Posts Tagged ‘Addis Ababa’

Addis Ababa, één van de grootste steden van Afrika en bovendien de diplomatieke hoofdstad van het continent, zal toch wel een levendig en gevarieerd uitgaansleven kennen? Op verkenning door de nachtelijke stad beland ik, vooral omdat het op steenworpafstand van mijn hotel ligt, op het Piazza. Een door de Italianen gecreëerd plein in het centrum van de stad. Twee dagen geleden, toen ik aankwam in Addis Ababa, was me al opgevallen dat hier wel degelijk sprake is van na-middernachtelijke activiteiten. Ook al zag ik toen niet veel meer dan wat loslopende reggae mannetjes en een heleboel vrouwen van lichtere zeden die, in de donkere nacht, hun mooie en minder mooie lijven in de aanbieding hadden.

       

Zaterdagavond, het uitgelezen moment om de kroegen en de Afrikaanse discotheken eens van binnen te verkennen. Daarom met frisgestreken overhemd, gepoetste schoentjes, vrij schoon pantalonnetje en zelfs met wat aftershave op de stad in. En dit nu trekt, ondanks de duisternis, meteen de aandacht. Geen idee of het mijn outfit is of mijn opwindende geur maar na nauwelijks twee stappen buiten de hoteldeur te hebben gezet, loopt er al een mannetje naast me die hoopvol vraagt of ik naar een disco ga. Op mijn positief antwoord reageert hij bepaald verheugd. Ik probeer hem verder te negeren en uitsluitend schouderophalend zijn vragen te beantwoorden, maar ik ben kansloos. Hij heeft zich reeds vastgebeten in zijn prooi en die prooi ben ik. Sterker nog, inmiddels meldt zich een tweede persoon die al even hoopvol informeert naar mijn plannen. Antwoorden hoef ik niet, dat doet mijn compagnon al voor mij. En zo loop ik in gezelschap van twee bepaald vage kereltjes door de uitgaansstraat van Addis.

Ik realiseer me dat ik deze mannetjes alleen kan afschudden als ik terugga naar het hotel. En omdat ik dit niet wil, besluit ik van de nood een deugd te maken en ze als gids te gebruiken. Per slot van rekening kennen zij de stad waarschijnlijk een heel stuk beter dan ik. Ik vertel ze dus dat ik naar een echte Afrikaanse disco wil en dat ik daarvoor niet te ver wil lopen. Enig overleg volgt en vervolgens leiden ze mij naar de, in hun ogen, beste discotheek.

Zo sta ik plotseling in het aardedonker. Ik zie werkelijk helemaal niks behalve dan de gebitten van de dansende en lachende menigte. Daarbij loeiharde muziek die horen en zien ook al doet vergaan. Dit, samen met een gecombineerde bier- en zweetlucht en de enorme mensenmassa, maakt dat ik in een ommezien, naar adem happend, weer buiten sta. In disco twee precies hetzelfde verhaal en dus begin ik mij af te vragen of deze stapavond wellicht een hele korte zal worden? Disco nummer drie is, zomaar, precies het tegenovergestelde. Drie mannen aan de bar met bloeddoorlopen ogen en een woeste blik, een barkeeper met een identieke uitstraling, hel verlicht en geen muziek. Nee, dit is ook niet waarnaar ik op zoek ben. Meer en meer geef ik de moed op maar mijn begeleiders zijn nog steeds enthousiast en vol vertrouwen. En zo wandelen we gedrieën naar weer een disco.

En warempel, deze keer lijkt het raak! Ook hier is het weliswaar donker, vol en lawaaierig maar het is allemaal net iets draaglijker. Ik zet me dan ook met mijn nieuw verworven kameraden aan een tafeltje. Om meteen te begrijpen waarom ik deze vrienden heb gemaakt. Ze willen namelijk bier en ze willen dat ik dat biertje, of die meerdere biertjes betaal. Met een gelukzalige glimlach geven ze hun bestelling door aan de ober, nog net de moeite nemend mij te vragen wat ik drink. Na een proost, op de Heere weet wat, gulp ik mijn biertje in een ommezien naar binnen. Een blik naar links en rechts leert mij, vervolgens, dat mijn ongenode gasten zo voorzichtig aan hun fles nippen dat het wel lijkt alsof het goudgele vocht puur goud is. Waarschijnlijk consumeren ze iets minder snel omdat de prijs van dit biertje, in vergelijking met hun maandelijkse inkomen, nogal dramatisch hoog is.

Veel praten zit er overigens niet in want daarvoor is de herrie te alom aanwezig. Vooral als één van de twee ook nog zijn Frans met mij wil oefenen, geef ik het op. In plaats daarvan probeer ik maar wat rond te kijken en zo valt me op dat er inmiddels toch wel vier vrouwen rondom mij dartelen. Eén laat zich, via mijn vrienden, zelfs voorstellen maar vanwege haar absolute gebrek aan kennis van de Engelse taal is van een gesprek geen sprake. Aangezien de duisternis wel behoorlijk adembenemend is, vraag ik mijn vrienden hoe zij kunnen zien of een dame ze bevalt of juist niet. Hun antwoord is even praktisch als ontnuchterend. Neem haar mee naar het toilet, daar schijnt het licht. Zo werkt dat dus in Addis. Sjansen in het aardedonker en vervolgens keuren in de tl-lichten op het toilet.

Advertisements

Het is maandag 02-02-02, Ethiopische jaartelling, en rond vijf uur in de ochtend laat ik mij per taxi afzetten op het busstation van Addis Ababa. Als ik uitstap en richting ingang van het busstation loop, regent het lichtjes en de plassen water op straat zijn moeilijk te zien aangezien het nog aardedonker is. Maar met het ticket voor bus 5213 naar Harar stevig in mijn hand en een volledige reizigersbepakking op mijn rug voel ik mij toch uitstekend. Het avontuur ligt om de hoek en Harar, een verboden stad voor blanken tot ver in de 19e eeuw, lonkt.

  

Het busstation is een enorm complex volledig omgeven door hekken, zo had ik al gezien toen ik gisteren mijn ticket kocht. Waar al die hekken voor dienen, vroeg ik mij toen nog af maar op deze vroege en donkere maandagochtend is deze vraag meteen beantwoord. Deze bieden namelijk de mogelijkheid het hele station volledig af te sluiten en de toestroom van de passagiers en de wannabe passagiers te reguleren. Gevolg? Voor de twee minieme toegangsdeurtjes tot het station staan honderden, of waarschijnlijker duizenden, Ethiopiërs die allemaal naar binnen willen. Waarom er op dit vroege tijdstip zoveel mensen naar binnen willen? Omdat alle bussen naar alle bestemmingen allemaal om zes uur in de ochtend vertrekken! Een vlugge schatting van mijn kant leert dat er in ieder geval 60 bussen, al dan niet met ronkende motoren, staan te wachten op hun passagiers, van wie er minimaal 50 in één bus gaan. Een simpele rekensom leert dan ook dat er zo rond de 3000 mensen voor de poorten staan te dringen.

Ondanks de onaantrekkelijkheid van de gedachte rest mij niets anders dan mijzelf te mengen in het strijdgewoel dat zich voor mijn ogen afspeelt. Het is hoe dan ook de enige mogelijkheid met mijn gisteren verworven ticket mijn gereserveerde zitplaats in bus 5213 te bemachtigen. Maar het lijkt niet bepaald een eenvoudige klus door die smalle entree te geraken. Nu prijs ik me gelukkig dat ik met mijn 1 meter 95 een heel stuk boven al mijn medepassagiers uitsteek en dat mijn rugzak een prima buffer vormt voor alles wat zich achter mijn rug afspeelt. Daarom, zonder verder nog te dralen, begin ik mijn persoonlijk robbertje duw- en trekwerk. En zoals ik had gehoopt en stiekem verwacht, dankzij mijn fysiek voordeel, gaat het gewoon soepeltjes. In een mum van tijd ben ik in de buurt van de toegangsdeur. Maar, hoe verrassend, met het naderen ervan, neemt de druk van achteren toe en als ik vlak voor de poort sta, bekruipt mij het gevoel dat ik geplet zal worden. Visioenen van Afrikaanse voetbalstadions waar in het gedrang tientallen mensen bezwijken flitsen door mijn hoofd. Vooral als ik zie dat het veiligheidspersoneel van het station uit alle macht probeert deze deur ook te sluiten! Is het busstation dan vol? Een stringent toelatingsbeleid? Face control wellicht? De waanzin van deze actie ontgaat me volkomen maar heel veel tijd mij hierover op te winden heb ik niet. Naast mij probeert namelijk een doorgedraaide Ethiopiër, met op zijn hoofd een enorme koffer, iedereen aan de kant te zetten en als eerste bij de poort te zijn. Het lijkt een kansloze missie maar zijn testosteron gehalte is dusdanig dat hij er nota bene in slaagt menigeen te passeren. Vervaarlijk komt hij mijn kant uit en ik realiseer me net bijtijds dat zijn koffer mij dreigt te raken ergens tussen mijn rechteroor en rechteroog. In een reflex haal ik daarom uit en plant mijn rechterelleboog vol in zijn maag. Een voltreffer zo blijkt want met een schreeuw komt hij tot bedaren en, belangrijker, tot stilstand. Dit gevaar is bezworen.

Als ik uiteindelijk bij de poort ben, vragen de uitsmijters of ik een ticket heb. Sullige vraag in mijn beleving want wie stort zich nu in een dergelijk gedrang zonder ticket? Toch antwoord ik braaf, glimlach een grimas en knik dankbaar als de poort voor mij opengaat. Na enig speurwerk vind ik maar liefst vijf bussen die allemaal naar Harar vertrekken. Maar vervelend genoeg staat mijn bus 5213 niet in het rijtje. Een slecht voorgevoel bekruipt mij en de regen die inmiddels echt serieus nat maakt, maakt dit niet beter. Ik besluit dan ook ergens naar binnen te gaan waar ik opeengeperst met vele andere passagiers sta te wachten op het noodlot. Ongewassen lichamen, oud zweet, stinkende kleding en penetrante okselgeuren strijden om voorrang zodat ik al snel besluit dat een buitje nog zo erg niet is.

Hoe dan ook, een half uur wordt een uur en een uur nog langer. En dan opeens, word ik bij mijn hand en naar een kantoortje geleid. Bij het mannetje alhier mag ik mijn ticket inleveren en in ruil hiervoor krijg ik mijn 133 birr (ruim 7 euro) terug. Bus 5213 komt niet vandaag, zoveel is duidelijk. Misschien is de chauffeur ziek? Misschien het busbedrijf failliet? Was ik misschien de enige passagier? Motorpech? Ik weet het niet want op deze vraag wordt slechts met een schouderophalen gereageerd. Duidelijk is wel dat ik vandaag niet vertrek. Morgen een nieuwe kans!