Posts Tagged ‘Nightlife’

En weer is het zaterdagavond in Moskou. En dan, ik kan de klok erop gelijk zetten, begint dat gevoel weer de overhand te krijgen. De-drang-om-te-gaan-gevoel. Naar oorden waar de oppervlakkige schoonheid regeert. Waar patserig gedrag de norm is. Waar het uiterlijk leidt en het innerlijk lijdt. God allemachtig, waarom krijg ik dat gevoel niet onder controle? Waarom nog steeds die tintelingen in mijn lichaam? Ik ben, per slot van rekening, de puberjaren al eventjes ontgroeid. Maar hoe ik het ook probeer, het lukt me niet. Mijn ratio is kansloos tegen mijn instinct.

En dus ga ik. Natuurlijk ga ik. Dat wist ik al de hele week. Op naar de GQ Bar, een hip restaurant annex bar waar de rijkere Moskovieten hun roebels met graagte spenderen. De portier opent de deur en glimlacht me naar binnen. Recht in de armen van een alleraardigste dame. De gastvrouw. Ze vraagt me of ik heb gereserveerd. Ik schud ontkennend. Vreemde vraag, denk ik bij mezelf. Want in het restaurant lijkt helemaal niemand te zitten. En in de bar is het, met een mannetje of tien, ook niet bepaald druk. Zonder mijn antwoord af te wachten, leidt ze me naar de bar. Een man alleen in een leeg restaurant laten plaatsnemen, is waarschijnlijk te ongepast. Ik neem plaats op een barkruk, bestel een glas rode wijn en kijk rond. Het wijntje is prima, wat overigens ook wel mag voor 15 euro, maar voor de rest is het niets. Stilte en saaiheid spelen hier de eerste viool. En dus giet ik mijn wijntje achterover en vertrek.

De taxichauffeur vraagt 2.000 roebels (50 euro) voor een ritje naar elders in de stad. Altijd hetzelfde tafereel bij die zogeheten hippe clubs. Daar waar ik normaliter voor 500 roebels de hele stad kan doorkruisen, betaal ik nu vier keer zoveel voor een ritje naar om de hoek. Ik negeer hem dan ook. Ergens verderop vind ik wel een Lada.

Ik besluit naar mijn oude, vertrouwde Soho Rooms te gaan. Weliswaar, een typisch voorbeeld van een club waar iedereen maximale arrogantie uitstraalt en waar iedereen probeert net iets hipper te zijn dan in werkelijkheid. Maar die oppervlakkige nonsens is af en toe wel lollig. In ieder geval, hier zijn op zaterdagavond altijd een heleboel mensen.

Met een niet al te poenerige Lada vlak voor de ingang uitstappen, is doorgaans niet al te slim. Het doet de kansen op het overleven van de face control hoe dan ook aanzienlijk slinken. Daarom wandel ik de laatste 100 meter, langs Range Rovers, een Porsche, een agressieve Jaguar en een luxe Mercedes. Precies. Niets verandert sinds de laatste keer. Ik meld me bij de deur. Zoals altijd staan er wat brede mannetjes in donkere outfits. En zoals altijd kijken ze nors. Ook dit weet ik al. Glimlachen, niet te zelfverzekerd kijken en netjes antwoorden op eventuele vragen. Onderwijl mag ik natuurlijk denken wat ik wil. Poppenkast, dat is het. Maar als het mannelijk oog iets wil deze avond, dan zit er niets anders op dan mee te spelen.

Als ik aan de beurt ben, vraagt Jerommeke of ik een reservering heb. Ik schud mijn hoofd. Dan wordt het stil. Blijkbaar vindt er topoverleg plaats. Want het mannetje hier voor mij beslist niet over mijn toelating tot dit walhalla. Hierover gaat het opperhoofd, dat elders zit. In een kamer vol met camera’s en andere meetapparatuur, zo stel ik me voor. Na enkele minuten (of misschien zijn het maar seconden) komt het antwoord. Ik mag naar binnen als ik stante pede een tafel reserveer. Kosten precies 1000 euro. Het alternatief is vertrekken. Rechtsomkeert maken. Ik doe nog een manmoedige poging hem te overtuigen me toe te laten tot de bar. Maar hij is onvermurwbaar. Duizend euro of vertrekken. Ik vervloek hem grondig. Mijn oude, vertrouwde Soho Rooms probeert me hier duizend euro uit mijn zak te troggelen. Ik schud mijn hoofd opnieuw. En vertrek. Schone schijn op zaterdagavond is best aangenaam. Maar niet tegen zo’n prijskaartje. En zo sta ik nog steeds met lege handen. Een score van nul uit twee. Bepaald ongebruikelijk.

Opnieuw volgt hetzelfde spel. Mannetjes prijzen schreeuwend hun taxi aan. Vanzelfsprekend, 2.000 roebels is de vraagprijs. Ik schud ze opnieuw van me af en stop een Lada. Gipsy zeg ik tegen hem. De volgende club waarop ik mijn oog heb laten vallen. Uit betrouwbare bron heb ik weliswaar vernomen dat Gipsy ietwat nep is. Een plek waar de Luis Vuitton tasjes niet echt zijn en waar Prada nog niet is doorgedrongen. Maar goed, ik weet het even niet meer. Geen zin nogmaals de deur te worden gewezen. Daarvan ben ik zeker.

Gipsy is een club in het zogeheten Krazjni Octjaber (Rood Oktober) district. Een eiland in de Moskva rivier waar een groot deel van jong Moskou de roebels placht uit te geven op zaterdagavond. En dat blijkt ook wel. Ruim na middernacht staat er op de toegangsweg naar hier een heuse file. Ik  besluit uit te stappen en het laatste stukje te lopen. En dan zie ik dat, ondanks het abnormale tijdstip, het toch vooral een normale file is. Met normale auto’s. Een Nederlandse file, zeg maar. En plotseling voel ik me opgewekt. Dat zogenaamde überhippe gedoe van die zogenaamde überhippe mensjes hangt me opeens mijlenver de keel uit. Doe mij vooral zo’n file gevuld met Ford, Opel, Nissan en Volkswagen. Lekker normaal. Met normale jongelui die blij meezingend met een Russische kraker hun uitgaansavond inluiden. Het mag dan zijn dat de Vuitton tasjes nep zijn hier, de mensen zijn een stuk echter dan daar in Soho.

Advertisements

Mumbai is, zoals ze hier zeggen, het Indiase antwoord op New York. Werelds, hard, kans(rijk), uitdagend en vol zelfvertrouwen. Iedereen die ik spreek, claimt dat ook het uitgaansleven alhier zeker niet onderdoet voor dat in the Big Apple. En het kloppend hart van dit uitgaansleven is de wijk Bandra. Dit is the place to be. De plek waar de rijken der natie hun roepees spenderen aan luxueuze outfits, dure cocktails en dito vrouwen. Eerlijk gezegd, ik ben razend nieuwsgierig en wil zelf ervaren of al deze verhalen kloppen. Dus het is tijd te gaan!

Met twee Indiase vrienden stap ik in de Suzuki Maruti. Eerlijk gezegd, niet meteen een auto om het vrouwelijk schoon mee te imponeren. Klein, vol deuken en bovendien rijden er duizenden soortgelijke exemplaren in de straten. Uit de luidsprekers schalt loeiharde Bollywood muziek. Praten is in ieder geval niet de bedoeling vanavond, zoveel is wel duidelijk. Voor de deur van de Hawaiian Bar, een tent populair bij hippe studenten en net afgestudeerden parkeren we. Op de TV-schermen voetballen twee Premier League teams hun wedstrijd, zonder dat er ook maar iemand is die hier aandacht aan schenkt. Rijen mannen spenderen hun roepees liever aan een Kingfisher biertje of een cocktail. De vrouwen zijn overigens bepaald afwezig. De landelijke Indiase verhouding van 1000 vrouwen voor iedere 1058 mannen wordt hier bij lange na niet gehaald. Mannelijkheid troef derhalve. En misschien is dit wel de reden dat het me niet meteen meevalt hier? Toch gaan die biertjes en die B-52’s in een heel hoog tempo. Indrinken, zo blijkt, want als de maat vol is, vertrekken we. Op naar een hippe tent, zo wordt mij beloofd!

In de auto, hoe verrassend, klinkt de Bollywood muziek nog net iets luider. Op topsnelheid rijden we richting de nightclub. Logisch, zo bedenk ik me, overdag zijn de wegen hier in Mumbai overvol en is het uitsluitend file rijden. Nu zijn de wegen leeg en mogen alle registers van de Suzuki motor open. En dus gaan ze ook open. Mij maakt het niet uit, de alcohol heeft mij sowieso überrelaxed gemaakt. Ik kan de lol er dan ook wel van inzien. De raampjes open, loeiharde muziek en als een stel doorgedraaide pubers op weg naar meer alcoholisch en vrouwelijk vertier. Eigenlijk zijn we dan ook veel te snel in de Chinese Garden. We rijden de auto voor, geven de sleutels af aan één van de uitsmijters en lopen zelf de club annex het hotel binnen.

Zware basgeluiden wijzen ons de weg naar het muzikale walhalla. Vrouwen in modieuze jurken scheren links en rechts aan mij voorbij. Ik vermoed gasten van het hotel die hun duurbetaalde bed nog even negeren en in plaats hiervan de dansvloer willen teisteren. Opvallend is wel dat hoge hakken tamelijk schaars zijn. Velen lopen op slippers. Weliswaar chique uitziende exemplaren maar het blijven slippers. Jammer, vind ik, vooral omdat de dames op deze manier klein blijven en soms kabouterachtige proporties hebben. Deze ene keer beland ik in Mumbai op een plek waar ruimte is. De dansvloer is bijkans leeg zodat ik mijn armen woest en ledig kan bewegen. Prachtig en heerlijk gevoel. Vooral ook omdat de airco op de hoogste stand lijkt te staan zodat het hier binnen bijna koud is.

           

Een dag later, woensdag, beland ik, hoe verrassend na de aangename ervaringen van gisteren, wederom in het nachtleven van Bandra. De Kingfishers en de B-52’s van gisteren zijn, op miraculeuze wijze, probleemloos verwerkt. Zelfs het feit dat ik maar twee uurtjes geslapen heb de afgelopen nacht, drukt geen negatieve stempel op mijn energie en mijn gemoed. En zo begint deze avond zoals de vorige is geëindigd: in de minuscule auto met luide Bollywood muziek. Vanavond, zo vertellen mijn Indiase vrienden, is een populaire stapavond. Eén van die avonden waarop gans jong en hip Mumbai eens flink uit de ban springt. En mijn vrienden weten, als geen ander durf ik te stellen, de meest trendy tenten. Door hun uitbundig gedrag en dito alcoholconsumptie zijn ze overal graag gezien en tamelijk bekend. We belanden in Escobar (inderdaad vernoemd naar Pablo) als opwarmer voor de lange nacht die voor ons ligt. Maar wat voor een opwarmer! Gelegen op de achtste en bovenste verdieping van een kantorencomplex is het uitzicht over de stad prachtig. De combinatie van straatverlichting en smog zorgt bijna voor een idyllische sfeer. Ik bestel maar weer een Kingfisher. Makkelijk, smakelijk en zonder negatieve effecten de volgende dag en kijk eens rustig rond. Jonge meisjes in hippe jurkjes en dito sandaaltjes nippen aan hun cocktailtje. Onderwijl druk pratend met vriendinnetjes over de laatste Bollywood hit, de mannen in hun leven en in deze tent.

Als we het uitzicht voldoende hebben bewonderd, vertrekken we. Het hoeft geen betoog dat de Suzuki nog steeds paraat staat en dat de geluidsinstallatie opnieuw geteisterd wordt. Op naar Trinity in het Sea Princess Hotel, de hipste club van Mumbai op dit moment. Als we aankomen, staat er al een flink aantal opdondertjes te wachten om te mogen binnentreden. Maar de dame van dienst is onverbiddelijk. Niemand komt zomaar binnen. Eerst moet kleding en uiterlijk worden gecheckt. Voor ons valt dit allemaal reuze mee want, zoals gezegd, mijn vrienden zijn wereldberoemd in Bandra. Twee zoenen op haar twee wangen maken dat we probleemloos binnen geraken. De jas in de garderobe hangen hoeft alvast niet. Die hebben we natuurlijk niet mee want ook ’s nachts is de buitentemperatuur dusdanig plezant dat deze volkomen overbodig is.

De muziek leidt ons de weg. Dit wordt weinig praten vanavond. Dat is, zelfs nu ik nog niet de club helemaal binnen ben, al duidelijk. Zoals met zoveel zaken in India, het is altijd alleen het maximum dat goed genoeg is. Een airconditioning in het restaurant? Dan is het er ook meteen stervenskoud. Trots eigenaar van een auto of een scooter? Dan wordt er ook meteen mee geracet. Een muziekinstallatie in een hippe club? Zien maar vooral horen vergaat het publiek. Maar het drukt de pret niet. Voor mij niet en voor de vele anderen ook niet. Mijn Indiase vrienden hebben gelijk. Vandaag is een populaire stapavond en Triniti is een populaire tent. Op de dansvloer ziet het zwart van de kleine mensjes. In de drukte sta ik, geheel onschuldig, met mijn grote voeten, op een schoenloos teentje van een heel klein mevrouwtje. Ze blijkt over onvermoede krachten te beschikken want ik krijg een fikse opdoffer. Niet begrijpend kijk ik haar aan. Haar teen was zo klein dat ik het hobbeltje niet eens heb gevoeld. Maar met een grimas en een woeste blik maakt ze me duidelijk wat er aan de hand is. Ik glimlach verontschuldigend. Dat wordt uitkijken vanavond. Er zijn hier namelijk heel veel schoenloze teentjes. En doorgaans wordt mijn motoriek niet beter na het nuttigen van talrijke Kingfishers.

 

Zaterdagavond in Moskou. Van pure vreugde en opwinding liepen we de hele dag al met onze zielen onder onze armen. Lenin op het Rode Plein? Poeshkin museum? Arbat? Kremlin? Natuurlijk, het is allemaal interessant, prachtig, mooi, leuk en aardig maar pas vanavond kloppen onze harten echt snel! Nu we op het punt staan het roemruchte nachtleven van Moskou te ontdekken.

Ondanks het feit dat de enorme hoeveelheden rondgierend testosteron ons bijkans al voor negen uur naar de superclubs schreeuwen, beheersen we onszelf en besluiten bescheiden te beginnen in Club Vysotskiy. Genoemd naar één van de beroemdste en roemruchtste zangers uit de voormalige Sovjet-Unie. De sfeer is, logischerwijs, Sovjet. Vooral gecreëerd door de band die nostalgische liederen uit vroegere tijden ten gehore brengt, allemaal hartstochtelijk meegezongen door de clientèle. Maar helaas, onze hormonenhuishouding blijkt te onrustig om al hier te kunnen worden gekalmeerd. Om dit klaar te spelen moeten we verder, naar oorden waar hip zijn schoon is en waar schoonheid geen grenzen kent. Met andere woorden, we moeten door naar Soho Rooms.

In een stad waar clubs als paddenstoelen uit herfstige gronden tevoorschijn schieten en vervolgens even snel definitief verdwijnen, is Soho Rooms een blijvertje. Al jarenlang staat deze club in de top van de ‘clubbing top 10’. En dus moet dit wel een gerechtvaardige keuze zijn, daarvan zijn wij overtuigd. Als we aankomen bij Soho Rooms gebaart de parkeerwacht dat we voor de deur kunnen parkeren. Een verleidelijk aanbod omdat de regen op het dak van de auto klettert en wij, zeker weten, op ons paasbest willen binnenstappen. Echter, op het moment dat we willen inparkeren, maakt de parkeerwacht ons duidelijk dat wij voor dit voorrecht wel het lieve sommetje van 1000 roebels (25 euro) mogen neertellen. Iets te gortig zo oordelen we, paasbest mag dan ons streven zijn maar financieel zijn de grenzen Nederlands. Daarom laten we de beste man voor wat hij is en zoeken een andere plek voor onze auto. Een fluitje van een cent, zo blijkt, want binnen 100 meter is er volop gratis parkeergelegenheid.

Gewapend met een paraplu melden we ons vervolgens bij de ingang van club Soho Rooms. Het belangrijkste moment van de avond, in feite. Want binnenkomen in een club als deze is bepaald geen sinecure. De zogeheten face-control is hier alarmerend streng en binnenkomen is simpelweg afhankelijk van het hebben van de juiste contacten of de juiste genen. En ondanks het feit dat wij helemaal niets te klagen hebben over dit laatste schijnt de genenlat hier dusdanig hoog te liggen dat wij kansloos zijn. Blijft over, de contacten. Helaas zijn deze hier ook schaars, bijzonder schaars zelfs. De enige persoon die we kennen is een medewerker van de keuken van deze club en het is hoogst dubieus of een dergelijk contact toereikend is. Hoe dan ook, we spreken de uitsmijter met de juiste hoeveelheid bravoure aan, noemen de naam van onze contactpersoon, glimlachen lichtjes en kijken zelfverzekerd rond zonder dit te overdrijven. De uitsmijter murmelt zachtjes in zijn portofoon, vermoedelijk om het hoofd der face-control te verwittigen wie wij zijn. De bodyguard is namelijk slechts uitvoerder, de feitelijke beslisser zetelt elders. Een tergend langzame minuut later vindt de verlossende handeling plaats: de ketting wordt losgemaakt en we worden binnengelaten. Vanzelfsprekend blijft onze blik stoer maar inwendig jubelen we van vreugde: Het feest kan beginnen!

Bij de bar bestellen we een whisky, wodka en bier is uiteraard not done in een dergelijke tent, en kijken we eens rustig rond. Alhoewel? Rustig? Zowel links, rechts, voor en achter staan de meest fantastische vrouwen die God ooit gemaakt heeft. Oké, we realiseren ons meteen dat het inderdaad sterk de vraag is of dit alles uitsluitend het werk van God is, maar een hele grote kniesoor die hier oplet! Hier passen slechts twee reacties: een automatisch openvallende mond en een hartgrondig ‘Jezus nog aan toe’. Ooit waren we in de Skybar in Kiev waar de vrouwen onovertrefbaar mooi waren. Althans, we dachten onovertrefbaar. Hier in Soho Rooms aanschouwen we toch nog de overtreffende trap. Recht voor ons staan zes dames in fantastische kledij, cocktailtje in de ene en mobieltje in de andere hand, te pronken met alles wat ze hebben. Spontaan denk ik aan een uitspraak van een vriend: ‘Lelijke vrouwen bestaan niet, alleen te weinig bier’. Vaak klopt dit wel maar hier is het tweede gedeelte van dit gezegde overbodig. Het credo van Soho Rooms is: ‘Lelijke vrouwen bestaan niet’.

Op de dansvloer van precies hetzelfde laken een enorm dik pak. De vrouwen pronken, pretenderen onbenaderbaarheid en nippen aan hun drankjes, onderwijl de dunste sigaretjes oprokend. Dansen doen ze niet, dat schaadt het imago, zo lijkt het. Heel voorzichtig wordt wel het ene voetje voor het andere voetje gezet maar voor Nederlandse standaarden is dit geen dansen. Bepaald niet zelfs. En het frappante is dat wij, na nog een aantal whisky’s, besluiten de vrouwen te laten voor wat ze zijn en ons te verpozen op de dansvloer met wildkomische Nederlandse danspassen. Een aantal minuten lang zijn wij het middelpunt en voelen wij tientallen prachtige ogen op ons gericht. Reden genoeg om nog een extra stap te zetten. Maar alras verwatert de aandacht en speelt een ieder weer haar eigen spel.

Britse eenheidsworst in de Oeral, zo schiet door mijn hoofd, terwijl ik wacht op mijn gastheer en -dames. Maar al snel begin ik aan mijzelf te twijfelen. Want op deze vrijdagavond lijkt Gordon’s, een Schotse pub in hartje Jekaterinenburg, een behoorlijk hippe tent te zijn. Althans af te lezen aan de aanzienlijke hoeveelheid mensen voor de ingang. Duidelijk allemaal met de bedoeling hier naar binnen te gaan. Typisch, vind ik. Een ordinaire Schotse pub en de Russen staan letterlijk in de rij.

Goed dat wij hebben gereserveerd. Zo kunnen we de rij links laten liggen en zonder te wachten naar binnen. Een alleraardigste dame glimlacht ons welkom en wijst ons met dezelfde glimlach een tafel. Welk een vriendelijkheid! Welk een gemak! Wel, vraag ik mij meteen af of deze tent überhaupt een bezoekje waard is. Een muur van geluid komt op mij af. Geproduceerd door een Russische coverband die snoeihard Abba, Beatles en Police speelt. Twee zangers gillen met overslaande stem boven de eigen herrie uit. Wat is dit in godesnaam? Ik kijk vertwijfeld rond en zie dat ook de rest van de aanwezigen slechts gedoogd, de meesten met gebogen hoofden. Alleen de eigenaar schijnt het prachtig te vinden. Althans, hij springt vreugdevol rond achter zijn toog en stemt woest gebarend in met de muziek. Maar hij is toch echt de enige. Eén van mijn metgezellen schreeuwt in mijn oor dat dit spektakel doorgaans om 10 uur is afgelopen. Ik kijk op mijn horloge en zie dat het pas kwart over negen is. Nog 45 minuten te gaan. Dus kan ik ook beter beginnen dit te gedogen. Ondertussen tel ik wel de minuten af. Duw wat vingers in mijn oren. Schud mijn hoofd over zoveel herrie. En applaudisseer van louter vreugde als de laatste noot is gespeeld.

Te vroeg!

Gordon, eigenaar en DJ, zet meteen een Schots volkslied in. Nog net iets luider dan de band! Horen en zien vergaan me. Ramen trillen in sponningen. Praten is een utopie. Iemand verstaan nog veel meer. Maar de DJ geniet. Zwaait woester met zijn armen dan tevoren. Glimlacht in zichzelf en grimast naar de menigte. Probeert hij zijn klanten te kastijden? Hun trommelvliezen te scheuren? Als ik mijn zicht hervind zie ik, tot mijn grote verbazing, talrijke Russen springen op de muziek. Tegelijkertijd heffen ze de armen in de lucht en zingen ze zelfs naar elkaar. Althans, ik zie lippen bewegen. Zal zulke herrie dan standaard Russisch vermaak zijn? Dat kan toch welhaast niet? Maar als ik beter kijk, realiseer ik me dat de overgrote meerderheid, net als ik, stilletjes voor zich uit staart. Dan valt mijn kwartje. De beschonkenen genieten en de nog sobere meerderheid kijkt lijdzaam toe. Inmiddels is dit vertier overigens voltooid verleden tijd. Gordon’s is namelijk in vlammen opgegaan.

          

Na het nuttigen van een aantal, door Gordon zelf gebrouwen, biertjes is het de hoogste tijd verder te gaan. Weg van deze waanzin. Op zoek naar andere. In de zwoele Oeralse nacht wandelen we naar Havana. Een latinoclub die ook al tamelijk hot moet zijn. Eerlijk gezegd, mijn verwachtingen zijn laaggespannen. Per slot van rekening, het is hier geen Moskou en latinomuziek is ook al niet meteen mijn ding. Maar ik vergis me! De toelatingsprocedure, inclusief face-control en een kort interview met de gastvrouw, is al veelbelovend. En meteen bij binnenkomst zie ik dat deze club wel degelijk hip is. Prachtige vrouwen in prachtige gewaden en met dito schoenen scheren links en rechts aan mij voorbij. Op stoelen en in sofa’s zitten pafferige, vettige, rokende Russen en Armenen. Een fles whisky of gin op tafel en voor hun dames een exotische cocktail. De muziek, overigens geen salsa of ander ongerief maar stampende house, beukt uit de speakers. Van praten komt dus wederom niets. En dan is het extra prettig dat het oog aangenaam verpoosd wordt. Met één oog lees ik het menu terwijl ik met het andere oog de omgeving nauwlettend in de gaten houd. Ik zie nog net dat het hippe Heineken biertje even duur is als elke willekeurige cocktail. En dus drink ik Cuba-Libres. Rijg ze aaneen tot een niet onaanzienlijke ketting. Zie daardoor de vrouwen nog aantrekkelijker worden. Waag zelfs een houterig dansje op de vloer. En concludeer uiteindelijk dat dit een toptent is!

Addis Ababa, één van de grootste steden van Afrika en bovendien de diplomatieke hoofdstad van het continent, zal toch wel een levendig en gevarieerd uitgaansleven kennen? Op verkenning door de nachtelijke stad beland ik, vooral omdat het op steenworpafstand van mijn hotel ligt, op het Piazza. Een door de Italianen gecreëerd plein in het centrum van de stad. Twee dagen geleden, toen ik aankwam in Addis Ababa, was me al opgevallen dat hier wel degelijk sprake is van na-middernachtelijke activiteiten. Ook al zag ik toen niet veel meer dan wat loslopende reggae mannetjes en een heleboel vrouwen van lichtere zeden die, in de donkere nacht, hun mooie en minder mooie lijven in de aanbieding hadden.

       

Zaterdagavond, het uitgelezen moment om de kroegen en de Afrikaanse discotheken eens van binnen te verkennen. Daarom met frisgestreken overhemd, gepoetste schoentjes, vrij schoon pantalonnetje en zelfs met wat aftershave op de stad in. En dit nu trekt, ondanks de duisternis, meteen de aandacht. Geen idee of het mijn outfit is of mijn opwindende geur maar na nauwelijks twee stappen buiten de hoteldeur te hebben gezet, loopt er al een mannetje naast me die hoopvol vraagt of ik naar een disco ga. Op mijn positief antwoord reageert hij bepaald verheugd. Ik probeer hem verder te negeren en uitsluitend schouderophalend zijn vragen te beantwoorden, maar ik ben kansloos. Hij heeft zich reeds vastgebeten in zijn prooi en die prooi ben ik. Sterker nog, inmiddels meldt zich een tweede persoon die al even hoopvol informeert naar mijn plannen. Antwoorden hoef ik niet, dat doet mijn compagnon al voor mij. En zo loop ik in gezelschap van twee bepaald vage kereltjes door de uitgaansstraat van Addis.

Ik realiseer me dat ik deze mannetjes alleen kan afschudden als ik terugga naar het hotel. En omdat ik dit niet wil, besluit ik van de nood een deugd te maken en ze als gids te gebruiken. Per slot van rekening kennen zij de stad waarschijnlijk een heel stuk beter dan ik. Ik vertel ze dus dat ik naar een echte Afrikaanse disco wil en dat ik daarvoor niet te ver wil lopen. Enig overleg volgt en vervolgens leiden ze mij naar de, in hun ogen, beste discotheek.

Zo sta ik plotseling in het aardedonker. Ik zie werkelijk helemaal niks behalve dan de gebitten van de dansende en lachende menigte. Daarbij loeiharde muziek die horen en zien ook al doet vergaan. Dit, samen met een gecombineerde bier- en zweetlucht en de enorme mensenmassa, maakt dat ik in een ommezien, naar adem happend, weer buiten sta. In disco twee precies hetzelfde verhaal en dus begin ik mij af te vragen of deze stapavond wellicht een hele korte zal worden? Disco nummer drie is, zomaar, precies het tegenovergestelde. Drie mannen aan de bar met bloeddoorlopen ogen en een woeste blik, een barkeeper met een identieke uitstraling, hel verlicht en geen muziek. Nee, dit is ook niet waarnaar ik op zoek ben. Meer en meer geef ik de moed op maar mijn begeleiders zijn nog steeds enthousiast en vol vertrouwen. En zo wandelen we gedrieën naar weer een disco.

En warempel, deze keer lijkt het raak! Ook hier is het weliswaar donker, vol en lawaaierig maar het is allemaal net iets draaglijker. Ik zet me dan ook met mijn nieuw verworven kameraden aan een tafeltje. Om meteen te begrijpen waarom ik deze vrienden heb gemaakt. Ze willen namelijk bier en ze willen dat ik dat biertje, of die meerdere biertjes betaal. Met een gelukzalige glimlach geven ze hun bestelling door aan de ober, nog net de moeite nemend mij te vragen wat ik drink. Na een proost, op de Heere weet wat, gulp ik mijn biertje in een ommezien naar binnen. Een blik naar links en rechts leert mij, vervolgens, dat mijn ongenode gasten zo voorzichtig aan hun fles nippen dat het wel lijkt alsof het goudgele vocht puur goud is. Waarschijnlijk consumeren ze iets minder snel omdat de prijs van dit biertje, in vergelijking met hun maandelijkse inkomen, nogal dramatisch hoog is.

Veel praten zit er overigens niet in want daarvoor is de herrie te alom aanwezig. Vooral als één van de twee ook nog zijn Frans met mij wil oefenen, geef ik het op. In plaats daarvan probeer ik maar wat rond te kijken en zo valt me op dat er inmiddels toch wel vier vrouwen rondom mij dartelen. Eén laat zich, via mijn vrienden, zelfs voorstellen maar vanwege haar absolute gebrek aan kennis van de Engelse taal is van een gesprek geen sprake. Aangezien de duisternis wel behoorlijk adembenemend is, vraag ik mijn vrienden hoe zij kunnen zien of een dame ze bevalt of juist niet. Hun antwoord is even praktisch als ontnuchterend. Neem haar mee naar het toilet, daar schijnt het licht. Zo werkt dat dus in Addis. Sjansen in het aardedonker en vervolgens keuren in de tl-lichten op het toilet.

En dan ben ik weg. Plotseling zwalk ik rond in de Oekraïne. Mijn geest is verdwaald, mijn gedachten eveneens. De Grote Markt van Groningen inruilen voor die van Brussel is nog te overzien. Maar opeens rondlopen op het Onafhankelijkheidsplein in Kiev is toch andere koek. Ik zoek naar overblijfselen in het oranje maar vind niets. Het is uitsluitend grauw, de wind blaast alle kleuren weg, ook die uit mijn gezicht, en ik vraag me af of ik het recht heb hier te lopen. Duizenden mensen streden hier voor meer vrijheid en democratie, verbleven wekenlang in tenten in de gure Oekraïense winter.

En ik? Ik pak het vliegtuig uit Brussel en land 3 uur later bijkans op dit plein. Een beetje wind en de kou maken dat ik binnen het uur in een warm café zit, gretig mijn handen warm aan de verwarming en gulzig een driedubbele espresso bestel. De enige vraag die ik mezelf kan stellen is of ik ook het lef zou hebben gehad te protesteren op dit plein. Waarschijnlijk niet want protesteren zit niet in mijn systeem. Misschien had ik die anderen het vuile werk laten opknappen en daarna, vol enthousiasme, mee willen profiteren van het succes. Zonder reden mijn gespreid bedje verlaten, dat zou ik toch vooral niet doen. Ja, waarvoor heb ik eigenlijk gevochten in mijn leven? Voor nog net iets meer zekerheid en nog iets meer geld? Niet voor dit zelfs! Alles komt geleidelijk, een evolutie zonder persoonlijke inzet. En nu ben ik teleurgesteld omdat ik geen restanten zie van de oranje revolutie en duik ik, daarom, teleurgesteld het eerste het beste café in. Trouwens, de espresso is hier echt prima. Jammer alleen dat al die mensen massaal aan L&M’s lurken en alle vrouwen van die modieuze dunnen sigaretjes wegpaffen. Een rokershol, dat is het. Alle mannen zijn gehuld in zwarte leren jasjes, een Russisch merk jeans en goedkope schoenen. Gaat goed samen met de vierkante hoofden en het militaristische kapsel. De vrouwen, daarentegen, zwaaien zwierig met hun borsten. Zijn ze echt of gemummificeerd? Ik denk het laatste maar evengoed bekoren ze. Geen enkele man, tenzij homo, zal ongevoelig blijven voor de kwaliteit van de borsten van de Oekraïense dames. En het pronken is al even prachtig. Vooral in combinatie met die hooggehakte laarzen en pumps. Ergens weggeplukt uit een modieuze Sovjetzaak en veelal plastic. Maar de combinatie hak/borst maakt het desalniettemin tot een geniale.