Posts Tagged ‘kremlin’

‘If there is a paradise on earth, it is here’. Some cities on our planet use this slogan to distinguish themselves from others. A rather arrogant and bombastic claim, in my opinion. And honestly speaking, in my experience it is always besides the truth. So far nobody came up with such a pretentious phrase for Moscow. As far as I can recall, Moscow does not have a slogan at all. Perhaps because nobody in Moscow dares to really start promoting the city? Or perhaps because nobody really seems to care about promotion?

But why not? The image of overcrowded, big, grey, ugly, dangerous city, cursed with a horrible climate and full of unsmiling and unhappy people needs to be changed. Especially because of the ambitious goal to attract seven million foreign tourists to Moscow by 2018. Approximately three million more than last year. Yes, coincidentally (or not), in 2018 the World Championship Football will be held in Russia and Moscow. This will definitely attract loads of westerners who, normally, would not even think of Russia as a possible holiday destination. But after 2018, soon 2019 will arrive. And would it not be a bit silly when the number of foreigners would go down drastically straight after this football event?

By the way, the numbers four and seven million are communicated by the ‘Moscow Committee for Tourism and Hospitality’. In fact, not necessarily the most neutral committee in the world. It is therefore questionable whether there really were four million foreigners really trying to have a glimpse at Lenin, attempting to meet and greet with Putin in his Kremlin or wandering around the Red Square. In a country where nothing is as it seems, it is tempting to put a big question mark behind these numbers. Even more tempting it is to forecast that, in 2018, the Committee will announce that indeed seven million foreigners were visiting Moscow. I would even say that these chances are higher than the re-election of Putin in that same year.

An important question is what Moscow is actually doing to realize this growth. Ask the marketers of the bigger hotels or the owners of travel agencies. Even before they answer, it is clear that they are not positive at all. Their eyes are indicating this. First and foremost, they start to complain about the letters of invitations and visa regulations. Both required for (almost) all foreign tourists, before being allowed to enter Russia. Many of them strongly believe in Moscow being a new weekend destination for Europeans. And it is true, it is only three hours by plane. But due to this visa hassle, tourists will think twice before actually going. Too complicated, too much work and too much stress.

Then there are the actions of the authorities, responsible for tourism and its policy. Often completely not in line with what they claim. The latest example is the entrance fee for the Kremlin. Most probably the most beloved and best known attraction in town. Since January 2012 two people have to pay € 70 each to get inside the Kremlin, including the Armoury and the Diamond Fund. Seventy euros! Well, included in the price are the services of a guide. But a guide is absolutely required because without one any tourist will just smell the rich history. Without knowing what it is all about. Why it was decided to raise the entrance fee that drastically? The most obvious explanation is that the authorities believe that tourists will come and visit the Kremlin anyway. Whether they have to pay € 25 or € 70. And they are probably right. So in the short term it might be profitable. But in the longer term? Most probably rather the contrary. Because investing in or developing new touristic attractions is clearly not a priority.

Let me take you to the Red Square and surroundings on a sunny day in spring or summer. Loads of tourists are sitting somewhere in the grass or on a wall, eating a Russian ice cream from Mc Donald’s. They look a bit unhappy and lost. Simply because they are wondering what is next. Wondering what else Moscow has to offer but the Red Square and the Kremlin. Of course, a lot! And more! But for  foreigners, who most probably do not speak or read Cyrillic it is not that easy to figure this out. And much assistance in their search they do not receive. Yes, it is true, there are plenty of men and women, armed with a megaphone, to announce various excursions in and around Moscow. But it is all in Russian. Like there are no four million foreigners around, all looking for something more to discover. A missed opportunity to make some more money. A missed opportunity to highlight other attractions in Moscow. A missed opportunity to broaden the horizon of the tourists and the diversity of Moscow.

But who knows? Maybe once upon a time, one could have found paradise here? Why not in fact? Let me be clear, nowadays there is nothing heavenly to find on the surface. Any tourist, both Russian and foreign, has to work hard to discover the beauty of this fantastic city. Perhaps, Moscow, it is time to help all these lost foreigners a bit?  And why not, as a kick-off, create an attractive slogan. Do not mention anything heavenly in it, though. Overconfident and too much untrue. But what about this one: Moscow Matters.

Eind december in de Oeral en ik besluit Nevyansk, de plaatselijke variant op Pisa te bezoeken. Het hoeft geen betoog dat ook in dit deel van de wereld de dagen, zo midden in de winter, kort en koud zijn. Voor negen uur in de ochtend is er niets dan duisternis en 24 uur per dag is er niets anders dan bittere kou. Op het busstation van Jekaterinburg geeft de thermometer een schrikbarende minus 32 aan! Terwijl ik wacht op mijn bus rijgen aankondigingen van uitgevallen of vertraagde bussen zich aaneen. Opmerkelijk vind ik want dergelijke temperaturen zijn hier in de winter toch eerder regel dan uitzondering?

Hoe dan ook, de bus naar Nevyansk is keurig op tijd en vol goede moed verlaat ik de warme wachtruimte om deze in te ruilen voor een iets minder warme bus. Voor, achter en naast mij zitten dik ingepakte Russen met enorme hoeveelheden dode dieren rondom hun lichaam en op hun hoofd. Ondanks mijn principes begin ook ik sterk te neigen naar de aanschaf van een dergelijk kledingstuk. Al mijn reisgenoten lijken in ieder geval zonder noemenswaardige problemen warm te blijven, vooral te merken omdat ik her en der een paar handschoenen of een muts van handen of hoofd zie verdwijnen. Tussen deze ervaringsdeskundigen bikkel ikzelf flink om ook die aangenamere temperaturen te behouden. Zeker geen eenvoudige opgave, vooral ook omdat de ijsbloemen op de ramen mij de koude rillingen blijven bezorgen.

Na 86 kilometer en zo’n anderhalf uur later bereik ik Nevyansk. Het bus- annex treinstation, waar ik word gedropt,  lijkt hier ooit zonder enige bedoeling te zijn gebouwd. De bewoonde wereld beperkt zich tot een verdwaalde fabriek, een verlaten huis en een rondzwervende hond. Als dit het voorland is van het Pisa van de Oeral dan moet ik wellicht mijn verwachtingen bijstellen. Gelukkig staat er wel een mashroetka (minibus) met ronkende motor die mij voor een paar roebels naar het dorpscentrum wil brengen. Ik stap in en bemerk meteen dat mijn medepassagiers allemaal ontzettend fors, vettig en vooral toch ook lelijk zijn. Bovendien, ze lijken allemaal op elkaar! Zou het dan toch waar zijn dat die Russen in de lange, koude winters niet alleen wodka drinken…

Als ik uitstap in het centrum verdwijnen al mijn (voor)oordelen. In plaats hiervan bewonder ik de kathedraal en de scheve toren van Nevyansk. Vooral vanaf de bevroren rivier is heel goed te zien hoeveel graden deze toren uit het lood staat. Al geloof ik niet dat Pisa hier wordt overtroffen. Maar de Siberische koude, het besneeuwde land, de strakblauwe hemel en de volkomen afwezigheid van andere toeristen maken het tot een geweldige ervaring. Ook het aanpalende mini-museumpje, net een paar maandjes geleden geopend, is de dertig roebel meer dan waard. Eerlijk gezegd, het tentoongestelde is van een tamelijk erbarmelijk niveau maar de sfeer, vooral gecreëerd door de talrijke baboeska’s, is fantastisch. Alleen al mijn jas afgeven aan een norsige oude dame gekleed in een hyperouderwetse jurk en niet passende sloffen is veel meer waard dan dat. Het Russische platteland is zo fantastisch! Onontdekt en misschien daarom wel zo vol schoonheid en elke moeizame en koude stap veel meer dan waard.

   

Hoe klein en nietszeggend dit dorp ook mag zijn, er is wel een restaurant/bar/café te vinden. Als ik, vanaf de kathedraal, over mijn rechterschouder kijk, aanschouw ik deze in volle glorie. Verkleumd van een half uurtje buiten zijn, zoek ik hier met graagte mijn toevlucht. Als ik de deur opendoe, komen een heerlijke warmte samen met klanken van hippe westerse muziek mij tegemoet. In een hoek zie ik drie sterk gelijkende mannen, ondanks het tamelijk vroege uur, in rap tempo biertjes naar binnen gieten, ondertussen de ene pizza na de andere verorberend. Meteen vermoed ik dat hun gelijkenis is ontstaan omdat deze activiteit van bier en pizza een dagelijks terugkerende is. De gastvrouw in het museum vertelde mij namelijk daarnet dat de werkloosheid hier schrikbarend hoog is en dat vele mannen hun toevlucht zoeken tot andere vormen van genot. En eerlijk gezegd, ik begin het nog te begrijpen ook. Wat anders te doen in dit barre klimaat? Met behulp van de kachel en het nuttigen van een enkel glaasje wodka, ruime hoeveelheden thee en een kippetje van eigen makelij ben ik binnen het uur op een aangename temperatuur en weer in staat de kou opnieuw te trotseren.

Een rondje door het centrum levert een Lenin standbeeld, een iconenwinkel annex museum en een prachtige schoenenzaak op. Voor een habbekrats schaf ik mij hier een paar valenki aan, een Russische laars, gemaakt van wol, die ook bij temperaturen van minus 30 voeten en tenen warm kan houden. Ik waan mij een Eskimo als ik de winkel verlaat en op zoek ga naar een mashroetka die mij kan terugbrengen naar het station en de bewoonde wereld.

Vanaf Jekaterinburg brengt de trein mij in twaalf uurtjes in Tobolsk. Voor Nederlandse begrippen een fikse trip natuurlijk. Maar voor Russische standaarden, even natuurlijk, helemaal niet. Op de enorme kaart van het enorme Rusland, die in de stationshal van Tobolsk hangt, zie ik de minuscule afstand die ik heb overbrugd. Toch ben ik een grens overgegaan, en niet zo maar eentje. Van de Oeral ben ik aangekomen in Siberië. En dat nu, doet mij deugd.

Vanuit de bus, die mij van het station naar het centrum brengt, neem ik de stad in mij op. Weinig verrassend, de stad is uitgestrekt en hoogbouw is er niet of nauwelijks. Lijkt me logisch want er is hier genoeg ruimte, vanzelfsprekend. Voor de rest valt vooral op dat deze stad bepaald lijkt op vele andere Russische plattelandssteden. Hele brede straten. Vele Lada’s. Oude vrouwen gekleed in nog oudere rokken en getooid met een weinig fleurige hoofddoek. Rokende mannen met bleke gezichten. Kortom, hier lijkt op het eerste gezicht niets bijzonder te zijn of bijzonders te gebeuren.

Hotel Novy Tobol probeert evengoed niet op te vallen. Een naambord of anderszins een indicatie dat dit een hotel is, is niet te vinden. Pas na aanwijzingen van vele bewoners loop ik dan ook het juiste gebouw binnen. De ‘administrator’ knikt enigszins vriendelijk terwijl ze me naast de prijs voor mijn kamer nog eens 285 roebels (7 euro) afhandig maakt. Extra kosten omdat ik vooraf heb gereserveerd. Geldklopperij denk ik. Toch betaal ik. Wat kan ik ook anders?

   

Het Kremlin bekijk ik vol verwondering. Mooi, zo’n ommuurde kerk en klooster. Prachtig ook, die witte kleur. Recent is het verkozen tot mooiste Kremlin van de regio. Een ietwat nietszeggende titel lijkt me. Per slot van rekening, hoeveel Kremlins kunnen er zijn in deze regio? Het oude gedeelte van de stad, vol houten huizen, bekoort mij evenzeer. Vraag me wel af of deze bewoonbaar zijn in de winter als een buitentemperatuur van minus 35 bepaald geen uitzondering is. Vooral die kieren tussen die planken baren me wat dit betreft zorgen.

In de avond die hier zo midden juni eeuwig voortduurt, loop ik verder door het stadje. Zonder te betalen mag ik, van de caissière van het theater, de laatste 20 minuten van het toneelstuk dat hier gespeeld wordt meemaken. Mijn zeer beperkte kennis van het Russisch maakt helaas dat ik er nauwelijks iets van meekrijg. Toch gaat het niet helemaal langs me heen.

Dochter Olga, een hippe dame, met haar groene haar en dito lippen, loopt de hele tijd dollend en provocerend over het podium. Haar moeder, een nette mevrouw, trekt dit nogal slecht. Zij doet dan ook verwoede pogingen dochterlief enigszins in het gareel te houden. Tevergeefs, zo blijkt, want niemand kan haar stoppen. Ook niet de in volkomen wit geklede invalide man die niets zegt en slechts naar de muur staart. Om hem tot leven te wekken, scheurt Olga met hem over het podium. Zonder noemenswaardig succes overigens want hij blijft levenloos in zijn, ook al witte, rolstoel. Dan verschijnt Olga’s vader ten tonele, een glansrol van de lokale look-a-like van Jan Marijnissen. Qua uiterlijk althans weinig verschillen, qua principes op het eerste gezicht een flink aantal. Waar onze Jan pal staat voor SP-principes, loopt deze lokale Jan in een duur maatpak vooral patserig en protserig te doen. Maar ook zijn pogingen zijn dochter te kalmeren zijn kansloos. Dit lukt pas als de postbode komt met een pakketje uit Nederland (!). In het pakketje zit een houten been voor de kreupele man. Reden genoeg voor Olga eindelijk tot rust te komen. In tegenstelling tot haar moeder die haar lang bewaard geheim, na het zien van het been, spontaan prijsgeeft. In tranen vertelt ze dat niet Jan maar de witte man in de witte rolstoel de vader is van Olga. Welk een apotheose!

Na zoveel cultuur en vooral na zoveel luisterinspanning heb ik honger. Daarom besluit ik maar eens een flinke hap te gaan eten in één van de twee restaurants in het viersterren hotel Slavyanskaya. Bij aankomst blijkt het eerste helemaal leeg! En in het tweede zit ook al helemaal niemand! Verder zoeken naar een voller restaurant lijkt me zinloos. Bovendien, ik heb echt trek. Daarom besluit ik, na een lichte aarzeling, gewoon het grootste restaurant binnen te gaan. Aan de muur hangen foto’s van Karpov en Medvedev. Ooit aten zij hier. Maar dus niet vanavond. Want vanavond ben ik de enige gast. Tot mijn grote verbazing word ik, nadat ik heb plaatsgenomen op één van de 150 lege stoelen, spontaan onthaald op livemuziek. Een alleszins zuiver zingende dame brengt vanaf het podium een Russisch lied ten gehore. Twee obers, ongetwijfeld blij met een teken van leven, snellen op mij toe. De één brengt het menu en de ander de indrukwekkende wijnkaart. Omzichtig bepaal ik mijn voorkeuren. Normaliter ben ik niet zo dol op volkomen lege restaurants. Maar hier past het uitstekend bij de omgeving. Althans bij mijn ideeën over deze omgeving. Alleen in een restaurant ergens in Siberië. Kan het passender? Het heerlijke voedsel, het prachtige flesje wijn en het repertoire aan Russische liederen maken dat mijn stemming naar grote hoogten stijgt.

      

Na het tafelen is mijn stemming van een dusdanig hosanna gehalte dat ik besluit eens de plaatselijke nachtclubs te bezoeken. Harlekijn en Atrium, beide om de hoek van dit restaurant, zijn echter gesloten. Deze doen het alleen op vrijdag en op zaterdag. Raspoetin, de nachtclub van dit hotel, is wel open. Op het program staat een striptease. Niet meteen mijn ding, moet ik zeggen. Vooral niet omdat ik vermoed dat ik ook hier de enige gast zal zijn.