Posts Tagged ‘Almaty’

Maandagavond in een vreemde stad. De regen valt al enkele uren, en nu ook de avond valt, vraag ik me af wat vandaag nog zal brengen. Ik staar naar mijn TV die Russische flauwekul uitbraakt. Soortgelijke programma’s als in Nederland. Het enige verschil is dat ik er hier niets van begrijp. Geeft niks, zo denk ik, vergeleken bij de onzin op de Nederlandse TV, is het onverstaanbare Russisch waarschijnlijk een zegen.

Maar kijken naar een TV waaruit slechts vage klanken komen, is saai en wordt snel nog saaier. Als ik op mijn overdekt balkon sta en naar buiten tuur, zie ik dat de regen is opgehouden. Spontaan dwalen mijn gedachten af. Af naar die hippe nightclub een paar straten verderop. Misschien moet ik mijn geluk daar eens beproeven? Het mag dan maandag zijn, wat geeft het? Ik heb immers vakantie. Inmiddels ken ik mezelf wel zo goed dat ik weet, dat deze gedachte niet meer uit mijn hoofd zal verdwijnen. Mij rest niets anders dan te handelen. Een figuurlijke kam door het haar, hippe schoentjes aan de voeten, een fris gestreken bloesje met dito broekje aan en ik zal gaan.

Door de donkere straten van Almaty wandel ik naar nightclub Esperanzo. Die rechttoe rechtaan straten alhier, maken het onmogelijk te verdwalen, zelfs op mijn eerste dag hier in het donker. Bovendien, de nightclub is zo dichtbij dat verdwalen sowieso niet mogelijk is. In een ommezien sta ik voor de deur. Alleszins vriendelijk word ik door de uitsmijter richting de club geloodst. Geen face control nota bene. Of, zo schiet door mij heen, misschien is mijn outfit wel dusdanig fancy dat ik uitstekend binnen de doelgroep pas.

Op het ritme van de beats stap ik de discotheek binnen. Ik kijk om me heen en zie in de duisternis dat er maximaal tien mensen zijn. Niemand danst nog. Iedereen zit op een stoel of op een comfortabelere bank. Even kom ik in de verleiding de avond met een dansje te beginnen. Maar ik weersta mijzelf en in plaats hiervan zetel ik mij op een luxueuze sofa. Meteen staat een gastvrouw naast me die mij kenbaar maakt dat deze zitplaats 20.000 tenge (zeg maar 100 euro) kost. Iets te gortig, concludeer ik. Per slot van rekening, die stoelen vijf meter verderop lijken ook prima.

Typisch een plek om geen bier te drinken. Het zou hier niet eens smaken. Daarom bestel ik een whisky. Terwijl ik aan mijn dure vocht nip, kijk ik rond. Er mogen dan weliswaar slechts tien mensen zijn, het is wel degelijk vermakelijk. Net voor mij zitten drie mannetjes, ik schat ze op maximaal 25 jaar, wèl op zo’n dure sofa. Een fles wodka en veel voedsel op tafel. Bij voortduring aan een sigaret lurkend. Alle drie vadsig en vettig. Constant en hoopvol kijken ze richting ingang. Duidelijk in afwachting. Ik nip voort en vind, ondanks de luide beats, rust in mijn systeem. Langzaam maar zeker loopt de tent vol. Zonder uitzondering hele jonge mensjes. Zonder uitzondering ook hip en duur gekleed. Overduidelijk de kinderen van de plaatselijke elite die hier op maandagavond uit hun dak zullen gaan.

Opeens rumoer op de sofa voor mij. Drie, laat ik gewoon duidelijk zijn, ultrastrakke dames in sublieme outfits melden zich. Het geduld van ‘mijn’ mannetjes is beloond. Hun vadsige lijven veren op. Hun monden verworden tot de breedste glimlach. Eén van de mannetjes deelt rode rozen uit. Een ander bestelt champagne, cocktails en meer voedsel. Geld koopt mooie vrouwen, het blijkt wederom.

Inmiddels is de tent echt vol aan het geraken. Met elke gast schroeft de DJ, overgevlogen uit Moskou, het volume en het tempo van de muziek verder op. Van het ene op het andere moment staat de dansvloer vol. Zelfs de vadsige mannetjes melden zich aan het front. Rondgierend testosteron maakt ze tot halve woestelingen. Opeens hebben ze geen oog meer voor hun nieuwverworven schoonheden, maar nog slechts voor zichzelf. Ze dansen voor de spiegels die midden op de dansvloer zijn geplaatst. Kickend op zichzelf. Nog steeds met dezelfde glimlach rond de lippen. Ze zijn niet de enigen overigens. Een ieder verdringt zich rondom de spiegels. Een ieder danst alleen.

Advertisements

Hoog zomer in Almaty en ik denk aan schaatsen. Heel bijzonder! Vooral omdat ik, als het hartje winter is in Nederland, hoe dan ook niet aan schaatsen denk. Vreselijk vind ik dat. Schaatsen. En hier, ver weg in Kazachstan, krijg ik de gedachten hieraan niet uit mijn systeem. Wel realiseer ik me dat dit, wederom, een voorbeeld is dat ook voor mij de jaren voortschrijden. Geen (echte) jongere zal het in zijn of haar hoofd halen Almaty te linken met schaatsen. Immers, Heerenveen, Calgary, Salt Lake City zijn de tegenwoordige schaatshoofdsteden van de wereld. Maar ik ben hier in Almaty en ik denk schaatsen. Sterker nog, een nostalgisch gevoel bekruipt me en de herinneringen uit vervlogen tijden zijn talrijk.

      

Bus nummer 6 brengt mij vanaf het centrum van de stad naar de Medeo vallei. Een ritje van een half uur waarbij de weg uitsluitend omhoog loopt. Als ik uitstap, merk ik dat het hier aanmerkelijk kouder is dan beneden in de stad. Het voelt alsof het vriest, al lijkt dit me, in augustus, hoogst onwaarschijnlijk. Wel sta ik letterlijk naast de wonderbaan die Medeo heet. Nu begint mijn fantasie echt een loopje met me te nemen. Want bijna zie ik Igor Zhelezovski (ook bekend als Igor de Verschrikkelijke) hier, voor mijn ogen, al zijn tegenstanders verpulveren op de 500 meter. Behalve dan natuurlijk Uwe-Jens Mey omdat die niet verpulverbaar was. Zelfs niet door de verschrikkelijke Igor.

Schaatsen zit er niet in vandaag. Niet alleen omdat het weer het niet toelaat, ook omdat de baan onder constructie is. Overal lopen mannetjes in overalls. Vrachtauto’s met zand rijden af en aan. En van alle kanten hoor ik geklop, geboor, gefrees en getimmer. Met man en macht wordt hier gewerkt. Zoveel is wel duidelijk. En pottenkijkers zijn hierbij niet welkom, lijkt het. De hele wonderbaan is namelijk omgeven door een metershoog hek. Met slechts enkele, door bewakers in de gaten gehouden, openingen voor de vrachtauto’s.

Mijn ambitie één keer in mijn leven als Igor Zhelezovski over Medeo te snellen is echter behoorlijk. Een metershoog hek en bewaakte toegangen kunnen mij, vanzelfsprekend, niet tegengehouden. Per slot van rekening, ik zou het ijs hebben kunnen ruiken, zou het er hebben gelegen. En dus loop ik langzaam maar met zekere tred richting één van de ingangen. Als ik langs de bewakers loop, glimlach ik vriendelijk maar resoluut. Ze zijn aan het eten, zie ik. Dat is niet bepaald een nadeel, zo denk ik nog. Maar alvorens ik uitgedacht ben, staat één der mannetjes al voor mijn neus. Hij maakt me, zonder omwegen, duidelijk dat ik niet verder mag. De entree van Medeo is veertig meter verderop! Nota bene! Maar ik word tegengehouden door een plichtsgetrouwe diender.

Ik glimlach nogmaals en wijs naar de ingang van Medeo. Daarheen wil ik gaan. Hij volgt mijn blik en schudt vervolgens het hoofd. Neen! In roestig Russisch begin ik mijn verhaal over Nederland schaatsland. Over Zhelezovski en Uwe-Jens Mey. Het mag niet baten. Sowieso, het knakkertje is veel te jong om deze sprintkanonnen uit vervlogen tijden te kennen. Bovendien, wat weet een gemiddelde Kazach van schaatsen. Ik vermoed bitter weinig.

Voor de poorten van de Medeo-hemel maak ik rechtsomkeert. De deur gewezen door een Kazachse beveiligingsbeambte. Vandaag zal ik niet in de voetsporen treden van de verschrikkelijke Igor. In plaats daarvan vertrek ik, met de staart tussen de benen, naar omhoog. Want, zo vertelt deze hemelbewaarder, als ik de weg naar boven vervolg, kom ik vanzelf op een plek waar ik Medeo kan zien. ‘Vreemd’, denk ik, ‘is het mogelijk hoger te geraken dan de hemel?’ Ik grimas en vertel hem, niet eens meer in het Russisch, dat dit een wel hele schrale troostprijs is.