Uren en uren rijden we al over de M41. Nog steeds klimmen we naar grotere hoogten. Nog altijd wordt het landschap ruiger. Het laatste restje water is inmiddels geconsumeerd en ik realiseer me dat het verstandig is geen pech te krijgen. Want een nachtje op deze hoogte, zonder water en voedsel, is zeker en vast geen sinecure. Kale, kille bergen rondom. Bruingekleurd met tinten grijs. Stenen zo ver het oog reikt, slechts af en toe wat gras of zeer laag struikgewas. Een stormachtige wind doet spierwit, rul zand opwaaien. Ik proef het op mijn tong, voel het in mijn ogen. Blijkbaar zitten er nogal wat kieren en gaten in de Oazis, onze Russische jeep. Het lijkt wel een woestijn op grote hoogte.

Pamir    Pamir

Af en toe stoppen we. Om de jeep wat rust te gunnen. En om de motor te koelen. Echt zorgen maak ik me vooralsnog niet, vooral omdat Zarek, de chauffeur, blijft glimlachen en een uitstraling heeft van ultieme controle. Tegelijkertijd, helemaal gerust ben ik toch ook niet. Vooral het gebrek aan water zit me dwars. Dat was toch wat dommig, te weinig water mee. En water vragen aan medeweggebruikers lukt ook niet. Want die zijn er niet. De enige levende wezens die ik, heel af en toe, zie zijn herders met een flinke kudde geiten en schapen. Op zoek naar grazige weiden. Al vraag ik mij af waar die in hemelsnaam te vinden.

We passeren de Khargush Pass, met 4.344 meter het hoogste punt van de dag. De Oazis puft en zucht maar heeft ons evengoed naar hier gebracht. Van louter plezier geef ik Zarek een high five. Wat een plek. Wat een weg. Wat een natuur. Wat een rit. Vanaf nu mogen we dalen, richting de beschaving van het wilde oosten van Tadzjikistan. Alleen die vermaledijde dorst en inmiddels ook honger gooien geringe hoeveelheden roet in het eten.

Maar dan is daar opeens een checkpoint. Plompverloren neergekwakt in absoluut niemandsland. Een treurige soldaat noteert mijn paspoortgegevens. Op mijn vraag hoeveel auto’s hier passeren, antwoordt hij, al even treurig, ‘tussen de vijf en de tien, maar vandaag zijn jullie de tweede’. En het is al ruim na drie uur, nog een paar uurtjes en het is donker. Op mijn belangrijkere vraag over water en voedsel, antwoordt hij door naar een hut te wijzen, iets verderop. Daar is wel iets te eten en te drinken.

Oazis  Checkpoint

Woedend worden we welkom geheten door een grommende hond. Gelukkig reikt zijn ketting niet veel verder dan een paar meter. Bovendien, er staat opeens een mannetje in de deuropening die al even woedend de hond tot stilte maant. Tegelijkertijd schitteren zijn ogen van plezier. Bezoek! Er is bezoek! Dolblij nodigt hij ons uit vooral binnen te komen, alwaar nog twee mannetjes op krakkemikkige stoeltjes zitten. Meteen wordt een ketel met water op een vuur gezet, ergens een brood opgeduikeld en in no-time drinken we thee en eten we zeer oud en droog brood. De drie mannetjes, twee biologen en een ingenieur, zijn in een dolenthousiaste stemming. In eerste instantie denk ik dat het is vanwege het bezoek. Alras begrijp ik dat het toch vooral is omdat ze al behoorlijk van de wodka hebben gesnoept. Natuurlijk, ze willen dat ook ik drink. Maar ik heb geen zin en weiger beleefd en resoluut. Alleen de uitnodiging om samen te dansen kan ik niet weigeren. En zo swing ik, in een aftandse hut op grote hoogte, op een Tadzjieks muziekje met twee Tadzjiekse biologen.

Terwijl we eten en drinken verhalen de biologen. Over de twee zonnepanelen uit China, die ervoor zorgen dat ze naar een radio kunnen luisteren en een gloeilamp kunnen laten branden. Eén van de twee blijft maar herhalen, als ware het een mantra: ‘zonnepanelen uit China zijn de beste ter wereld’. Wanneer hij vervolgens vertelt dat hij hier is om de wilde dieren te tellen, begin ik wel enigszins te twijfelen. Als hij net zo vaak dubbel telt, als dat hij dubbel vertelt… Het verbaast mij dan ook niet dat het goed gaat met het Marco Polo schaap in deze contreien. Toen de Russen het hier nog voor het zeggen hadden, was er van de natuur niet veel meer over. Maar inmiddels gaat het dus een stuk beter. Volgens de bioloog is dit ook te danken aan het feit dat hij een specialist is in Marco Polo schapen.

Met een ferme omhelzing en een voorzichtige zoen nemen we afscheid. Zelfs de hond lijkt opeens een stuk minder woedend. Op naar meer stenen, bergen, zand en woedende natuur. Maar het einde is in zicht zegt Zarek, nog een paar uurtjes en we bereiken het betere gedeelte van de Pamir Highway. En dat dit scheelt, is meteen duidelijk. Nog steeds verre van een strak geasfalteerde snelweg rijdt het inderdaad een heel stuk florissanter dan voorheen. En zo rijden we plotseling met gezwinde spoed richting Murgab, naar het wilde oosten van Tadzjikistan.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s