Posts Tagged ‘Zwarte Zee’

Hier zit ik dan op het dakterras van het Palmyra Palace. Een alleraardigst hotel in Jalta. Van die Kalasjnikovs, lynchpartijen en treurnis is voorlopig niets te merken. Eerder het tegenovergestelde. De zon schijnt uitbundig, de Zwarte Zee glinstert uitnodigend, de palmbomen wuiven zachtjes in de wind. De maaltijd van verse steak en een nogal zoetig lokaal wijntje maken het vakantiegevoel compleet.  

Ben net terug van een wandeling door het centrum van Jalta. Eerlijk gezegd, op het eerste gezicht leek het nogal op een Mediterrane badplaats. Ook hier een boulevard met winkels vol prullaria. Kermisachtige attracties. Terrassen, cafés, bars. Onder het toeziend oog van Lenin, dat dan weer wel. Zoals altijd en overal in Russische steden, kijkt hij stoer en streng vanaf zijn sokkel toe op het kapitalisme rondom. Om hem te treiteren hebben de lokale autoriteiten besloten recht voor zijn neus een McDonald’s te bouwen. Wellicht de reden dat hij behalve stoer en streng ook wat sikkeneurig kijkt. Overigens, de karakteristieke McDonald’s ‘M’ siert dan wel het straatbeeld, hier een Big Mac bestellen zit er niet in. De tent is gesloten. Als onderdeel van de Westerse sancties. Niet dat McDonald’s alle restaurants in heel Rusland heeft gesloten. Nee, natuurlijk niet. Dat zou te veel impact op het bedrijfsresultaat hebben. Alleen dit ene restaurant is gesloten. Dus moet ik de Krim zien te overleven zonder de consumptie van die ranzige burgertjes. Moet welhaast lukken. Lastiger zijn de consequenties van een soortgelijk, en even dubieus besluit, van Mastercard. Hier op de Krim kan ik mijn creditcard niet gebruiken. Niet om te pinnen. Niet om te betalen in restaurant of hotel. Geblokkeerd vanwege de Westerse sancties. Ik loop dan ook rond met een flinke stapel vers knisperende bankbiljetten. Met diezelfde creditcard uit een Moskous pinautomaat getrokken. Toch, ik kan me maar moeilijk voorstellen dat Poetin en de zijnen echt onder de indruk zijn van zulke maatregelen. Het lijkt meer een manier om de Krimse bevolking te straffen. En de sporadische Westerse toerist te pesten.

41f

Volgens de Russische propagandamachine stemde maar liefst 96,6% van de bevolking voor aansluiting bij Rusland. Eerlijk gezegd, zo’n meerderheid lijkt zeer onwaarschijnlijk. Vooral omdat ook nog wordt geclaimd dat ruim 80% van de bevolking heeft gestemd. Terwijl het percentage Russen op de Krim rond de 60 ligt, de rest bestaat vooral uit Krim-Tartaren en Oekraïners. En die laatste twee groepen staan niet meteen te springen op aansluiting bij Rusland. Tegelijkertijd, volgens Westerse media is het op het schiereiland kommer en kwel. Is de annexatie een schande voor de wereldvrede in het algemeen en de Krimse bevolking in het bijzonder.

Wat is waar? Wie heeft gelijk? Ik heb alvast geen idee. Maar wil het evengoed wel weten. Dus heb ik besloten mijn eigen, niet-representatieve, steekproef te organiseren. Hoe? Ik combineer het bestellen van een kopje koffie met de vraag wat de verkoper vindt van de aansluiting van de Krim bij Rusland. Hetzelfde wanneer ik een ijsje koop. Een fles bier bestel. Een taxi neem. Een museum bezoek.

Op deze manier heb ik de afgelopen dagen heel wat mensen naar hun mening gevraagd. En ik mag alvast verklappen, de reacties waren niet bepaald divers. Slechts één iemand mopperde een ‘nee’; niet geheel toevallig een Krim-tartaar die bij het paleis van de Khan in Bakhchisaray op een bankje zat te zonnen. Alle anderen mompelden iets positiefs of staken uitgebreid de loftrompet over Poetin en de annexatie. Een aantal souvenirverkopers wees trots naar de afbeeldingen op de T-shirts die zij verkochten. Een man gekleed in een Russische vlag die een man gekleed in de Amerikaanse vlag van achteren neemt. Met als begeleidende tekst op het T-shirt ‘dit is wat wij met jullie sancties doen’. Anderen praatten over investeringen en dat Rusland haar uiterste best doet en zal blijven doen van de Krim opnieuw een Russisch paradijs te maken. Van de Oekraïne moet niemand iets weten trouwens. Corrupt land met corrupte leiders. Dat Chroesjtsjov, in 1954, het schiereiland cadeau deed aan de Oekraïne werd afgedaan als een dronkemansactie. Dommigheid van een zuiplap. Ook het  plan dat de Oekraïense regering ooit lanceerde om het Oekraïens als nationale taal in te stellen, werd door menigeen flink verketterd. Het Russisch was, is en blijft hier de voertaal.

324

Mijn niet-representatieve conclusie op basis van mijn niet-representatieve enquête is dat Rusland ongetwijfeld met de cijfers heeft gesjoemeld. Al is dit, eerlijk gezegd, geen conclusie die ik mag trekken op basis van mijn onderzoek. Het is gebaseerd op mijn eigen vooringenomenheid en mijn oprechte twijfel over percentages van boven de 96 procent. Wel durf ik te stellen dat de Oekraïne niets te zoeken heeft hier op de Krim. Niet geliefd en niet gewenst. Eerder gehaat zelfs. De Krim is Russisch, zestig jaar Oekraïense invloeden hebben daarop totaal geen invloed gehad. Het is zoals de billboards, waarop Poetin pronkt, zeggen: Россия. Крымь. Навсегда. (Rusland. Krim. Voor altijd.).

 

Advertisements

Zondagavond rond een uur of zeven. Ik loop over de boulevard. Een digitale buitenthermometer geeft 30 graden aan. En zo voelt het ook. Het is warm, klam en zweterig. Een heel licht briesje van zee zorgt voor een heel klein beetje verkoeling. Maar echt helpen doet het niet. Ik zweet me in ieder geval nog steeds het ongans. Vertwijfeld vraag ik me af hoe ik die hitte te lijf moet gaan? Misschien dan toch maar in die Zwarte Zee zwemmen? Helaas, dit gaat niet. Ik heb namelijk mijn uitgaanspakje aan. En die leent zich niet voor een zwempartij.

En dus slenter ik, net als honderden Russen, langs winkeltjes vol snuisterijen en prullaria. T-shirts, mokken, magneten, badkleding. Dat soort zaken. Na twee etalages laat het me al volkomen koud. En met mij lijken ook de Russen, schreeuwende verkopers ten spijt, niet bepaald geïnteresseerd. Misschien is dit niet het juiste moment om te shoppen? Misschien is het tijd voor drank en spijzen? Want de desinteresse in de winkels staat in scherpe tegenstelling tot de aandacht voor de talrijke  restaurants en bars. Alle terrassen zitten vol. Een leeg tafeltje is een unicum. En zoals overal in Rusland zijn het vooral Italiaanse restaurants. Pasta of pizza, een Rus kan er niet genoeg van krijgen.

En zo slenter ik voort. Op zoek naar die ene plek waar ik nog wel kan zitten. Ondanks de drukte en de herrie – van alle kanten klinkt muziek, van Russische meezingers tot westerse rap – is het best vermakelijk en bijzonder verrassend. Sotjsi doet me denken aan Lloret de Mar of een soortgelijke Spaanse kustplaats. Zon, zee, strand, disco en drank spelen de eerste viool. Precies wat de jeugd begeert. Dat  Lloret de Mar op dit gebied hoog scoort, was me wel bekend. Maar van Sotsji wist ik dit niet. Rustig een Zwarte Zee vis verorberen is dan ook een illusie. Rondom mij joelen jeugdige Russen, driftig drinkend en rokend, naar voorbij wandelende meisjes. Ooit, in een vorig millennium, kon ik hiervan zelf geen genoeg krijgen. Maar tegenwoordig, zo merk ik, heb ik deze hormonenkermis na een uurtje wel gezien.

De volgende ochtend, terwijl de jeugd de roes uitslaapt, verken ik het centrum van de stad. Het is aangenaam rustig en stil. Een groot verschil met gisteren. Ik wandel rond in de haven, bezoek het Sotsji Museum en bewonder het enorme theater. Maar wat me toch vooral opvalt, zijn de palmbomen. Vooral omdat Sotsji in 2014 de Olympische Winterspelen zal organiseren. Hoe ik ook mijn best doe, ik kan me dit niet voorstellen. De stad ademt zon, zee en strand en doet in werkelijk niets denken aan ijzige temperaturen of sneeuwstormen. Toch, over ruim een jaar zullen Kramer en Tuitert hier hun Olympische schaatstitels moeten verdedigen.

Als ik later op een zonovergoten terras van een Russisch biertje nip, raak ik in gesprek met een local. Hij vertelt me dat de Olympische Winterspelen feitelijk helemaal niet in Sochi worden gehouden. Sotsji is, zo vertelt hij, de merknaam die gebruikt wordt om de grote sportevenementen in dit deel van Rusland te promoten. Maar Kramer en de zijnen komen in actie in Adler, een stadje op zo’n 20 kilometer van Sotsji. Terwijl de skiërs en de bobsleeërs hun kunsten in de bergen rondom Krasnaya Polyana zullen vertonen. Maar dit zijn dorpjes met slechts enkele hotels, zonder noemenswaardig nachtleven, zonder actie. Ik knik begrijpend en gerustgesteld. Inmiddels heb ik weliswaar ondervonden dat veel mogelijk is in Rusland. Maar skiën onder de palmbomen? Dat krijgt zelfs Poetin niet voor elkaar.

       

 

 

 

 

 

 

Ik besluit de dag te besluiten met een duik in de Zwarte Zee. Heb ik eigenlijk wel eens eerder in die zee gezwommen? Ik geloof eigenlijk van niet. Een primeur dus ! Op het strand liggen honderden dikkige Russen en Russinnen met karnemelkwitte lichamen te bakken. Geroosterd door de meedogenloze zon en gekastijd door de onbarmhartige stenen op het strand. Zelfs de korte wandeling naar de zee doet pijn aan mijn voeten. En ik vraag me dan ook verwonderd af hoe die Russen, vredig kijkend nota bene, hier plat op hun ruggen kunnen liggen.

 

Het opgeknapte deel van Odessa, nabij de Zwarte Zee, verken ik na de lunch. Lantaarnpalen, gekopieerd uit vroeger tijden, maken dat de sfeer als ouderwets mag worden gekenschetst. Vooral ook omdat de gebouwen in dit gedeelte van de stad vooroorlogs (welke oorlog is dit hier eigenlijk) zijn. Het meest gefotografeerde beeld van Odessa is Puschkin. Puschkin, de vertegenwoordiger van al het kwaad en het voorbeeld van wat de mensheid verafschuwt aan de man en tegelijkertijd adoreert. Hij, de deugniet, de verleider en de recalcitrant uit Moskou. Verbannen van aldaar vanwege wangedrag en al te vrijpostige opvattingen en met gesloten armen ontvangen in Odessa. Hij maakt zich binnen de kortste keren onmogelijk in upper class Odessa vanwege ordinaire versierpogingen. Een geslaagde flirt met de vrouw van de gouverneur en daarnaast met de vrouw van de opperbevelhebber maakt dat hij binnen het jaar dit kleinburgerlijk oord dient te verlaten. Maar blijkbaar kan dergelijk wanstaltig gedrag wel beklijven, aangezien, op dit moment, honderd jaar later, Puschkin als topper en ereburger van de stad wordt beschouwd. Zelfs het minimale museum, met prachtige Sovjetvrouwen, deelt mee in deze vreugde. Iets voor vijf uur in de middag kom ik hier binnen en eerlijk gezegd, alles wekt de indruk, dat ik de eerste bezoeker ben. Drie dames zitten in een donkere zaal, minimaal verlicht door een heel klein schemerlampje, te dommelen. Vreemd kijken ze op, verstoord in hun dagdromen bijna. Toch schieten ze vrijwel meteen in hun rol van toezichthouder. Zes uah, net geen euro, dien ik te betalen en voor dit bedrag krijg ik een toegangskaartje waarop CCCP (USSR) staat gedrukt! En zo is het ook qua sfeer in dit museumpje. De tijd heeft simpelweg stilgestaan. Drie ruimtes zijn er in het museum en 1 van de dames loopt met mij mee om, per kamer, de lichtknop om te draaien. Echt veel is er, eerlijk gezegd, niet te zien dus alras beland ik in de tweede ruimte. Voordat het licht hier aangaat, gaat eerst het licht uit in de eerste kamer. Zo sta ik dus een paar seconden in het donker, tussen allerlei Pushkin memorabilia, terwijl de baboeska langs me sloft op zoek naar de lichtknop. Het mooiste moment eigenlijk in dit museum. In een minuutje of tien zie ik het hele museum en na een vriendelijk ‘spaseba’ richting de dames vertrek ik.

      

Buiten wordt het inmiddels wat donker en met het verdwijnen van de zon neemt de kou rap toe. Het moment om even terug te gaan naar het hotel voor een moment van onthaasting. Ik heb gekozen te verblijven in het oude Sovjethotel Passage. Ietwat vergane glorie maar tegelijkertijd ligt de sfeer van de communistische wereld hier nog gewoon op het tapijt, in de hal en in de kamers. De entree is enorm groot en de spiegel is ruim groot genoeg voor een giraffe om zichzelf in te bekijken. Ook de hal op weg naar mijn kamer is minimaal zes meter hoog. En in mijn kamer kan ik met gemak een tango dansen en daarna in een andere ruimte een flikflak uitvoeren. Blijkbaar ging het allemaal om grootsheid en oppervlakte. Waarom vraag ik me af? Het meubilair in mijn kamers is heel duidelijk ook nog uit deze tijden. Het bed kraakt, is kort, te zacht. De sofa’s zijn versleten en zakken door. Het bad is roestig en de poten zullen binnenkort definitief breken. En alles ademt stof. Ondanks de aanwezigheid van een servicedame op iedere etage is het stof niet tegen te houden. Het komt simpelweg door de vele kieren en gaten, verschuilt zich in tapijten om in de avond en de nachten tevoorschijn te komen. Geen kruid tegen gewassen en geen servicedame die hier tegen kan werken. Trouwens, ook zo’n fenomeen in dergelijke hotels: servicedames. Voor een kopje thee, een gestreken overhemd of een gepoetste schoen is een telefoontje (of beter wandeling) naar haar voldoende. Overhandig het betreffende item en na kortere of langere tijd zal, tegen betaling van een minimaal bedrag, het gevraagde worden uitgevoerd. Welk een aangename, persoonlijke service.
De TV, het enige moderne apparaat in mijn kamer vertoont uitsluitend Russisch en Oekraïens entertainment. Zelfs CNN of BBC World wordt geboycot in dit hotel. Nodeloze buitenlandse inmenging blijkbaar. Aangezien de wedstrijd tussen Sportclub Grozny en Spartak Moskou me niet echt kan bekoren, besluit ik na een douche wederom de stad in te duiken. Iets van voedsel met iets van een biertje lijkt me wel wat.
Toevallig heb ik gedurende de dag een Ierse pub gespot in de belangrijkste winkelstraat en na een ruime dag rondwandelen besluit ik mezelf te trakteren op een pint bier en wat Engels vertier in deze pub. Ik word niet teleurgesteld want meteen bij binnenkomst hoor ik de Engelse muziek en luide stemmen van mensen die, ondanks het tamelijk vroege uur, al enigszins galmend hun verhaal doen. Niet omdat elders het bier niet te drinken is, in tegenstelling, de Baltika smaakt overal uitstekend. Maar na een dag Russisch en Oekraïens is mijn geest simpelweg toe aan iets dat makkelijker te verstaan en te begrijpen is. Mezelf onderdompelen in vreemde, of in ieder geval andere, culturen is nog steeds 1 van mijn grootste liefhebberijen. Maar hieruit ontsnappen met een pint en Engelssprekende mannen rondom is zeer zeker op zijn tijd ook prettig.

Is het toevallig dat al deze mannen sterk op elkaar lijken? Ooit geboren om zaken te doen in Odessa, zo lijkt het. Eerlijk gezegd, ze bevestigen alle vooroordelen van zakenmannen in deze contreien. Ze zijn slecht gekleed, gulpen enorme hoeveelheden bier naar binnen en zijn, waarschijnlijk onder andere hierdoor, nogal vettig tot vet. Ik weet welhaast zeker dat na nog wat biertjes de lokale stripteasetent op het program staat. Of in ieder geval, de discotheek waar de meisjes van plezier breed glimlachend op ze zitten te wachten. De zuurverdiende euro’s belanden vast en zeker ergens in tal van kanten of zijden slipjes of beha’s. Kortom, de hoofden zijn weliswaar groot en omvangrijk maar evengoed leeg. De barkeepster daarentegen fleurt de zaak bepaald op. Ze is perfect met haar prachtige, volle lippen, haar fantastische kapsel en haar heerlijke arrogante uitstraling.
Is het trouwens wel normaal dat ik, zelfs hier in Odessa, telkens over vrouwen schrijf? Daarvoor is een reis toch niet bedoeld? Alsof ik alle mooie vrouwen in Nederland en België al heb mogen aanschouwen! Of geeft dit aan dat deze stad op andere vlakken niet voldoende te bieden heeft? Welnu, ook dit is geenszins het geval. Zelden zo prettig gevoeld in een volkomen vreemde stad.
Ondertussen in de bar worden de stemmen luider terwijl het niveau van de conversaties omgekeerd evenredig afneemt. Een of ander vage Canadees staat aan mijn tafel. Begint na het standaard ‘where are you from’ ook meteen over de vrouwen te praten. Dus op dat vlak is hij niet vager dan ik ben. Hij informeert me dat na nog wat meer biertjes in deze pub, hij en zijn vrienden zullen vertrekken naar een discotheek waar de vrouwen wulps zijn. Ik ben wel benieuwd naar zo’n club en heb eigenlijk wel oren naar zijn voorstel ze te vergezellen. Zijn laatste opmerking maakt echter dat ik volkomen van mening verander. Hij vertelt me namelijk dat hij gisteren seks heeft gehad met een vrouw met slechts 1 oog. Ongetwijfeld wulps maar een vrouw met 1 oog is toch, hoe mooi voor de rest ook, onder mijn ondergrens.

Een ochtend Odessa in een notendop. Zoeken naar het ‘Waksal’ of treinstation om een ticket te kopen zodat ik deze stad morgen weer kan verlaten. Vreemd eigenlijk, voordat ik iets heb kunnen zien van deze stad plan ik alweer mijn vertrek. Bijzonder fenomeen toch dat, zelfs tijdens vakantie of reis, de druk van het moeten nooit ver weg is. Een vliegtuig vanuit Kiev naar Brussel wacht niet, althans niet op mij. Dus is het zaak te kunnen vertrekken alvorens te zien. Onderweg voltrekt zich het ochtendritueel van Odessa aan mijn ogen. Volle trams met mensen uit de voorsteden, allemaal op weg naar hun werkplek in het centrum. Opvallend bescheiden auto’s vormen een opvallend bescheiden file. Met een miljoen inwoners zou ik toch vermoeden dat zich ook hier de auto’s moeiteloos aaneen zouden rijgen, als kralen aan een ketting. Blijkbaar toch niet en wellicht mag een auto hier dan ook nog als iets van een luxe artikel worden beschouwd? Het treinstation vind ik zonder omwegen en het lukt me, in mijn gebroken Russisch, wonderwel eenvoudig een kaartje te bemachtigen voor de nachttrein morgenavond naar Kiev. Voor 130 uah (zeg maar 16 euro) slaap ik morgennacht met 3 wildvreemden in een coupé.
Naast het station bevindt zich de grootste openluchtmarkt van de Oekraïne en zelfs van de voormalige Sovjetunie. Kleurrijk, zoals altijd met prachtige baboeska’s, zoals alleen in deze contreien. Wat wel opvalt, is de kwaliteit van het fruit. In West-Europa eten we dit werkelijk nooit, behalve wellicht als appel- of perenmoes. Hier wordt het echter gewoon verkocht als eersteklas fruit. Peren vol wormen, appels vol bruine vlekken, geknevelde tomaten, champignons die duidelijk te laat zijn geoogst of te lang op deze markt hebben gelegen. Ergens, in mijn westerse geest, ben ik allergisch voor dit soort fruit en groenten. Dit is niet om te eten, dit is om onder de boom te laten liggen of in de grond te laten zitten. Hopend dat het goede mest zal blijken te zijn voor een volgende oogst. Desalniettemin, kleurrijk dus en daarnaast ook sfeervol, groen, rood, geurig en aangenaam, heel aangenaam. Des te meer van dit alles, des te beter het past bij een markt in Odessa. Is het trouwens voorstelbaar dat zo’n baboeska ooit een elegante, strakke en zelfs sexy jongedame is geweest? Dat ze zwierend door de binnenstad trok op iets te hoge hakken en het hoofd op hol deed slaan van de talloze Russische toeristen die deze badplaats massaal bezochten in vroeger tijden? Is dit dan ook het voorland van al deze hippe dames die op dit moment het hart in mijn keel doen kloppen en mijn testosteron naar onfeilbare hoogtes stuwen? En dan deze dames, misschien zijn ze vijftig of zestig, het is moeilijk te schatten, met te weinig tanden in hun mond of zelfs zonder tanden, met een iets te strakke, vooroorlogse jurk in een iets teveel uitgedijd lichaam. Het is een wereld van verschil maar toch zou het wel eens de waarheid kunnen zijn.
Ben ik dan een marktfreak te noemen? Whatever dit precies mag behelzen. In ieder geval vermaak ik me absoluut opperbest in zulke gelegenheden. Een flirt met een baboeska is bijkans het schoonste dat te bedenken valt. Ze vallen bij bosjes en zijn allemaal zo prachtig naturel. En ik val ook voor de een na de andere als ik een stuk kaas of hertenworst of varkensvet of noten aangeboden krijg. Proeven mag altijd, kopen ook.

    

Een ontbijt in het sandwich paradijs om al deze eerste indrukken van de dag te vieren beklijfd uitstekend. Een gezellige dikkerd bedient terwijl haar collega’s uitblinken in de sportschool. Althans, zo zien ze er uit. Opnieuw kan ik niet nalaten op te merken dat de benen de juiste lengte hebben, de buik strak is, de borsten puik zijn en de haren glimmen in het zonlicht. Jammer alleen dat een van die haren, van een van deze dames, op mijn bord en in mijn omelet is beland. Hoe smakelijk deze vrouwen ook mogen zijn, een haar eet ik toch liever niet. Op deze onvolkomenheid na smaakt de omelet prima. Ik meen zelfs de kaas van de baboeska’s te kunnen proeven. Indirect gekocht doet evengoed deugd.