Posts Tagged ‘Vakantie’

Enorme hoeveelheden bommen, gedropt tijdens de tweede Tsjetsjeense oorlog, maakten van Grozny een hel. Het hele centrum veranderde in een ruïne. Honderden mensen verloren het leven en honderdduizenden vluchtten voor de Russische bommen. Dit zijn de beelden die ook nu nog spontaan op ons netvlies verschijnen bij het horen van de naam van de Tsjetsjeense hoofdstad.

Maar de werkelijkheid is een totaal andere. Op deze warme zaterdagavond wandel ik door de V.V. Poetinstraat. En ik ben bepaald niet alleen. Met mij paraderen duizenden inwoners door de straten. Kinderen spelen en rennen. Gehoofddoekte vrouwen houden hun nageslacht nauwlettend in het oog, onderwijl met elkaar babbelend. Stoere mannen, die bijna allemaal uit een worstelarena lijken te zijn ontsnapt, showen hun imposante torso’s in te strakke t-shirts.

Onder het toeziend oog van Kadyrov, papa Kadyrov en Poetin, hun portretten pronken overal, lijkt Grozny een modelstad te zijn geworden. Een stad waar veel andere Russische steden slechts met jaloezie naar kunnen kijken. De straten zijn hier schoon. De parkjes groen en netjes onderhouden. De winkels luxueus en uitnodigend. De imposante wolkenkrabbers en de Achmat Kadyrov Moskee in Grozny City, grandioos verlicht in vele kleuren, doen denken aan Las Vegas of Macau. Hoe ik ook speur naar overblijfselen uit de oorlog, ik vind er geen.

6d   6f

Dankzij miljarden roebels uit Moskou is Grozny uit het stof herrezen. In een razend tempo zijn alle herinneringen aan de oorlog weggepoetst. Als argeloos toeschouwer ben ik onder de indruk van de oppervlakkige schoonheid van de stad. Ze is als een prachtige blondine die mij inpalmt met haar innemende glimlach.

Maar, zo vraag ik me af, kun je jarenlang ongestraft verwoestende bommen gooien op een stad en haar inwoners? Kun je mensen die verschrikkelijke oorlog, nog maar zo heel kort geleden beëindigd, doen vergeten door pracht en praal uit de grond te stampen? De vrolijkheid rondom wekt de indruk van wel. Toch, net als bij blondines met innemende glimlachen, lijkt het mij beter haar niet meteen de liefde te verklaren.

In mijn hotelletje, dat zelf niet meteen onder de categorie luxe valt, loop ik niet geheel toevallig de beheerster tegen het lijf. Ze zit altijd maar in haar kamertje, karig gemeubileerd met een bankstel, een stoel en een TV, vanwaar ze een uitzicht heeft op de voordeur. En een ieder die binnenkomt, glimlacht zij een hartelijk welkom. Wanneer ik haar vraag wat zij van het nieuwe Grozny vindt, barst ze los. Volgens haar is de ziel uit de stad verdwenen. Veel inwoners voelen zich niet thuis tussen het in allerijl gefabriceerde kitsch. Het is potsierlijk, misplaatst en past niet bij de aard van de mensen. Het was veel beter geweest indien de stad op de oorspronkelijke wijze zou zijn herbouwd.

Ook het Colosseum, de indoor sporthal, is in een ommezien uit de grond gestampt. Milana, de communicatiemanager, verwelkomt me hier op innemende wijze. Trots als ze is op deze nieuwerwetse constructie, neemt ze me bijkans bij de hand opdat ik niets zal missen. Het eerste dat opvalt, is het enorme portret van Ramzan Kadyrov waarop hij poseert als bokser. Ook zie ik Ramzan terwijl hij touwtrekt. En een foto, samen met notabene, Badr Hari. Ik mag plaatsnemen op de stoel van Ramzan vanwaar, weinig verrassend, het zicht op de boksring uitmuntend is. Aan het eind van de rondleiding staat Milana me toe de sporthal te verlaten als ware ik Kadyrov zelve. Zoals het een ware leider betaamt, bemoeit hij zich niet al te veel met het gepeupel. Derhalve heeft hij een privé-toegang tot zijn beschikking. Hij kan zich met zijn gepantserde SUV moeiteloos naar binnen en buiten laten rijden. Tot op enkele meters van zijn zitplaats.

Bij het voetbalstadion zie ik Kadyrov junior opnieuw, nu showt hij zijn voetbalkunsten. Op zoveel andere plaatsen in de stad zie ik hem, in allerlei gedaantes. Hij is de held. De alleskunner. Zonder hem is Tsjetsjenië reddeloos verloren. Soms wordt hij geflankeerd door zijn beschermheer Poetin of door zijn vader Achmat Kadyrov, die in 2004 bij een bomaanslag om het leven kwam. Toch, hoe Ramzan ook zijn best doet, de bevolking is ontevreden en kritisch. Hij is een slechtopgeleide boef die uitsluitend mensen uit zijn eigen clan bevoorrecht. Een dictator, in een republiek die al decennia strijdt tegen de machthebbers in Moskou, die in het zadel wordt gehouden door die zelfde machthebbers. Als dat maar goed blijft gaan.

9a

Advertisements

Zwaar bevooroordeeld en bepaald niet zorgeloos land ik op het vliegveld van Nairobi. Mijn reisgids heeft mij zojuist geïnformeerd dat Nairobi, nog voor Johannesburg en Lagos, als gevaarlijkste stad in Afrika mag worden beschouwd. De bijnaam Nairobbery, vanwege de vele overvallen, soms gepaard gaande met bruut geweld, schijnt dan ook meer dan verdiend te zijn. Wel maakt mijn reisgids de kanttekening dat veel van dit geweld zich afspeelt in de sloppenwijken, doorgaans plaatsen waar de toerist weinig komt.

Toch besluit ik, eenmaal het vliegveld achter me gelaten, geen taxi naar het centrum te nemen maar een lokale bus. Het aangename zonnetje en de landerige sfeer hier buiten maken namelijk dat ik me spontaan een stuk relaxter voel. Bovendien, een taxi kost tegen de 15 euro terwijl een ticket voor de bus niet meer dan 40 eurocent doet. En op klaarlichte dag door een woest bewapende Keniaan uit een overvolle bus worden getrokken, dat zal toch niet meteen gebeuren?

En de keus is vanaf het allereerste begin gerechtvaardigd. Ik hobbel wat over slechte wegen en binnen luttele minuten meen ik, nota bene, drie giraffes te zien. Ik kan mijn ogen niet geloven en denk eerst nog dat de Keniaanse autoriteiten houten giraffes hebben geplaatst om de net gelande toeristen aan te sporen vooral op safari te gaan. Maar als ik ze zie bewegen, kan deze theorie overboord. Later begrijp ik dat het Nairobi National Park bij het vliegveld ligt en dat het dus mogelijk is de ‘big five’ te zien met op de achtergrond de hoogbouw van Nairobi.

      

En zo tuf ik in een heel rustig tempo de buitenwijken van Nairobi binnen. Enorme markten in de openlucht rijgen zich aaneen. Overal waar nog iets van ruimte is, wordt deze opgevuld door koopwaar. Van groente en fruit tot hout, autobanden, gereedschap, oude auto’s, kleding, meubels en ga zo maar door. De chaos heerst al levert het zware strijd met de viezigheid en de smerigheid. Ik realiseer me dat dit, vermoedelijk, de sloppenwijken zijn waar elke bus of auto kan worden stilgezet en de passagiers kunnen worden ontdaan van al hun bezittingen. Maar nog steeds kan ik mij hierover niet heel druk maken. Sterker nog, ik vermaak me prima en begin me meer en meer thuis te voelen. Deze stad leeft, bruist, overheerst en eist alle energie op die ik in mij heb. Ook de nog steeds toenemende drukte, bij het naderen van het centrum, voelt prettig aan. De straten slibben dichter en dichter en iedere weggebruiker levert een continu gevecht om vooruit te kunnen komen. Vooral de matatu’s (minibussen) met hun schreeuwend uiterlijk vallen op. Indiase filmsterren of draakachtigen in felle kleuren sieren de zijkanten, op de achterruit pronkt een embleem van Barcelona of Manchester United en links, rechts, voor en achter staan spreuken als: ‘In God we trust’, ‘Jesus is our Savior’en ‘Yes, we can’.

     

Druk of niet druk, ik bereik het centrum van de stad en wandel op eigen houtje verder door Moi Avenue, één van de belangrijke verkeersaders van centraal Nairobi. Moi Avenue bulkt van de winkels en de restaurants. Kip en friet lijken een flinke hit want elk tweede restaurant biedt deze culinaire lekkernij aan. Ook Engelse, of in ieder geval gelijkende, pubs zijn talrijk. En de gospelmuziek ligt letterlijk en figuurlijk op straat. Het lijkt wel alsof iedere inwoner van Nairobi zwaar gelovig, of in ieder geval verslaafd aan de gospel, is. Terloops vraag ik me wel af hoe dit te rijmen valt met de ongehoorde criminaliteit hier. Onder het mom van, alles kan want de Heere is toch barmhartig?

En overal hoor en zie ik Engels, hoe comfortabel en plezierig. Kiosken vol Engelstalige kranten brengen me op de hoogte van het laatste nieuws (uiteraard slechts drama) terwijl ik met enige regelmaat wordt aangesproken door een behoeftige Keniaan. Vanzelfsprekend, bijna iedereen wil gewoon iets verkopen, vooral safari’s zijn populair, of bedelt om één of meer shillings. Maar ik versta ze moeiteloos en even belangrijk, een duidelijk nee van mijn kant, heeft effect!

Vooruit, ik wacht de nacht af maar voorlopig is weer eens bevestigd dat luisteren naar vooroordelen niet aan te raden is!

Een bezoek aan België zonder uitgebreid gesnoept te hebben van de fantastische bieren die hier worden gebrouwen? Het kan natuurlijk maar feitelijk mag je bij thuiskomst dan niet verklaren echt in België te zijn geweest! Alleen, hoe je weg te vinden in het onvoorstelbare aanbod en hoe te voorkomen dat telkens dat al enigszins bekende Duveltje wordt besteld. Daarom, onderstaand een opsomming van biergerelateerde activiteiten in Brussel en een zeer ambitieuze poging de beste Belgische bieren te benoemen. Eerlijk gezegd, bij dit laatste speelt mijn persoonlijke voorkeur een belangrijke rol.

Een bezoek aan het Museum van de Belgische Brouwers is een eenvoudige eerste stap in de wondere wereld van het Belgische bier. Dit museum is namelijk gelegen aan de Grote Markt van Brussel. En omdat de Grote Markt van Brussel toch wel tot de mooiste pleinen van Europa mag worden gerekend zal iedere toerist deze vroeger of later gaan aanschouwen.

Eens per jaar, in het vroege najaar, vindt het Bierweekend plaats. Kleine, middelgrote en grote Belgische brouwerijen stellen er hun meest uitgelezen bieren voor. De toegang is gratis en de prijzen van het bier democratisch. Iedere overtuigde (en minder overtuigde) bierliefhebber kan hier iets nieuws proeven of gezellig een praatje maken met de maker van het favoriete biertje. Mocht het Belgische weer tijdens dit weekend enigszins meewerken dan is de kans niet onaanzienlijk dat u de vele terrassen op de Grote Markt niet zult verlaten.

Het Schaarbeeks Biermuseum heeft een verzameling van 1000 bierflessen, 800 bierglazen, oude reclameborden en –affiches. Als klap op de vuurpijl is bij de entreeprijs (slechts 3 euro) een glas ‘la schaerbeekoise’ inbegrepen. Een abdijbier dat uitsluitend voor dit museum wordt gebrouwen. (Adres: Louis Bertrandlaan 33-35, Brussel.)

In het Brussels Museum van de Geuze (Cantillon) lijkt de tijd te hebben stilgestaan. Fruitbieren als kriek en geuze worden hier nog steeds op eenzelfde wijze gebrouwen als destijds in 1900 toen deze brouwerij haar deuren opende. Het onthaal is bijkans familiaal en de brouwersactiviteiten in volle gang. En de praatgrage opperbrouwer vertelt en informeert maar wat graag over de speciale bieren die hier worden gebrouwen. Vanzelfsprekend, proeven van de bieren is inbegrepen bij de prijs zodat u uiteindelijk zelf kunt oordelen over de smaak van de kriek en de geuze. (Adres: Gheudestraat 56, Brussel.)

Cafés

Omdat de musea slechts beperkt geopend zijn, in de avonden al helemaal geen mogelijkheid kennen een biertje te degusteren en bovenal een zeer beperkte variatie in aanbod kennen onderstaand enkele topcafés in Brussel als het gaat om diversiteit en keuze.

Delirium Café (Rue de la Fidélité). De menukaart alhier is dikker dan de bijbel. Logisch ook want hier worden meer dan 2000 Belgische en internationale bieren geschonken! Op een fikse steenworp afstand van de Grote Markt en onder het toeziend oog van Janneken Pis, de vrouwelijke variant van Manneken, is dit het biercafé van Brussel. Vooral voor een jeugdig publiek overigens.

A la Mort Subite (Warmoesberg 7). Reeds sinds 1910 een café-restaurant en daardoor een echt Brussels instituut met een typisch, goed bewaard interieur dat volledig de sfeer oproept van het Belle Epoque. De kriek, de geuze, de lambik en de faro zijn van eigen makelij en kennen een hele schare liefhebbers die met grote regelmaat van dit vocht komen drinken. Er kan een pak volk naar binnen maar geregeld is het toch zoeken naar een plaats. Slechts enkele kelners, van wie sommigen even oud lijken te zijn als het café, werken op zeldzaam efficiënte wijze alle bestellingen af zodat de wachttijd, zeker voor Brusselse begrippen, bepaald beperkt is.

Biercircus (metro Madou). Naast de concertzaal van het Koninklijk Circus ligt een ander circus: Het Biercircus. Ongeveer tweehonderd verschillende Belgische bieren sieren de kaart, waaronder zes trappisten, bio-bieren en, uiteraard, de lambiek, geuze en kriek. Uniek in Brussel is de Chimay van de tap.

En dan zijn er natuurlijk honderden cafés op en rond de Grote Markt. En allemaal schenken ze talrijke soorten bier. Wees gewoon wat avontuurlijk en laat die Jupiler, Stella Artois, Leffe of Duvel eens links liggen.

Bierwinkels

Wie kleine brouwerijen en onbekende bieren wil laten kennen kan bij Délices & Caprices (Beenhouwersstraat 68)een bierdegustatie boeken. In kleine glaasjes worden verschillende, onbekende bieren aangeboden. Tegelijkertijd vertelt de eigenaar (een Zwitser overigens) over de brouwerijen, de geschiedenis, de glazen en de mensen die er werken. Tijdens de degustatie worden ook kazen en patés aangeboden. Alle bieren zijn, uiteraard, ook te koop. Vaak nogal prijzig maar altijd bijzonder.

In De Biertempel (Grasmarkt 55b) werden oorspronkelijk ongeveer 200 biersoorten verkocht maar inmiddels is het aanbod uitgegroeid tot meer dan 600 verschillende soorten. Vele daarvan zijn zeldzaam, vreemd, bijzonder en apart. De bieren worden in vele soorten en maten aangeboden, vooral afhankelijk van de vorm van de fles. Tevens is voor bijna alle biersoorten ook een gepast glas voorhanden.

En dan, heel subjectief, de beste bieren…

Westvleteren. In 2007 gekozen tot beste bier van de wereld en daarom met stip op 1. Helaas, zo goed als onmogelijk te vinden in Brussel. Voor de echte liefhebber, zie de website: http://www.sintsixtus.be. Hier is ook meteen het antwoord op de vraag te vinden waarom dit bier zo moeilijk te verkrijgen is in Brussel.

Rochefort 10. Euforisch genot. Vooral aan het einde van een lange wandeldag, terwijl de honger knaagt. Maar wees voorzichtig, meer dan 1 kan de euforie doen omslaan in algehele ellende.

Westmalle Triple. Tamelijk standaard wellicht maar de smaak is en blijft fantastisch.

Kwak. Een Kwak drinken uit een origineel Kwakglas is al zo apart dat het de keus rechtvaardigt. En met de aangename smaak als bonus een prima keuze.

Kriek Lindemans. Zeer vrouwvriendelijke smaak. Dankzij dit bier is het ook mogelijk uren op terrassen en in cafés rond te hangen met de vrouwelijke wederhelft.