Beslan, 1 september 2004

Posted: September 1, 2015 in Caucasus, Kaukasus, Oorlog, Reizen, Rusland, Russia, Travel
Tags: , , , , ,

Zoals ieder jaar op 1 september maakte Beslan, een slaperig en onbeduidend stadje in Noord-Ossetië, zich ook in 2004 op voor het nieuwe schooljaar. En net als overal elders in Rusland werd dit heuglijke feit, door kinderen en hun ouders, op feestelijke wijze gevierd. Gekleed in hun beste outfit togen zij op weg naar hun school. Ook ouders en leerlingen van ‘School Nummer Één’ gingen goedgemutst op weg om ‘De dag van Kennis’ te vieren. Niet vermoedend dat Beslan nog dezelfde dag in de gehele wereld voorpagina nieuws zou zijn en de journaals zou beheersen.

Sjamil Basajev – door de Russen beschouwd als rebel en terrorist en ooit door Poetin getypeerd als de Osama Bin Laden van Tsjetsjenië – en zijn groep van rond de 30 mannen (en vrouwen) vielen op deze dag bewust School Nummer Één binnen. Zij gijzelden in totaal 1100 kinderen en volwassenen. Hun bedoeling? De Russen te dwingen zich terug te trekken uit Tsjetsjenië. Maar het pakte anders uit. Want ook toen al liet Poetin niet met zich sollen. Op de derde dag van de gijzeling bestormden speciale Russische eenheden de gymzaal, de plek waar de gijzelaars werden vastgehouden. Na een urenlange, chaotische strijd, waarbij de gijzelnemers explosieven lieten ontploffen waardoor de gymzaal plus een groot deel van de school werden verwoest, claimden de Russen controle. Maar de prijs die ouders en leerlingen hiervoor moesten betalen was schrikbarend hoog. Maar liefst 334 mensen, onder wie 186 kinderen, hadden het leven gelaten.

De hele dag al slenter ik rond in Vladikavkaz, de hoofdstad van Noord-Ossetië. Beslan is maar 20 kilometer verderop, een taxiritje van maximaal een half uur. Ik moet eerlijk toegeven, ik wilde eigenlijk al vanochtend gaan. Maar ik ging niet. Alsof ik niet durfde. Alsof ik toch niet wilde. Alsof ik voelde dat ik daar niet hoor. Het is inmiddels al tegen drieën en nog steeds laat ik elke taxi aan mij voorbijgaan. Dan zet ik, eindelijk, alle twijfel en schroom opzij en stop er één. ‘School Nummer Één in Beslan’ zeg ik tegen de chauffeur. Hij knikt begrijpend en vertelt me dat hij eerst zijn oude aftandse Lada moet prepareren voor zo’n lange rit. Bij een benzinepomp tankt hij benzine, vult de olie bij en giet flink wat water in de motor. Vervolgens stapt hij weer in, mompelt iets in de trant van ‘kak samolot’ (als een vliegtuig) en we zijn op weg. En hoe! Alsof hij zijn woorden kracht wil bijzetten, vliegen we inderdaad bijkans over de niet al te beste weg. Ondanks de bestemming grinnik ik in mezelf.

In een ommezien zijn we in Beslan. Ook in het stadje zelf mindert de chauffeur nauwelijks vaart. Recht op ons doel af, zo lijkt het. Bij het eerste het beste schoolachtig gebouw parkeert hij zijn auto op het plein. ‘De school’, zo vertelt hij mij. Maar voordat ik kan uitstappen, staat er al een mannetje naast de auto. Voordat ik iets kan vragen, vertelt hij al dat dit niet dé school is. Die is elders. De chauffeur luistert ongeduldig naar de instructies en rijdt vervolgens achteloos achteruit. Ver komen we niet, want opeens voel ik de rechterachterkant van de auto diep wegzakken. Ik stap uit en zie dat we in een soort van put zijn geraakt. De chauffeur moppert wat in zichzelf en instrueert me dat ik moet duwen. Terwijl hij gas geeft. En zo bevrijden we de Lada uit zijn benarde positie. Ondanks de bestemming glimlach ik nu.

Maar wanneer we vijf minuten later aankomen bij School Nummer Één is er van mijn glimlach niets meer over. Onmiddellijk voel ik spanning. Spontaan voel ik me ongemakkelijk. Weifelend stap ik de school binnen. Overal zie ik kogelgaten in de muren. Op de begane grond. Op de eerste verdieping. Het moeten er honderden zijn. Alle klaslokalen zijn zwartgeblakerd. Ik loop verdwaasd rond. In sommige zie ik nog een schoolbord hangen of tafels en stoelen staan. Maar het is allemaal kapot. Ik probeer me voor te stellen wat er hier is gebeurd. Ik probeer me te bedenken wat zich hier heeft afgespeeld. Hoe de gijzelaars zich hebben gevoeld. Maar hoe kan ik? Ik ben misselijk. Wil hier weg. Maar blijf evengoed. Naar de gymzaal, het epicentrum van de gijzeling.

Meteen vallen de verbrande klimrekken op. De teddyberen. De foto’s van de slachtoffers. 334 zijn het er. Zoveel foto’s van jonge kinderen. De kille, grijze muren. In het midden van de zaal staat een houten kruis. Met wat bloemen. Er heerst absolute stilte. Niemand die ook maar iets zegt. Iedereen staart voor zich uit. Is in gedachten. Misschien denken ze, net als ik, aan de ouders en hun kinderen die hier drie dagen lang gevangen werden gehouden door zwaarbewapende gijzelnemers. 1100 mensen opeengepakt in deze kleine ruimte. Met overal rondom hen door de gijzelnemers geplaatste explosieven. En zwaarbewapende mannen en vrouwen. Daadwerkelijk een voorstelling maken van hetgeen hier is gebeurd, het is onmogelijk. Maar toch voel ik nog steeds de angst. De angst van 1100 mensen, vandaag precies 11 jaar geleden.

Beslan1  Beslan

Advertisements
Comments
  1. Jitte says:

    Heel indrukwekkend!

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s