Archive for September, 2013

Een uurtje zit ik hier op een bankje, nabij de kathedraal, en ik heb al minstens tien jonge bruiden voorbij zien komen. Sommigen gekleed in prachtige bruidsjurken. Anderen in iets minder geslaagde exemplaren. Maar altijd met aan hun zijde bruidegommen in glimmende pakken. De mannelijke trouwmode deze zomer, zo lijkt het. Eerlijk gezegd, het idee dat in Rusland louter mooie vrouwen wonen, wordt hier vandaag niet bevestigd. Toegegeven, af en toe vraag ik me af waarom de bruid haar oog heeft laten vallen op die slungelige Rus met zijn pokdalig gezicht. Maar even vaak realiseer ik me dat zij haar handen mag dichtknijpen met die knakker aan haar zijde.

Het bruidspaar wordt immer gevolgd door meer mannen in meer glimmende pakken. En door meer vrouwen in hippe of minder hippe jurkjes. En op hoge en nog hogere hakjes. De mannen roken vooral. Ontkurken flessen champagne. Vullen meegebrachte plastic glazen. En offreren ze, met schalkse blikken, aan de dames. Dat van een bruiloft een andere bruiloft komt, is ongetwijfeld ook de Russische realiteit. De vrouwen kijken vooral blij verheugd de wereld in. Blij omdat hun vriendin er toch nog in is geslaagd die man van haar dromen definitief de hare te maken. Blij ook wellicht omdat er schalks naar ze gekeken wordt.

Terwijl de genodigden drinken, roken en flirten, worden de bruidsparen gedwongen te poseren voor de camera van de immer aanwezige fotograaf. Breed glimlachend staan ze voor het mausoleum van Immanuel Kant. In een bloemenperk. Achter een boom. Liggen ze uitgestrekt op een grasveld. Streng geeft de fotograaf opdrachten. Vooral aan de bruidegom, valt me op. Alsof hij nu al moeite heeft zijn plichten te vervullen. Des te langer de fotosessie duurt, des te minder spontaan de glimlach is. Vooral van de bruidegom, valt me op.

Love locks      

Het sluitstuk van de ceremonie is het bevestigen van een hangslot op de Honey bridge. De oudste van alle bruggen hier in Kaliningrad. Het zijn er inmiddels honderden. Sasha is met Elena. Boris doet het met Olga. Sommige zijn beschilderd met hartjes of helemaal roze. Onder luid gejoel van de genodigden kiepert het nieuwbakken echtpaar de sleutel in de rivier. Ten teken van de eeuwigdurende verbintenis.

Als ik later op een zonovergoten terras aan de oever van de Pregolya rivier zit, maken de jonggeliefden plaats voor jonge moeders met jonge kindertjes. Velen schuiven een kinderwagen van Russische makelij voor zich uit. Anderen lopen hand in hand voorbij met zoon- of dochterlief. Ook zij schrijden in hippe of minder hippe jurkjes, op hoge of nog hogere hakjes aan mij voorbij. Er is niets veranderd, zo lijkt het. Plotseling realiseer ik me dat de bruidegom van weleer in geen velden of wegen te bekennen is. Is de liefde van vroeger inmiddels bekoeld? Is de verbintenis voor het leven al verbroken? Of heeft vaderlief intussen andere en meer interessantere bezigheden?

 

Vanaf het zuidstation is het misschien een kwartiertje wandelen naar het centrum van Kaliningrad. Een peulenschil natuurlijk. Op de plattegrond van Kaliningrad zie ik bovendien dat het voornamelijk rechtdoor is. Door de Leninstraat.  Van de weg kwijt raken of verdwalen kan dan ook geen sprake zijn.

Maar mijn wandelplan schuif ik spontaan opzij wanneer ik op het stationsplein een tram ontwaar. Eenzaam wachtend op passagiers. Het lijkt wel alsof iemand de tram hier achteloos heeft neergekwakt. Alsof een woedende storm haar heeft opgetild en haar hier heeft neergesmeten. Maar wanneer ik dichterbij ben, merk ik op dat er wel degelijk tramrails liggen. Bovendien lees ik op een aan de tram bevestigd bordje dat tram 3 via het centrum naar haar bestemming rijdt.

Image

Er zit nog niemand in de tram wanneer ik instap. Behalve dan de chauffeur en de conducteur. Opvallend trouwens dat bijna alle tramchauffeurs in Rusland chauffeuses zijn. En conducteurs bijna altijd conductrices. In metro of taxi, bijvoorbeeld, is dit eigenlijk bijna nooit het geval. Leuk aan chauffeuses is toch wel dat ze hun best doen de tram een wat huiselijker aanzien te geven. Deze dame van dienst heeft bijvoorbeeld wat foto’s van haar kinderen (of kleinkinderen) in haar chauffeurshokje geplaatst. Samen met een boeket kunstbloemen. Het maakt de onthutsend oude en gammele tram in ieder geval een stukje fleuriger. De conductrice, gekleed in een outfit die qua ouderdom wedijvert met die van de tram, draagt hier ook aan flink aan bij. Met haar rood, roze, oranje gekleurde haren. Is dit een voorwaarde om te worden aangenomen als conductrice? Op haar eigen zitplaats, waar niemand van de passagiers ooit zal plaatsnemen, leest ze rustig een boek. Een Russische boeketreeks gelet op de voorkant.

Mijn binnenkomst maakt dat ze enigszins verstoord opkijkt. Verdwenen is haar droomwereld van Russische prinsen en witte paarden. In plaats hiervan knikt ze me vriendelijk toe. Ik knik vriendelijk terug en ga zitten. Half en half verwachtend een poos te moeten wachten alvorens we zullen vertrekken. Maar niets is minder waar. Binnen een minuut sluit de chauffeuse de deuren. Meteen stapt de conductrice op me af. Zonder een woord te zeggen, wacht ze op haar geld. Maar omdat ik nieuw ben in Kaliningrad en ik nergens een ritprijs aangeduid zie, kijk ik haar vragend aan. Vijftien roebel antwoordt ze op mijn blik. Zelfs met iets van een glimlach merk ik op. Ik glimlach terug. Slechts veertig eurocentjes. Voor een heus tramavontuur.

Knarsend, schokkend en met een slakkengang zijn we op weg. Veel sneller dan de wandelaar op het trottoir gaan we niet. Althans, na vijf minuten zie ik hem nog steeds naast de tram lopen. De tramrails, nog ouder dan de tram zelf, zijn zo versleten, krom en moeilijk berijdbaar dat van hoge snelheden echt geen sprake kan zijn. Ik denk zelfs dat de tram dan ogenblikkelijk zal ontsporen. En dus rijdt de chauffeuse uiterst behoedzaam verder. Af en toe staat een auto hinderlijk op de rails. Te wachten voor een stoplicht. Of anderszins. Een schril belletje, dat vooral irritatie uitspreekt, klinkt dan waarschuwend. Want hoe traag we ook mogen rijden, ook hier heeft de tram altijd voorrang.

En zo kruipen we voort. Nog steeds met slechts 1 passagier aan boord. Tot we plotseling helemaal stilstaan. Ergens midden op de weg. Zal het dan nu al gebeurd zijn? Een ontsporing? Maar nee, het blijkt een halte. Op het trottoir staan enkele passagiers. De auto’s stoppen gedwee en laten de dames, want het zijn alleen maar dames, voorgaan. Bepakt en bezakt beklimmen ze zwoegend en puffend de treden van de tram. Ze zweten van de inspanning. Verbaasd merk ik op dat ze identiek gekleed zijn aan de conductrice. Gebreid truitje, aftands rokje, korte witte sokjes en iets van zomerschoenen. Alleen het rood, roze, oranje haar ontbreekt. Dat voorrecht is vermoedelijk voorbehouden aan de conductrice. De meesten laten trots hun abonnement zien. Ten teken dat de conductrice niet op hun geld hoeft te rekenen. Zij hebben al betaald.

De chauffeuse van de tegemoetkomende tram heeft pech. Dikke pech. Staand voor haar tram, prikt ze met een stok verwoed op enkele stenen in. Door onverlaten op de tramrails gelegd? Door voorbijrijdende auto’s losgeweekt uit het niet al te beste wegdek? Wie het weet, mag het zeggen. Al vermoed ik dat er weinig baldadigheid aan te pas is gekomen. Hiervoor is de staat van de straat eenvoudigweg te erbarmelijk. Het lijkt me dan ook waarschijnlijk dat de chauffeuses met flinke regelmaat uit hun hokje moeten om losliggende stenen of andere obstakels uit de weg te ruimen. Naast de roestige staat van de rails meteen een tweede verklaring voor het stapvoets rijden.

En zo kruipen we voort. Langs flatgebouwen. Over pleinen. Door straten. Overal stappen oude dametjes in en uit. Overal laat de chauffeuse haar snerpende bel klinken. En altijd staat de conductrice op wacht om de nieuw binnengekomenen een ticket te verkopen. De wandelaar van het eerste uur ben ik inmiddels uit het oog verloren. Vermoedelijk is hij ons vooruitgesneld.