de hoogtepunten in de supermarkt. Het assortiment is werkelijk orgastisch uitgebreid. Het lijkt wel alsof het hele Russische dierenrijk tot worst wordt gedraaid. Kiezen uit deze enorme hoeveelheid is ondoenlijk en daarom deponeer ik blindelings een exemplaar in mijn mand. Het enige dat ik denk is dat het volkomen logisch is dat de ochtendmetro eenzelfde geur verspreidt. Ik loop door richting de wodka. Niet omdat ik voor vanavond een flesje nodig heb. Nee, ik wil me gewoon even vergapen aan de fantastische keuze alhier. Een litertje van dit vocht is er al voor niet meer dan 120 roebel (3 euro!). Maar evengoed kan ik een flesje halen voor een paar duizend roebel. Het is, hoe dan ook, een genot voor mijn oog, deze muur van wodka.

  

Met worst en zonder wodka meld ik mij bij de kassa. Eerlijk gezegd, het dieptepunt van deze supermarkt. Altijd staat er een immense rij mensen te wachten. En altijd duurt het maar alvorens ik eindelijk mijn boodschapjes op die band kan leggen. Zeven uur in de ochtend, zes uur in de avond of zelfs tegen middernacht. Het is hier altijd druk. Ik sluit, nu zelf knorrend, aan en kijk eens rustig rond. Soortgelijke mensen als in het Kuzminki park zie ik nu weer rondom mij staan. Dikkig en onverzorgd. Ik kan helaas niets anders concluderen. Het enige verschil is dat de lichamen niet slechts zijn bedekt met bikini’s en minuscule zwembroekjes maar met een ruimere hoeveelheid textiel. Dat stemt me dan weer gelukkig.

Na veel getuur en gestaar, is het eindelijk mijn beurt. Een veel te forse kassadame imiteert het gedrag van haar collega van de groente en het fruit. Behalve dan dat ze mij in drie woorden twee vragen stelt. ‘Kart?’ (kaart) en ‘paket nuzjno?’ (tas nodig). Maar ik overtref haar met mijn antwoorden, want ik doe het in twee woorden, ‘njet’ en ‘njet’. Waarom ook vriendelijk zijn? Waarom ook een verhaal beginnen over een bonuskaart of een plastic zak? Aanpassen is echt niet zo moeilijk. Gewoon het hoognodige zeggen en vervolgens verder turen en staren. Naar die oneindige rij mensen achter mij die allemaal graag mijn plaats willen innemen.

Advertisements

                                         

Zondagmiddag, de zon schijnt uitbundig door mijn ramen. Ik probeer me te concentreren op die Russische les die ik eigenlijk al gisteren had willen afronden. Het lukt maar matig. Slecht eigenlijk. Telkens kijk ik naar buiten en telkens zie ik de zon uitbundiger schijnen. Waarom krijg ik die Russische woorden en die onmogelijke grammatica niet in mijn systeem? Het lijkt wel alsof mijn hersenen weeïg zijn. Alsof er geen ruimte meer is voor woorden die niet met zomer en zon te maken hebben. Eigenlijk, zo weet ik al, is het zinloos nog langer te blijven zitten. Het Kuzminki park, letterlijk op een steenworpafstand van mijn appartement, heeft een te grote aantrekkingskracht. Daar moet ik zijn.

Ik prop een laken en een fles water in mijn rugzak, zet mijn zonnebril op en realiseer me nog net op tijd dat ik ook een studieboek kan meenemen. Misschien leer ik die woorden wel probleemloos als ik aan het water lig. Ik stap op mijn fiets en ga richting park. De hele buurt lijkt wel in rep en roer. Zoveel mensen op straat. Mannen stellen hun bovenlichaam bloot aan de zon. Niet meteen het meest aantrekkelijk aangezicht, vind ik. Vaak zijn ze niet alleen karnemelkwit door de te lange winter maar ook zijn ze opgezwollen door een te veel aan zware Russische winterkost en Russische biertjes. Maar het deert ze niet, zie ik. Velen lopen ook nu rond met een fles bier in de ene en een sigaret in de andere hand. Bovendien, ze lijken wel te glimlachen. Niet meteen een alledaags verschijnsel hier in Kuzminki. De zon verricht echt wonderen vandaag.

In het park is het van hetzelfde laken een pak. Meer mannen met ontbloot bovenlijf teisteren mijn aangezicht. Maar hier doen ook de vrouwen ijverig mee. In prachtige vooroorlogse bikini’s showen ze de rest van de mensheid hun indrukwekkende lichamen. Ik realiseer me dat van Russisch leren in dit park helemaal niets terecht zal komen. Er is hier veel te veel vertier om zelfs maar het boek uit mijn tas te halen. En ook die fles water laat ik ongemoeid. In plaats daarvan ga ik naar de kiosk en koop, als een echte Rus, een fles Baltika 3. Het topbiertje, wat mij betreft althans, van Rusland. Ik leg mij neder op mijn lakentje en spied, door mijn zonnebril, de omgeving af.

Recht voor mij staat een enorme vrouw in een kanariegele bikini voor zich uit te staren. In haar hand een sigaret waarvan ze driftig rookt. Ze lijkt wel boos. Zo woest lurkt ze aan haar sigaret. Als ze begint te schreeuwen richting het water, realiseer ik me dat ze haar zoontje bestraffend toespreekt. Die is net in het water gesprongen en om de een of andere reden keurt zij dit af. Op zich te begrijpen want aan de waterkant staan borden dat zwemmen hier verboden is. Toch, vele Russen hebben hier maling aan en liggen met hun dikke lijven triomfantelijk in het water te spartelen. Zoonlief mag echter niet en bedeesd keert hij terug naar moeders. Langs de waterkant liggen en zitten veel stelletjes. Jong verliefden zitten vooral aan elkaar terwijl de ouderen voornamelijk aan bier en sigaretten zitten. Flink wat vrouwen zonnen topless valt me op. Jammer genoeg, het lijkt wel alsof vooral de oudste en de dikste zich dit durven te veroorloven. Een echt opwindend aangezicht is het daarom bepaald niet.

Na een uurtje en twee Baltika’s heb ik het wel gezien. Genoeg zwaarlijvigheid voor vandaag. En om te voorkomen dat ikzelf te veel in die richting ga, besluit ik een rondje te fietsen door het park. Let wel, het Kuzminki park is, net als bijna alles hier in Moskou, enorm groot. En met een rondje fietsen verbruik ik, met gemak, de calorieën die ik net heb geconsumeerd.

   

Op een doordeweekse dag heb ik delen van dit park welhaast voor mezelf. Maar vandaag is dit wel anders, zo realiseer ik me al snel. Om te voorkomen dat Rusland te zeer vergrijst en dat, op de hele lange termijn, Russen zouden ophouden te bestaan, hebben de heren Poetin en Medvedev bedacht dat een kindvriendelijker beleid noodzakelijk is. Daarom worden geboortepremies toegekend voor het tweede (en volgende) kind, is de kinderbijslag verhoogd en is de duur van het ouderverlof verlengd. Hier in Kuzminki werkt dit beleid als een tierelier, zo wordt mij vanmiddag wel duidelijk. Al slalommend baan ik mij een weg langs jonge moeders, overduidelijk alweer zwanger, die hun kinderwagen of buggy voortduwen. Langs spelende  kinderen. Langs kwispelende honden waarvoor, gelet op de aantallen, ook een premie wordt uitgeloofd. Van doorfietsen kan geen sprake zijn, hiervoor is het gewoon te druk.

Dieper in het park zie ik hele gezinnen, zittend op plastic stoeltjes en aan plastic tafeltjes, verorberen ze hun zondagmiddagmaal. Als ik langsfiets, ruik ik geroosterd vlees. De Russische shaslick, weet ik uit eigen ervaring, is een fantastische manier om een zonnige zondag door te brengen. Flinke hoeveelheden vlees op de barbecue, een flesje vodka op tafel en dit met vrienden of familie consumeren. Veel beter bestaat er niet.

Kwart over acht in de ochtend. Ik ben een heel klein onderdeeltje van een lange rij zich voortspoedende mensen. Allemaal met dat ene doel voor ogen, het metrostation van Kuzminki. Bij de ingang van dit station staan oude vrouwtjes hun koopwaar aan te bieden, versgeplukte bloemen van de velden rondom Moskou met wat groenten uit eigen tuin. Niemand keurt ze een blik waardig. Blijkbaar niet het juiste moment voor de aanschaf van zulke artikelen. De krantenjongen die de plaatselijke variant van de gratis krant aanbiedt, kan op meer aandacht rekenen.  Met een haastige greep eigenen vele passanten zich een exemplaar toe onderwijl de treden richting ondergrondse afdalend.

Eenmaal ondergronds neemt de drukte alleen maar toe. Van alle kanten stromen mensen toe die allemaal die twee roltrappen dienen af te dalen tot de metro. De winkeltjes met de prullaria zijn allemaal al open zie ik. En ook die ene bedelaarster, een oud vrouwtje van, ze lijkt wel 100 jaar of ouder en ze heeft de kromste rug ooit gemeten, staat al op haar plaats. Maar ook zij worden genegeerd. Geen tijd voor goede doelen, goedkope beha’s of kleffe broodjes. Alleen bij de ticketverkoop van de metro staat een flinke rij.

Ik wurm me door de toegangspoortjes en betreed het perron. Een enorme mensenmassa staat al te wachten. Het is als een Koninginnedag, behalve dan dat de overheersende kleuren hier bruin, grijs en zwart zijn. De metro komt net aan. Dat is logisch, want hier in Moskou komt de metro, vooral in de spits, altijd net aan. En even logisch in de spits, deze is overvol met mensen die al op eerdere stations hun eigen mensenmassa hebben getrotseerd. Toch openen de deuren zich en dringen zoveel mogelijk mensen zich naar binnen. Ik niet. Ik blijf, met vele anderen, achter. Wachten op de volgende, ongetwijfeld ook overvolle, metro. Lang wachten hoef ik niet want 45 seconden na vertrek van metro 1 staat metro 2 al voor. Hetzelfde ritueel herhaalt zich. En wederom geraak ik niet binnen. Als metro 3 zich meldt, ben ik wel één van de gelukkigen. Alhoewel, heel gelukkig word ik niet meteen. De dag als dat spreekwoordelijk sardientje te moeten  beginnen is nu eenmaal niet ideaal.

   

Als de metro zich in beweging zet, gaat er een schokgolf door de massa. Iedereen leunt tegen iedereen om het domino effect te voorkomen. Dat lukt vrij aardig, ook al omdat er toch geen ruimte is om te vallen. Vanochtend sta ik innig ingeklemd tussen een man in een net, grijs pak en een jongen in een geelgroenig adidasjack. Achter mij staan ook nog flink wat mensen. Ik kan ze weliswaar niet zien, maar ik voel ze wel degelijk. Zoals ik al zei, het is niet meteen het prettigste begin van de dag, zoveel geduw en getrek rondom mij. Maar op de een of andere manier lukt het toch mij hiervoor af te sluiten. Ogen dicht, verstand op oneindig, Russisch praten in mezelf. Zoiets.

 Een stuk vervelender is de onfrisheid van mijn medepassagiers. Dat nette pak naast mij oogt nog wel, maar te dichtbij staan is bepaald geen  feest voor mijn reukorgaan. Hij ruikt alsof hij ook gedragen is als pyjama. En niet alleen de afgelopen nacht. Een weeïge geur, ruik ik. Bijna schiet het woord ranzig mij te binnen. maar nog net niet. Ook ruik ik worst. Russische worst. Alsof een ieder hier in deze coupé een flinke worst heeft verorberd. Heel wel mogelijk trouwens want in de supermarkt is het schap met worsten, in vele soorten en vele maten, bepaald indrukwekkend. Het zou natuurlijk best kunnen dat, als je elke dag een stuk van zo’n worst eet, je vanzelf zo gaat geuren. Als ik hierover nadenk, lijkt dit mij onzinnig. Het lijkt mij eigenlijk een stuk waarschijnlijker dat het tandenpoetsen massaal in de wind wordt geslagen. Ik huiver lichtelijk.

De volgende halte maakt mijn leven nog ietsje zuurder. We zijn nog steeds in de buitenwijken dus natuurlijk stapt er niemand uit. Toch willen er wel een heleboel mensen bij. Twee breedgeschouderde en grote mannen duwen zich naar binnen. Minder ruimte dus voor een ieder. Maar vergeleken met de geur die van de truitjes van de mannetjes komt, valt dit in het niet. Zelfs de Russen rondom mij kijken ietwat verschrikt. Een van de mannen strekt zijn lange arm om zich ergens aan een leuning te kunnen vasthouden. Niet meteen de prettigste handeling met zo’n ongewassen truitje. Ik huiver niet meer lichtelijk.

Maar ontsnappen is niet aan de orde. Natuurlijk, ik kan uitstappen maar de kans is bepaald groot dat de volgende metro dezelfde worstengeur verspreidt. Dus dat schiet niet op. Ik kijk maar wat rond. Op zoek naar mooie ogen of  ander aangenaam vertier. Plots valt mijn oog op een poster van Christiano Ronaldo. Met een stralende glimlach om zijn lippen showt hij een fles shampoo van het merk ‘Clean’. Ik glimlach in mezelf. Die adverteerder boort de juiste markt aan, dit is me wel duidelijk. Maar of het in vruchtbare aarde valt? Ik waag het te betwijfelen.