Posts Tagged ‘Mostar’

Jezus, wat een mooie brug! In het ochtendlicht, in de schemering, van dichtbij, van verre, het is en blijft een prachtig aangezicht. Pas na een keertje of twintig die befaamde brug van Mostar te hebben bedwongen, lijkt het mij tijd voor een andere uitdaging. Per slot van rekening wordt zelfs het bedwingen van befaamde bruggen op de langere termijn ietwat saai.

Dus vraag ik de eigenaresse van het huis waar ik verblijf, wat ik op deze zonnige dag zou kunnen doen. Zonder dralen en vol enthousiasme noemt zij Medjugorje. Na Vaticaanstad het meest bezochte katholieke pelgrimsoord op aard. Haar ogen glinsteren van opwinding en zij verzekert mij dat ik dit niet kan en mag missen. Dus laat ik mij overtuigen. Wat anders te doen als een lokale bewoner zo vol vuur en passie predikt? Niets immers!

         

De overlevering wil dat in 1981 (!), hier in Medjugorje, zes tieners de maagd Maria tegen het lijf liepen. Vol enthousiasme – niet alleen vanwege de verschijning maar vooral ook vanwege de zeer zalvende en geruststellende stem van de maagd – en volkomen door het dolle heen renden ze terug naar het dorp. Dat juist zij, zes nietszeggende herdertjes uit deze contreien, door de maagd waren uitverkoren, konden ze welhaast niet bevatten. En de ouders, hoe lief ze hun kinderen ook hadden, dachten precies hetzelfde. Ze reageerden lauw, sceptisch, nors en ongelovig. Zulke verhaaltjes gingen er hier simpelweg niet als zoete koek in. Hier moest gewerkt worden en geploeterd. Aan wonderbaarlijke opstandingen, verschijningen of andere vaagheden had men een broertje dood.

Maria en de tieners gaven echter niet op. Geenszins. Maria bleef aan de tieners verschijnen en de tieners bleven enthousiast over deze ontmoetingen verhalen. En op een gegeven ogenblik, onduidelijk voor een ieder waarom, werden de tieners geloofd. Was het God zelve die de ogen van de dorpsoudsten opende? Of was het de kracht van de herhaling (werkt reclame ook niet zo?) die hen deed inzien dat dit verhaal fantastische kansen bood?

Want laten we vooral niet vergeten dat tot 1981 Medjugorje een slaperig oord was. Niets dan zwoegende en ploegende boertjes. Een kudde schapen. Wat fruitboompjes links en rechts. Een veldje aardappelen of graan. Al deze activiteiten maakten dat de inwoners net alle eindjes aan elkaar konden knopen. Maar een vetpot was het bepaald niet!

Maar nu, letterlijk als een geschenk uit de hemel, was daar Maria! En de dorpse domoren hadden zelfs nog tientallen verschijningen van haar nodig alvorens de fantastische commerciële mogelijkheden te doorgronden! Toen de kleppen van de ogen waren gevallen togen ze, dit dient ze te worden nagegeven, met veel ijver aan het werk. Op de plek waar Maria voor het eerst verscheen, werd een blauw kruis gepoot. Tegelijkertijd werd het nieuws verspreid dat hier in Medjurgorje de kans bestaat om Maria tegen het lijf te lopen. En het werkte! In het begin nog mondjesmaat maar alras met velen kwamen ze. Pelgrims. Ook vandaag de dag maken dagelijks nog vele pelgrims de trek naar het kruis. Velen zelfs op blote voeten. Bovendien bouwden ze in het dorp zelf een fikse kerk (St. James) die plaats biedt aan een heleboel gelovigen. Blijkbaar had Maria hen laten inzien dat ze het groots moesten aanpakken om groots te kunnen verdienen. En zo geschiedde!

Sinds 1981 hebben ongeveer 15 miljoen gelovigen dit dorpje en dit blauwe kruis gezien. En van een slaperig oord is het verworden tot een woest commercieel centrum waar God, Maria en Jezus genadeloos worden uitgebuit. De hoofdstraat is geplaveid met souvenirwinkels die uitpuilen met katholieke hebbedingetjes. Af en toe onderbroken door een restaurant waar de hongerige pelgrims de hostie kunnen eten en de lokale wijnen kunnen nuttigen. Maar overal strijdt de ongewone drieeenheid een continue strijd om de meeste aandacht. Weinig verrassend dat van deze drie Maria aan het langste eind trekt. Per slot van rekening is zij hier verschenen!

Vandaag loop ik hier rond. Mij verbazend over de onvoorstelbare lelijkheid en ongezelligheid. Tot op heden meende ik te weten dat de katholieke medemens een levensgenieter is. Immers, dat naast de katholieke kerk altijd het gezelligste café staat, kan toch geen toeval zijn? Want na een uurtje biechten op zondag is het toch gezellig en dikverdiend aldaar een drankje te doen en gezellig wat te babbelen? Maar hier in Medjugorje? Niets van dit alles! Soberheid is troef en het is alles business wat de klok slaat. De verkopers en verkoopsters zien slechts dollars en denken euros. Na gedane zaken wellicht bereid tot een judashand maar nooit tot een innemende glimlach of een hartelijke groet.

     

Advertisements

  

‘Jongens, wat een mooie stad’, deze zinsnede spookt met enige regelmaat door mijn hoofd. Eerder dit jaar las ik in De Volkskrant een artikel over Sarajevo dat op deze manier begon. Nu ik zelf door de oude stad wandel, kan ik het slechts beamen. Op het Sebilj plein waan ik me in Turkije terwijl luttele honderden meters verderop Wenen aan mijn voeten ligt. Als ik links kijk, zie ik een moskee, rechts een kerk en als ik recht vooruit kijk zie ik beide. Dan is er de zon, die alles verblijdt en mij doet geloven dat hier in Sarajevo de zomer nog lang zal voortduren. Het is allemaal zo vredig en lieflijk. Verder niet nadenken, het verleden vergeten en het is een perfect vakantieoord. Ook nog omdat het prijspeil zo laag is. Een biertje kost amper iets, een koffie bijna niks en een goed gevuld bord met een Bosnisch maal doet ook al twee keer heel weinig.

Maar een paar stappen uit dit toeristisch centrum en het beeld is volkomen anders. De schoonheid, netheid en rust is meteen verdwenen. Grauwe flats zonder ramen en vol kogelgaten in het straatbeeld. Spontaan komen de beelden van de oorlog, zo kort geleden nog, weer op mijn netvlies. Voor de jonge lezer, en voor ieder andere die niet meer precies weet hoe de Bosnische vork in de Servische steel zit, een korte update.

Nadat in 1992 de onafhankelijkheid van Bosnië-Herzegovina was uitgeroepen, werd Sarajevo langdurig omsingeld door de Bosnische-Serviërs. Zij zagen de stad als onlosmakelijk deel van het grote Servische rijk en wilden ten koste van alles voorkomen dat de, in hun ogen, rebellen het hier voor het zeggen zouden hebben. De stad moest daarom worden heroverd. Omdat de Serviërs over te weinig manschappen beschikten om de strijd echt aan te gaan, werd gekozen voor een beleg. Zij verschansten zich in de bergen rondom Sarajevo en sloten alle toegangswegen tot de stad af. Vervolgens werd de stad bij voortduring beschoten, waarbij in een periode van ongeveer 4 jaar 11.000 mensen de dood vonden.

Hier op een figuurlijke steenworp van Nederland. Natuurlijk, ik weet het nog. Maar ik weet ook, dat ik na verloop van tijd, deze oorlog de rug toedraaide. En nu, hier, op dit moment, zie ik het recht in de ogen. Ik voel de waanzin, de angst en de wreedheid. Nog extra gevoed door een korte documentaire die ik zie bij de ‘Tunnel of Life’. Deze tunnel, gegraven in zes maanden, verbond Sarajevo met het niet-bezette deel der natie. Aan het andere uiteinde van de tunnel, 800 meter verderop, lag (en ligt) de berg Igamn, de enige berg die niet in Servische handen was. Gedurende de belegering van Sarajevo konden duizenden gewonden de stad via deze tunnel verlaten, terwijl tienduizenden kilo’s aan voedsel de stad kon binnenkomen. Deze tunnel werd de halsslagader van de stad en redde het leven van velen.

   

Heftiger nog, hier in Sarajevo, is een wandeling over de begraafplaatsen. Vanzelfsprekend, er zijn talrijke. Overal in de stad zie ik witte graven met duizenden grafstenen. Een rondwandeling is een schokkend, een verbijsterend schouwspel. Zelf geboren in 1969 zie ik honderden graven van mannen, geboren in datzelfde jaar. Allemaal gestorven in 1993 of 1994. Vijfentwintig jaar en het leven voorbij door geweervuur. Gedood door een kogel afgevuurd door een scherpschutter. Een granaat. Of op wat voor manier dan ook. Wat maakt het bovendien uit? Terwijl ik rustig studeerde, teveel biertjes dronk en me druk maakte over een 6- of een 6+ vochten zij zich te pletter. Ik ben stil, ben in gedachten verzonken en realiseer me dat die spreuk over ‘jongens’ en ‘een mooie stad’ maar een heel klein deel van de lading dekt.